Alain blogt op de motor

Powered by Suzuki V-Strom

 

 

 

 

We zijn aangekomen in Charlotte, North Carolina, de motoren zijn teruggebracht, en wij wachten nu op onze vlucht naar Europa.

De vermoeidheid laat zich reeds wat voelen, zowel fysiek als mentaal. De verstandhouding is opperbest. We doen ons best om deze mooie afwisselende hoek van de VS de aandacht te schenken die ze verdient. Het noordoosten van de VS heeft vele kleine staten, de mentaliteit van de bevolking sluit meer aan bij de Europese, en de bevolkingsdichtheid is de hoogste van de VS.

 

We hebben nu steeds minder bewegingsvrijheid in de planning, vandaar dat deze nauwgezet en meer op voorhand dient te gebeuren. De grootste onzekere factor is het mogelijke regenweer, die hier in de bergen serieus roet in het eten kan komen gooien. Tijdens de laatste weken van ons verblijf in de VS maken we een hittegolf mee van Oostkust tot Westkust, en word ik geplaagd door een hevige reactie op een tiental muggenbeten.

 

 

Dag 90 (vrijdag 29 juli 2022):

Terug in Europa

 

 

Dag 89 (donderdag 28 juli 2022):

Charlotte NC – Terugvlucht Europa

 

Ik werd deze nacht nog enkele keren wakker, maar kon gelukkig de slaap snel weer vatten. Het waterlek is blijkbaar opgelost. Ik sta op even na vieren, en tracht de blog in een definitieve vorm te krijgen, klaar om nog aan te vullen met foto’s, video’s en meer details. Ik eet een banaan en neem een koffie.

 

Ondertussen neem ik nu en dan wat beweging door mijn bagage te controleren en definitief te schikken.

 

Om tien uur nemen we de hotelshuttle naar het vliegveld. De vlucht naar Dalles vertrekt dan even na de middag, en duurt zo’n 2,5 uur. Daar krijgen we al redelijk snel een aansluiting naar Frankfurt, waar we morgenvoormiddag zullen landen.

 

 

Dag 88 (woensdag 27 juli 2022):

Charlotte NC – rustdag

 

Ik sta op rond 4 uur. Thuis is het reeds 10 uur in de voormiddag. Ik laad eerst al mijn foto’s en films over van de camera’s naar de computer, zodat ik de camera’s kan opbergen in de bagage.

Ik ga even na zessen reeds een kleinigheid eten beneden. Ik werk dan wat verder aan de blog, en ga dan om 8 uur weer naar beneden met Udo, en eet nog een yoghurtje.

 

Om tien uur nemen we de tram naar het centrum van Charlotte. De opstapplaats bevindt zich op 100m van het hotel. Een kwartiertje later stappen we af in het centrum, op een vuile rommelige plaats waar bussen en trams reizigers uitwisselen. Het centrum bestaat vooral uit nieuwe hoogbouw en enorme parkeergarages. Het moet er hier ’s morgens en ’s avonds erg hectisch aan toe gaan in het verkeer, maar nu is het redelijk rustig, vermoedelijk ook vanwege de vakantie. Het is erg warm en er is ook niet veel volk op straat. We lopen een paar uurtjes rond, maar veel kan ons niet boeien, deels door de warmte, de vermoeidheid, en het weer zoveel van hetzelfde. Winkels tref je hier bijna niet aan. Die zijn verhuisd naar de meubelboulevards in de buitenwijken. Op de middag komt er toch enig leven in de stad wanneer vele mensen gaan lunchen. Wij doen hetzelfde en eten een ‘crunchy cajun’ slaatje in de grote aula van het Wells Fargo gebouw.

We houden het dan wel voor bekeken en nemen de tram terug naar het hotel. Ik ga nog even winkelen. Mijn laatste stop is een kleine leger surplus shop, gerund door een jonge blonde poes, Jasmine. Ik vind echter niets naar mijn gading voor de som van mijn laatste dollars die ik niet naar huis wil meenemen. De hitte en de vermoeidheid dwingen mij rond vier uur ook terug naar het hotel.

 

´s Avonds gaan we eten in het Beef ´n Bottle Steakhouse. Hier worden we vriendelijk geholpen door een oude blonde poes. Tot haar teleurstelling nemen we geen dure steak, maar beperken we ons tot een salade en wat pasta. Toch blijft ze erg vriendelijk, hoort ons even uit en wenst ons een goede terugvlucht naar Europa.

 

Ik probeer te slapen maar kan de slaap toch niet onmiddellijk vatten, vermoedelijk van de spanning omtrent de lastige terugreis die ons te wachten staat. Plots hoor ik gedrup in de badkamer. Het wordt steeds erger, en op de duur ga ik toch eens kijken of ik de kraan wel goed dichtgedraaid heb. Ik zie water uit het plafond sijpelen, gelukkig recht in het bad. Ik verwittig de receptie dat mijn bovenbuur vermoedelijk een waterlek heeft. De receptionist vraagt mij of ik van kamer wil veranderen, hetgeen ik snel afwijs. Enkele minuten later hoor ik gestommel in de kamer boven me, en nog wat later houdt het gedruppel op. 

 

 

 

Dag 87 (dinsdag 26 juli 2022):

Charlotte NC - Inleveren motoren

 

Ik ga ’s morgens om half acht toch nog eens de motor inspecteren bij volle daglicht, en poets deze hier en daar nog wat op.

Om 8 uur gaan we ontbijten. Het ontbijt is inderdaad iets beter dan hetgeen de de laatste weken meestal achter de kiezen gestoken hebben: er is omelet met kaas beschikbaar, evenals kleine vette worstjes. Bij het ontbijt vertelt Udo mij dat hij de lijmresten op zijn benzinetank gemakkelijk heeft kunnen verwijderen met gewone benzine.

 

Dan zijn we klaar voor de laatste rit: een tiental kilometer naar het huis van Merle, de verhuurder van de motoren. We zien ook nog het ganse gezinnetje; de jongste dochter is ondertussen meer dan drie maanden oud. Merle bouwde ondertussen samen met zijn vriend Maika achter in zijn tuin een ‘Tiny House’ dat hij wenst te verhuren via Air-B&B.

We drinken nog een koffie, terwijl de ochter van drie alweer aan het tekenen gaat, goed in geduffeld in een dekentje, want het is koud in huis door de airco. Wat later brengt Merle ons terug naar het hotel, samen met onze grote valiezen, die drie maanden bij hem blijven staan zijn. Hiermee eindigt een belangrijk element van deze reis: de huur van de motoren. We beseffen ten volle hoeveel geluk we hebben gehad deze motoren samen te kunnen huren aan een schappelijk prijs, en met een goede service.

 

Na de middag start ik onmiddellijk met het schikken van mijn bagage, wat in de grote valies moet, wat mee mag als handbagage in de passagiersruimte. En nu pas heb ik wat tijd om weer verder dit verslag bij te werken, met iets minder zin weliswaar, maar met de motivatie dat de herinnering aan deze maandenlange trip niet mag verloren gaan.

 

Ik ga vroeg slapen om geleidelijk aan mijn slaap/waakritme te verschuiven naar dat van thuis.

 

Dag 86 (maandag 25 juli 2022):

Sevierville TN – Charlotte NC -  220 miles

 

Ik ben vroeg wakker. De muggenbeten zijn al minder opgezet. Ik werk de blog bij en herschik wat bagage, want deze namiddag moet alles mee naar de kamer in het volgende en laatste hotel.

 

De route naar Charlotte is niet zorgvuldig uitgetekend ditmaal. We proberen de stedelijke agglomeraties te vermijden, rijden doorheen het mooie platteland van Tennessee, en vervolgens North Carolina, en gaan bij het naderen van Charlotte de snelweg op, om zoveel mogelijk stilstand aan rode lichten te vermijden.

 

Rond drie uur komen we aan in Charlotte. Het is weer erg warm en vochtig. Daar zal nog onweer van komen.

 

 

Ik laad alles snel over naar mijn hotelkamer, en ontdoe de motor van alle persoonlijke spullen. Vervolgens ga ik de motor een beetje proper spuiten in een carwash. Er zijn nog wat lijmresten van de Duct tape die ik gebruikte om de lak te beschermen tegen wrijving, en ga in het supermarktje verderop wat aceton kopen. Het kost mij toch een half uur om de taaie lijmresten er af te krijgen, maar het resultaat is goed: de tank is onbeschadigd.

 

’s Avonds gaan we eten in een ‘family restaurant’, even verderop. Alles is eetbaar, maar het is collegekost, en dus niet erg lekker. De dienster vraagt of het ons gesmaakt heeft. Ik zou dat niet eens durven vragen. Volgende keer beter.Bij het betalen zeg ik onmiddellijk dat ik mijn pincode zal moeten ingeven. De kassierster probeert een paar keer vruchteloos op haar manier, vraagt mij dan naar mijn code zodat zij die kan intikken, wat ik natuurlijk weiger, en laat mij dan na veel aandringen toch mijn pincode ingeven. Nu lukt het natuurlijk wel. Alleen al over hoe Amerika omgaat met creditcards kun je een ganse pagina vullen. Er moet wel heel wat fraude zijn, en dan vooral ten nadele van mensen die minder opgeleid zijn, of minder of niet kunnen rekenen.

Bij het verlaten van het restaurant is het hevig aan het regenen. Gelukkig hebben we een paraplu en regenjas meegebracht.

 

 

Dag 85 (zondag 24 juli 2022):

Sevierville TN - rondrit Great Smokey Mountains – 170 miles

 

Het heeft gisteravond heel erg geonweerd. Er is heel wat regen gevallen. Ondertussen is bij het ochtendgloren alle bewolking verdwenen, en lijken we weer af te stevenen op een temperatuurhoogterecord. De muggenbeetletsels zijn nog verergerd, en de jeuk heeft mijn slaap deze nacht verstoord. Dat wordt nog meer smeren, pilletje pakken, en vooral nog wat afzien. Hopelijk zijn ze tegen donderdag grotendeels genezen, want men zou dat wel eens kunnen aanzien voor apenpokken.

 

Ontbijten doen we op Udo’s kamer: dat is dichter bij de receptie, waar koffie te verkrijgen is.

 

Dit is de streek van de Great Smokey Mountains, en omvatten enkele van de hoogste toppen van de Appalachen. Je kunt er overheen wandelen via een trail, maar dat is voor ons niet weggelegd. Een mooie rondrit rond het Nationaal Park is dat wel, en we vatten de rit aan richting Cherokee. Eerst nog een vervelende passage doorheen het schreeuwerige Pigeons Forge, waar tientallen attractieparken om aandacht schreeuwen, je kunt het niet gek genoeg bedenken.

 

Gelukkig belanden we even later in de nog frisse lommerd van de Parkweg. Dit Nationaal Park is het drukst bezochte van de VS, en dat betekent alweer bumperkleven. Gelukkig vermindert dit naarmate we meer zuidwaarts komen, en heel wat mensen reeds ergens een parkeerplaatsje gevonden hebben om vandaaruit een wandeling te kunnen starten. Niet ver voor Cherokee kruisen we de Blue Ridge Parkway, die hier eindigt, ongeveer op de grens tussen Tennessee en North Carolina.

 

Cherokee is een dorpje met beperkte, en dure, overnachtingsplaatsen, en heeft haar eigenheid en rust nog enigszins weten te bewaren, behalve even buiten het dorpje, waar op een kruising van grote wegen toch nog wat gekende horeca geconcentreerd zit. We stoppen er even, en nemen een koffie met een kleinigheid erbij.

 

We zetten de weg verder richting Tallassee langs de rustige lommerrijke Fontana Lake Road, van waar we uit de hoogte nu en dan een blik kunnen werpen op de Fontana Lake in de diepte. Voorbij de dam volgen we de Little Tennessee River, tot net voor Tapoca, waar de ‘Tail of the Dragon Road’ start. Deze weg maakt op 11 mijl meer dan scherpe 300 bochten.

 

We blijven eerst eens al het gedoe observeren van de motorijders en autorijders die naar hier zijn afgezakt om langs deze iconisch weg te rijden. In het winkeltje allofthedragon.com is van alles te koop met opschriften van de route. De staat van de weg is uitstekend, het is droog, maar het is wel opletten geblazen voor andere weggebruikers. We hebben wel geluk. Er rijdt niemand vóór ons of achter ons op het ganse traject, en tegenliggers zijn schaars en beschaafd, op wat lawaai na.

 

Aan de voet van de weg is een grote Harley Davidsonwinkel. De Foothills Parkway is afgesloten voor het verkeer, dus rijden we rond langs Maryville, gelukkig grotendeels mooie rustige wegen, die ons even na vieren terug naar ons hotel voeren in Sevierville.

 

Na het eten rijdt Udo nog eens naar Pigeons Forge, vijf kilometer verderop, om daar wat foto’s te nemen, onder andere van de zinkende Titanic.

 

 

 

Dag 84 (zaterdag 23 juli 2022):

Wytheville VA – Sevierville TN – 240 miles

 

Mijn kamer heeft haar koelte redelijk goed kunnen behouden. Ik heb goed geslapen en sta monter op. Ik zoek de routes op die we vandaag kunnen volgen. Valleien met veel verkeer en stoplichten moeten zoveel mogelijk vermeden worden.

 

We ontbijten in het hotel. De ontbijtruimte is hier wat groter, en het aanbod evenzo. Er is een ‘waffle’ machine van dienst. Ik neem wat granen met melk, een paar sneden wonderbrood, en een yoghurtje. Het lijkt mij voldoende om de dag mee te starten. Udo neemt natuurlijk een wafel. Hij heeft vermoedelijk nog nooit de echt Belgische wafels geproefd.

 

Even na negen uur, bij een temperatuur van 30 graden, verlaten we het hotel, gaan tanken, en rijden onmiddellijk de snelweg op, die we westwaarts volgen tot Marion. Daar begint een fameuze motorroute, ‘the Back of the Dragon’. De route is inderdaad mooi: 32 mijl kronkelen doorheen een mooi afwisselend landschap. Onderweg komen we veel motorrijders tegen, in beide richtingen. De weg leidt ons naar Tazewell, waar een gelijknamige motorzaak ons avontuur op de rug van de draak afsluit. Er lijkt daar een groot feest aan de gang. We lopen er even rond. Een oudere man verzekert ons dat dit er hier elke week zo aan toe gaat, tenminste als het weer het toelaat. Het moet gezegd dat deze route redelijk uniek is voor de VS. We hebben op onze reis weinig echt erg kronkelende routes tegengekomen. Meestal worden wegen breed aangelegd om zwaar vrachtverkeer toe te laten te kunnen passeren.

Op de parking zie ik plots niet één, maar twee nagels naast elkaar in de achterband zitten.

 

 

Met behulp van de tang van een behulpzame Harley-rijder haal ik beide nagels er voorzichtig uit, en check de bandendruk. Voorlopig geen probleem. De nagels zaten er erg schuin in en hebben mogelijk de band niet volledig doorboord. Gelukkig zijn dit ook tubeless banden; die verliezen niet snel hun druk. Ik hou het wel in de gaten.

 

We vervolgen de weg, en gaan dan de Clinch Mountain over langsheen een gravelweg doorheen een donker bos. De weg is niet geschikt voor truckers, maar is toch breed genoeg om een tegenligger te kunnen kruisen. Het blijkt toch de hoofdweg 91 te zijn, en voert ons overigens voorzichtig, maar zonder problemen de berg over.

Het is ondertussen twaalf uur voorbij, en net voor Saltville houden we halt aan bij Buck’s Drive-In. Koffie heeft hij niet, wel hamburgers en milkshakes. De koude chocolade milkshakes is welgekomen na alle inspanningen om ons doorheen  the Guts of the Dragon’ te worstelen.

 

We blijven de rustige landwegen lange tijd volgen langs de Rich Valley Road. Dit lukt aardig, maar komen dan toch nog rond 15u plots terecht op de drukke Highway in Kingsport, waarbij we Virginia verlaten en in Tennessee belanden. Het is hier 37 graden. Bij een welgekomen koffie in een Waffle House bespreken we wat we nu gaan doen: drie uur lang de verkeerslichtenboulevard volgen tot ons hotel, of rustiger vaarwater langs kleinere wegen. Onderweg stel ik vast dat ik vele muggenbeten heb.

 

We kiezen voor een uurtje autosnelweg, gevolgd door een rustige weg langsheen het Douglas stuwmeer, welke ons al gauw tot ons hotel brengt in Sevierville.

 

 

Het hotel lijkt erg mee te vallen. Voor het ontbijt zullen we echter zelf moeten zorgen.

 

We gaan ´s avonds gaan eten in een restaurant niet te ver van het hotel, wat echter nog steeds een kilometertje stappen is bij een hitte van 37 graden, en daarna nog wat ontbijtmateriaal gaan samenscharrelen in een supermarktje.

De muggenbeten zijn veroorzaakt door muggen waar ik erg allergisch aan ben en zijn reeds erg opgezet. Zalf smeren en pilletje pakken.

 

 

Dag 83 (vrijdag 22 juli 2022):

Wayneboro VA – Wytheville VA – 240 miles

 

Het blijft warm. Tijdens de nacht koelde het enigszins af tot 25 graden, maar dat zal niet van lange duur zijn.

 

Het ontbijt wordt aangeboden in de kleine receptieruimte, waar ook twee kleine tafeltjes staan, elk met twee stoelen. Het ontbijt is er alweer ‘to go’, dus eigenlijk om onderweg naar de uitgang mee te nemen, en dan buiten op de parking snel in je mond te proppen, en door te spoelen met de beker koffie die je in je andere hand houdt. Wijzelf doen het toch anders: wij bezetten gedurende een half uur één van de twee tafeltjes, en zien de andere gasten rondkijken, teleurgesteld een en ander meegrissen, en algauw weggaan.

 

We verlaten bij dertig graden het in de vallei gelegen Waynesboro, en hervatten de tocht hoger, op de bergrug, langs de Parkway op de plaats waar we er gisteren af reden. Vanaf hier noemt deze weg de Blue Ridge Parkway, alweer lopend over de bergrug, bijna 500 mijl lang, en doorheen twee staten, Virginia en North Carolina. Het is op zulk een weg dat je nog een echte indruk krijgt van hetgeen kolonisten, om het even vanwaar ze afkomstig waren, aantroffen toen ze voor het eerst dit land ontdekten enkele eeuwen terug.

 

De temperatuur schommelt hier tussen 27 en 30 graden, er is vaak wat schaduw en wat wind, en vooral, er is geen stilstand aan rode lichten. De enige stops zijn er aan de talrijke ‘viewpoints’ afwisselend links en rechts, waar je tientallen kilometers ver ziet: valleien, bergen, en spijtig genoeg ook de luchtvervuiling die er boven hangt als een vuilroze waas.

 

Er is opvallend weinig verkeer, en dat is onbegrijpelijk in deze vakantieperiode, Misschien dat de afwezigheid van hamburgertenten en ander kermisjolijt langs het traject hier wel voor iets tussen zit? Nu en dan kruisen we een andere motor.

We steken de James River over, en dit is meteen ook het laagst gelegen punt van het ganse traject, waarna de weg al snel weer naar boven loopt, meestal tussen 800 en 1000 meter boven de zeespiegel.

 

Deze Parkway behoort niet echt tot een Nationaal Park, maar wordt wel onderhouden door hun diensten.

 

Op de middag gaan we even uitrusten in de grote Peaks of Otter Lodge, gelegen aan een meertje, met restaurant en overnachtingsmogelijkheden.

 

Ter hoogte van Roanoke is de weg afgesloten, en moeten we een lastige omweg maken langsheen de stad Roanoke. Wat een geluk dat we niet de hele dag doorheen deze vallei moeten rijden. We hernemen de Parkway, stoppen even om uit te waaien, en halen opgelucht weer adem. Enkele reetjes steken snel de weg over. Het blijft toch altijd opletten geblazen!

 

Uiteindelijk moeten we even na drieën toch de Parkway verlaten, want die loopt zuidwaarts, terwijl wij naar het westen moeten. Gelukkig blijven de wegen erg landelijk en heel weinig bereden, en dalen we nog niet diep af in de vallei.

We steken de New River over, rijden onder de snelweg ver boven ons, en vervolgen de weg langs deze rustige landwegen tot Whyteville, waar we nog vóór het binnenrijden van het stadje ons hotel bereiken.

 

 

Hoewel een druk bezocht hotel, gaat alles er hier rustig en verzorgd aan toe. Wat een verschil met hetgeen we meemaakten tijdens de eerste maanden van onze reis, waar hotels toch vaak bezocht werden door mensen die leefden aan de rand van de maatschappij, en zich dus ook navenant gedroegen. En alweer stellen we vast dat prijs en kwaliteit van hotels niet in verhouding tot elkaar staan.

 

Voor een restaurant moeten we naar het stadje gaan, enkele kilometers verderop, onder een nog loodzware brandende zon. Het restaurantje waar we ons oog op laten vallen hebben is reeds volgeboekt. Het is gesitueerd in een groot oud huis opgebouwd uit boomstammen. We gaan verder het stadje in, en vinden dan toch een beter alternatief in het oude Bolling Wilson Hotel. We krijgen er lekker varkensgebraad met groenten voorgeschoteld.

 

Het ganse dorp is voorzien van luidsprekers, op de grond in de groenperkjes. Er komt luide muziek uit, soms wel storend, en hier en daar vermengd met ander muziek afkomstig uit passerende of stilstaande auto’s. Het is een mooi levendig stadje, met vermoedelijk wel een gevulde geschiedenis, af te leiden uit wat ik hier rondom mij zie.

Op onze terugweg is de zon reeds verdwenen achter de bergen, wat de lange wandeling iets draaglijker maakt, maar de hitte is nog steeds alomtegenwoordig.

 

 

 

Dag 82 (donderdag 21 juli 2022):

Arlington VA - Wayneboro VA – 185 miles

 

Aan de lange wandelingen van gisteren heb ik buiten wat ochtendstramheid niks over gehouden. Ik installeer mij dan ook redelijk uitgerust achter mijn Pc’tje, en krijg het verslag afgewerkt tegen halfacht, tijd om mij klaar te maken.

 

De resterende dagen rijden we doorheen de Appalachen, geen indrukwekkende bergen, maar naar het schijnt wel voorzien van mooie rustige motorwegen.

 

Na het ontbijt proberen we hier niet langer te blijven dan nodig, want het is al dertig graden, en het zal steeds warmer worden. Het is helemaal niet druk in de stad, en enkel de rode lichten zorgen voor enig oponthoud. We nemen Interstate 66 westwaarts. Die is wel druk, én bovendien betalend met een E-Zpass, een elektronische transponder waarover wij niet beschikken. Hopelijk maken ze een uitzondering voor motorrijders. Weeral een opzoekwerkje voor morgenvroeg.

 

In Centreville verlaten we deze dolle drukke verkeersas, rijden nog even door de stad, en vervolgens door het rustige Manassas National Battlefield Park, waar zwaar gevochten werd tijdens de Burgeroorlog begin jaren 1860.

Het stadsgewoel ligt ver achter ons. We rijden nog een uurtje doorheen het zacht glooiende groene landelijke Piedmont. In de verte duiken reeds de Appalachen op. De Piedmont is een uitgestrekte regio tussen de Atlantische kuststrook en de Appalachen, en gaat van Virginia in het Noordoosten tot Alabama in het Zuidwesten.

Hier in Virginia worden op deze hellingen ook aan wijnbouw gedaan. We rijden dan ook enkele min of meer grote ‘Chateuax’ voorbij.

Even voor de middag komen we aan in Front Royal. In het mooie Downtown stappen we af en doen ons tegoed aan een koffie met een scone in een lekker koel modern cafeetje. We zijn net op tijd, vóór de middagdrukte, want je kunt hier ook lunchen.

Terug buiten gekomen worden we overvallen door de loodzware vochtige hitte. Gelukkig begint hier het derde deel van onze etappe: de tocht langs de Skyline Drive doorheen het Shenandoah National Park. Het is een rit van iets meer dan honderd mijl op de top van de lange meest oostelijke bergrug van de Appalachen. Er zijn een tientallen uitzichtpunten waar je ofwel oostelijk, ofwel westelijk de regio kunt overzien. Hier boven daalt de temperatuur tot een draaglijke 27 graden, en is er bovendien nog enigszins wat verkoeling door de wind en de bomen. Een verkoelend onweertje zit er nog niet in voor vandaag.

 

Omstreeks 16 uur bereiken we uiteindelijk de uitgang van het park, rijden de berg af tot in de vallei, waar ons hotel op ons wacht in Waynesboro.

 

 

Om te eten zoeken we het vandaag niet te ver: er is een restaurant op wandelafstand waar je met een buffetformule kunt eten a volonté. En het blijkt bovendien ook nog lekker te zijn.

We bezoeken ook nog eens de grote DoeHetZelf ernaast, en bekijken het aanbod waarmee de Amerikaanse klusser thuis aan de slag kan.

’s Avonds in de hotelkamer kijk ik uitzonderlijk eens naar TV. ABC News rapporteert net over de hoorzitting betreffende de dag waarop Trump zijn ambt verloochende door niets te ondernemen bij de bestorming van het Capitool.

 

 

 

Dag 81 (woensdag 20 juli 2022):

Arlington VA – Washington DC – Arlington VA

 

Het is hier ’s nachts redelijk rustig, maar die nacht is dan wel kort. Tussen vier en vijf komt het leven op gang onder de vorm van verkeerslawaai, evenals hotelgasten die opkrassen.

 

We gaan om zeven uur ontbijten, om vroeg te kunnen vertrekken voor ons bezoek aan Washington DC, maar het is grotendeels verloren moeite, want hier in de stad koelt het tegen de morgen nauwelijks af tot 27 graden. Er is lekkere koffie, en met wat melk, muesli en een paar Activia yoghurtjes, hopen we voldoende krachten op te doen voor de stevige wandeling die op het programma staat.

 

Met de motor vertrekken we naar DC, en om negen uur stappen reeds langsheen de Washington National Mall. Het wordt een grote wandeling, waarbij ik mij hier beperk tot een opsomming, om later een en ander detail te kunnen aanvullen.

 

Smithsonian Institute, Ulysses Grant Memorial, US Capitole, Peace Monument, Chinatown, het Witte Huis met de naastliggende Office Executive Buildings, Downtown, de Panamerican Health Organization, de Harry Truman Building,, het Lincoln Memorial, het World War II Memorial, het Witte huis aan de Zuidkant, German American Friendship Garden, het Washington Monument, het National Museum of African American History and Culture, het US Holocaust Memorial Museum.

 

Wat vooral opvalt in deze opsomming, is hetgeen er níet op staat. Washington bezit heel vele musea, en is zeker een bezoek van een weekje waard indien je in een weekje tijd eens de ganse geschiedenis en cultuur van de VS in een notendop wil opsnuiven. Kies dan best een moment uit tijdens een tussenseizoen.

 

We stappen de motoren op, steken weer de Potomac River over, en rijden naar het Arlington National Cemetery.Hier liggen mensen begraven die op een of andere manier hun land een dienst bewezen hebben, meestal door hun jonge leven te geven in een veraf gelegen land, meestal in opdracht van die andere in dat mooiere graf, die op gezegende leeftijd rustig in bed overleed.

 

We lopen tot aan het graf van John F. Kennedy, voorzien van een eeuwige vlam, en is wellicht het meest bezochte graf op deze site. Hij ligt er begraven tussen zijn vrouw Jacqueline en twee van het kinderen die bij de geboorte of kort erna stierven.

Ik heb nog wat problemen om het parkeerterrein te verlaten, want de slagboom werkt niet, waarbij een parkeerwachter in gang schiet om dat ding naar boven te krijgen.

 

We nemen een paar uurtjes rust in het hotel, koelen een beetje af, want Udo staat roodgloeiend, letterlijk dan…

 

We gaan op stap om te gaan eten, stappen een restaurantje binnen, maar haasten ons weer naar buiten, want het lawaai van kwetterende mensen is niet te harden, en het buitenterras bevindt zich net naast de voorbijrazende auto´s. We zien een jonge Pakistaan, die ons fier zijn Royal Enfield 500 aat zien, welke hij onlangs kocht, en al gauw ontdeed van de uitlaat. Hij geeft ons fier een demonstratie van het vette geknal, waardoor we snel wegvluchten.

Gelukkig vinden we een paar honderd meter verder een Ierse pub, waar we heel lekker eten op een terrasje, ver genoeg van het lawaai, en genietend van een frisse bries. Ribbetjes, perfect klaargemaakt, met koolsla en frietjes. De uitbater is een echte Ier, ongeveer onze leeftijd, die zijn land 35 jaar terug verliet om hier te komen wonen. Hij is niet te spreken over dit land, en droomt reeds van zijn vakantie binnenkort in Ierland. Hij komt een paar keer persoonlijk kijken of we niets tekort komen.

 

Op het einde van de dag leert mijn stappenteller mij dat ik de grootste wandeling maakte sedert ik dit systeem installeerde, zowat een afstand tussen vijftien en twintig kilometer op zeven uur tijd bij een temperatuur grotendeels boven 35 graden. Mijn  rust is dus welverdiend.

 

 

Dag 80 (dinsdag 19 juli 2022):

Bethlehem PA – Arlington VA – 200 miles

 

Er is niks negatief over dit hotel te zeggen behalve dat de geluidsisolatie te wensen overlaat. Het drukke verkeer aan het kruispunt begint al om vier uur ’s morgens, en laat niet meer toe zelfs nog maar één oog te sluiten. Maar ik heb heerlijk geslapen in het donszachte bed.

 

Ik bereid de route voor van de rest van de week, zoek nog een laatste hotel op, en bekijk de weersvooruitzichten. Die zien er gelukkig goed uit, tenminste als je houdt van tropische temperaturen. Het wordt dus wel puffen de komende dagen. Maar dat alles is beter dan regen, want regen, bergen en motorrijden is geen optimale combinatie. Er wordt een hitte golf van 10 dagen voorspeld, over de ganse VS, van Oostkust tot Westkust. Vermoedelijk zullen nog wel mensen de steden trachten te ontvluchten, en verkoeling zoeken in de bergen.

 

We krijgen in een van de salons benden een mooi ontbijt voorgeschoteld. Ik neem een Griekse omelet, met spinazie en fetakaas binnenin.

 

 

We verlaten Bethlehem, en proberen kleinere verlaten wegen te volgen. Dit lukt met moeite. De streek hier kun je best vergelijken met ons overbebouwde Vlaanderen. We passeren arbeiderswijken, evenals mooie villawijken in heuvelrijk bebost gebied. In de vallei van de Schuykill River wordt het vlakker, dicht bebouwd, en slepen we ons voor van het ene rode licht naar het andere. Om tien uur is het reeds dertig graden.

 

In Pottstown stoppen we even voor de middag aan een Starbucks. We nemen een kleine koffie op schaduwrijk terrasje.

 

We zetten de weg voort langs de verkeerslichtenboulevards. Net voorbij Lancaster steken we de brede Susquehanna River over. Het wordt weer iets landelijker, vooral wanneer we Pennsylvania verlaten en een nieuwe staat, Maryland, binnenrijden. We rijden doorheen Westminster, en bereiken uiteindelijk de enorme stedelijke agglomeratie rond Washington DC (District of Columbia), waarvoor we dan nog een een paar uur nodig hebben om ons doorheen te worstelen, meestal stilstaand aan een van de wel honderd opeenvolgende rode lichten onder een loodzware zon.

Onderweg is er weinig bezienswaard, behalve dan de Washington National Cathedral, tot wanneer we door oudere wijken rijden met mooie huizen en bruisend stadsleven. We steken dan de brede Potomac River over, en rijden zo alweer een nieuwe staat binnen, Virginia. De stad Arlington is onze eindbestemming.

 

 

We zitten in een oud motel, maar redelijk goed gelegen op wandelafstand van het Pentagon. Eerst nemen we de motoren nog eens onderhanden, dat is snel gebeurd, gelukkig, want het zweet druipt me af.

 

Eten doen we in het Thaïs restaurant naast het hotel. We wandelen vervolgens nog tot aan het Air Force Memorial, met uitzicht op het Pentagon en het Arlington National Cemetery, en in de verte het Washington Monument.

Het duurt wel even voor ik in slaap geraak. Komt het door het eten, of door de koffie deze middag? Amerikaanse koffies   zijn doorgaans erg slap, maar die van Starbucks was een stevige.

 

 

Dag 79 (maandag 18 juli 2022):

Wilkes-Barre - Bethlehem PA – 70 miles

 

Het regent wanneer ik door het raam ga gluren welk weer we straks kunnen verwachten. Hopelijk gaat het snel over. Gelukkig rijden we vandaag niet erg ver. Ik drink een theetje, verzorg wat administratie, en ga dan ook nog eens een koffie halen beneden aan de receptie.

Om zeven uur heeft het regenen opgehouden.

 

We ontbijten op mijn kamer, en rommelen dan nog wat aan. We doen het rustig aan vandaag. Er is slechts een korte afstand te overbruggen tot onze volgende bestemming: Bethlehem. Daar ontmoeten we Cheyenne, een jonge vrouw van 24 die tot drie weken terug negen maanden verbleef bij vrienden van Udo, en met wie hij veel Engels oefende de maanden voor ons vertrek naar de VS. Ze was daar in het kader van een studenten uitwisselingsprogramma.

 

Wanneer we vertrekken rond halfelf is het al erg warm, zwaarbewolkt en extreem vochtig. We trekken alweer doorheen heuvels, bergen, valleien, bossen. Aan de kant van de weg staat een koppeltje reeën ons aan te staren. Wanneer we terugkeren en stoppen lopen ze nog niet weg, maar dan plots wel wanneer Udo zijn fotoapparaat uithaalt.

 

We passeren ook de Pocono Raceway, waar typisch Amerikaanse races gehouden worden met allerlei soorten voertuigen op een triangelvormig racecircuit. Ze halen er snelheden tot boven 300 km/uur, en halen rondetijden aan gemiddeld boven 250km/u.

Het circuit is gesloten. We kunnen enkel vanuit de verte de enorme tribune zien, en ons voorstellen wat voor enorme evenementen hier regelmatig plaatsvinden.

 

We stoppen voor een koffie bij Morghan Rake Coffee Roasters, maar het zaakje is dicht. Het lijkt eerder een vervallen spookhuis gevuld met antiquiteiten en rariteiten. Niet lang daarna begint het te druppelen, rijden we vervolgens even de onweersbui in, keren snel terug, en zoeken dan onderdak in een open verlaten bouwvallige garage.

 

In Bethlehem hebben we een mooi hotelletje uitgekozen in een oud klein kasteeltje. Het is onze mooiste overnachtingsplaats van de reis.

 

 

Even uitrusten en opfrissen nu, want het is ruim boven dertig graden, en het zweet druipt mij af.

 

Om vijf uur komt Cheyenne ons aan het hotel ophalen en gaan we op stap doorheen de historische stad. Ze kan heel wat vertellen over de eerste kolonisten, die uit Moravië in Tsjechië kwamen, en de streek hier ook naar vernoemden. Het stadje kreeg toen een naam op 25 december, en werd zo Bethlehem genoemd. Mannen en vrouwen hoewel getrouwd, leefden enige tijd strikt gescheiden. Ze mochten nu en dan de nacht samen doorbrengen in één specifiek gebouw. Op het kerkhof was de ene helft voorbehouden voor mannen, de andere voor vrouwen. Het oude schooltje is nu een dure privéschool, maar de kinderen spelen nog net als vroeger op het gras tussen de grafstenen. Ik neem mij voor om eens zelf hierover iets op te zoeken. Tijdens de wandeling begint het te stortregenen, en gaan we even schuilen onder een portiek.

 

We lopen langsheen mooie stenen huizen die mij hier en daar wel aan Nederland doen denken. Ze zijn hier erg duur: minstens vier maal zo duur als een vergelijkbare woning elders in de stad.

 

We gaan eten in restaurant Bayou, waar lekkere, maar niet zo gebruikelijke gerechten voor de VS worden geserveerd. Ik bestel een Cuba Bayou. Ik laat het mij smaken. Drankjes worden geserveerd in confituurpotten, ook bier. Ook tijdens de maaltijd zien we een enorme plensbui door het raam. Gelukkig zitten we binnen.

 

Na het eten zet Cheyenne ons terug af aan ons hotel. Het is ondertussen negen uur en bijn stikdonker buiten, mede door de zware bewolking en de omringende heuvels. Udo wil nog even wandelen. Ik gan niet mee. Even later op mijn kamer hoor ik weer een onweer losbarsten met hevige regen. Wat later hoor ik hem op de trap aankomen en zijn kamerdeur openen. Ik krijg een berichtje dat de wandeling geen goed idee was.

 

 

 

Dag 78 (zondag 17 juli 2022):

Warsaw NY – Wilkes-Barre – 200 miles

 

Goed geslapen. Wat was het hier stil deze nacht. Gelukkig heb ik de stekker van de koelkast uitgetrokken voor het slapen, want die ronkt als een beer.

Wanneer ik de gordijn opentrek zie ik dat er nochtans heel wat auto’s bijgekomen zijn. Ik heb ze niet gehoord. We zijn hier in een totaal ander deel van de VS, meer beschaafd, meer Europees. De aard van het stadje zal ook wel bijdragen aan de rust en de afwezigheid van onbetamelijk gedrag van andere gasten. Nochtans is dit motelletje oud en versleten, niet zozeer goed onderhouden, maar eerder onbeschadigd, alsof de klanten er beter zorg voor gedragen hebben.

 

We ontbijten op de tuinbank onder de rode esdoorn. Het is reeds zo’n 25 graden.

 

 

Rond negen uur kunnen we weer vertrekken, zuidoostwaarts, richting Pennsylvania. De bergen worden wat hoger, we volgen valleien en rivieren, en rijden door mooie dorpjes, eentje zelfs met een echt groot dorpsplein zoals bij ons. Het landschap is erg afwisselend: We dwarsen hier echt de Appalachen, niet indrukwekkend als gebergte, maar wel voorzien van groen, onder de vorm van landerijen en bossen. Grote landbouwbedrijven treffen we hier niet meer aan.

 

Om halftwaalf stappen we af bij Emmie’s Ice Cream & Grill, voor een koffie, en nemen even wat rust in de schaduw. Het is ondertussen rond de dertig graden geworden. De drie vrouwen die het zaakje runnen komen om beurten buiten om te roken, natuurlijk uit verslaving, maar mogelijk ook om hun uitgesproken overgewicht onder controle te houden.

 

Geleidelijk komen wat meer wolken aanzetten. Men heeft mogelijk regen voorspeld. De wolken houden de temperatuur draaglijk rond dertig graden. We rijden de staat Pennsylvania binnen, niet zo erg verschillend van New York, behalve dat hier duidelijk minder welvaart is. Meer kleine boertjes, rommeliger, veel goedkope slecht onderhouden woningen.

Pennsylvania heeft ook een hele geschiedenis van kolenmijnbouw. Er waren hier vroeger wel 5000 koolmijnen. Nu zijn er nog een veertigtal actief. Het verklaart ook de de achterstand van deze regio. Er zijn wel enige gelijkenissen te vinden met Wallonië. Toch doet de staat het de laatste twintig jaar steeds beter, met een werkloosheid die reeds gedaald is onder 5%. Daar kunnen wijn Belgen slechts van dromen. Hoewel,… het zijn meestal geen droomjobs die aangeboden worden.

 

In de namiddag wordt het drukker op de baan. We nemen hier en daar een kleinere weg, erg rustig, houden even halt om een zwerm Canadese ganzen te zien vluchten naar een nabijgelegen vijver.

 

Toch vermoeid door de warmte, en het intensieve rijden door dit bochtig landschap, te midden van het drukker verkeer, komen we aan in Wilkes-Barre. Het hotel valt wel mee, toch al zeker de kamers. De andere hotelgasten,… dat valt nog af te wachten.

 

 

Om zes uur gaan we eten bij de Japanner. Het is lekker en gezond.

 

 

 

Dag 77 (zaterdag 16 juli 2022):

London CAN – Warsaw NY – 210 miles

 

Ik ben wakker om drie uur, maar slaag er toch in al draaiend en kerend toch nog een paar uurtjes bedrust toe te voegen aan de korte nacht. Ik voel aan mijn lichaam dat die lange reizen zwaar worden, en ben blij dat ik mijn lijstje toch kon afwerken in een periode van mijn leven dat mijn gezondheid dit toeliet.

Wanneer ik dan toch opsta is het nog donker. Ik zie het langzaam klaar worden, hier vanop de derde verdieping, met uitzicht op een mooi groen park, en een zwerm grote witte vogels, die nu en dan overvliegen. De vogels zijn nu neergestreken op het gazon, en tippelen daar rond. Vermoedelijk duiven. Ik maak een theetje klaar en begin aan de blog.

 

Oei! Zeven uur! Snel klaarmaken nu. Wanneer ik uit de badkamer kom zit Udo reeds gans klaar aan de ontbijttafel. Ik had hem niet gehoord. We ontbijten en nemen de lift naar beneden. Een gezinnetje neemt samen met ons de lift. De man zegt: jullie komen ook van ver, van Pennsylvania. Ja, nog van veel verder, van België en Duitsland. Hij is even sprakeloos. Voor vele Amerikanen is hun eigen land reeds eindeloos groot, en ligt Europa aan de andere kant van het heelal.

 

Het is druk op de weg. Het lijkt er op dat nog mensen op het gedacht gekomen zijn om vandaag de Niagara watervallen te gaan bezoeken. Dit lijkt natuurlijk ook zo omdat wij voortdurend worden ingehaald door andere auto’s, die hier steevast heel wat sneller rijden dan toegelaten is. Op het einde van de voormiddag nemen we dan toch even een echte (koffie)pauze op het terras naast een tankstation.

 

Vervolgens rijden we nog even tot aan het Ontariomeer, het vierde van de vijf grote Amerikaanse meren.

 

Een half uurtje later bereiken we dan de Niagara Parkway. Deze weg loopt langsheen de Niagara River, die het water vanuit Lake Erie noordwaarts afvoert naar Lake Ontario. Er zijn op de route verschillende uitzichtpunten waar je de rivier in de diepte van de Canyon kan zie stromen. De rivier scheidt ook Canada van de VS. Beide landen hebben elk aan hun zijde een grote hydro-elektrische installatie.

 

Even na de middag komt dan toch ons doel in zicht: de watervallen. We zijn er net op het goede moment, want de meeste Amerikanen zijn nu ergens aan het eten. We vinden dus gemakkelijk een parkeerplaats dicht bij de watervallen en kunnen op ons gemak zonder te moeten drummen vanop verschillende plaatsen de watervallen aanschouwen. De twee watervallen zijn in feite slechts een deel van de watervallen. Er zijn nog twee andere, kleinere, op Amerikaans grondgebied. Deze worden ook de Horseshoe Waterfalls genoemd. Links is er dan ook nog de regenboogbrug, die beide landen verbindt, en dus een grensovergang is, met alle formaliteiten van dien. We hebben de goede keuze gemaakt om de watervallen vanuit Canada te komen bekijken, want het is wel indrukwekkend te zien hoe het water vanop een hoogte van meer dan vijftig meter naar beneden dondert, terwijl daar beneden grote boten, gevuld met mensen, tot heel dicht de watervallen naderen, en dan verdwijnen in de mist van kleine waterdeeltjes. Dát spektakel geeft nog het beste weer hoe enorm die watervallen wel zijn.

 

Aan een kraampje deelt een jongeman blikjes drank uit. Een gratis proevertje. Ik neem een slok. Spuitwater met frambozensmaak. Alvast zeker geen AHA-erlebnis. Dan nog een slokje, en de rest van het goedje verdwijnt in de vuilbak.

 

Wanneer we terug de motor opstappen en wegrijden staan steeds meer mensen te drummen om iets op te vangen van het spektakel beneden. We hebben dus perfect het juiste moment gekozen voor het bezoek. Ken je pappenheimers!

We rijden verder langs de Niagara River Parkway en zien nog de stroomversnellingen in de brede rivier, waar het water over een plateau heen moet om zich dan wat verder naar beneden te storten. Erg mooi.

 

We hebben het gezien en rijden nu verder naar het volgend avontuur: de grenspassage, terug de VS in. Onderweg rij ik even verkeerd, moet terug door het grind, en verlies bijna, maar net niet, de controle over de zware motor. Het is de eerste maal dat ik bijna gevallen ben met de motor, wat we te allen prijze willen vermijden, want de motoren zijn niet van ons en nog tamelijk nieuw.

 

Aan de grens is er weinig volk, en zijn twee poortjes vrij. Ik ga eerst en zie dat Udo aanschuift achter mij. Een jonge blonde vrouwelijke douanier kijkt mij streng aan en zegt aanvankelijk niets. Ik geef mijn paspoort, ze kijkt er in, en vraagt waarom ik ‘zo’ een stempel heb. Ik kreeg een stempel in Charlotte bij het aankomen in de luchthaven, zonder dat de douanier toen enige vraag gesteld had. Het staat de douanier hier blijkbaar niet aan.

Ik word verder gestuurd naar het kantoor, waar ik een kwartier moet wachten tot het mijn beurt is. De douanebediende hier, ook een vrouw, bekijkt mijn papieren, en zegt dat er helemaal geen probleem is, dat ik met dit visum probleemloos de VS binnen kan tot 2027, telkens voor zes maanden. Ze geeft mij vriendelijk een hele uitleg, dat die kleine garnalen aan de poortjes niet alles weten, kortom, ik begrijp dat ik gewoon het slachtoffer ben van het systeem, dat de informatica in feite reeds alles overgenomen heeft, maar dat al deze mensen dagelijks moeten aantonen dat hun aanwezigheid hier nodig is door zichzelf continu aan het werk te houden. Nil nove sub sole. Het is hier niet anders dan in al die grensovergangen in Oost-Europa, Zuid-Amerika en Azië. Tijdverlies om de noodzakelijkheid van het grenspersoneel aan te tonen en jobzekerheid te garanderen.

 

Ondertussen is Udo er wel vlot doorgeraakt, zonder veel vragen, omdat ik alle antwoorden reeds gegeven had. Doordat hij het grensterrein onmiddellijk moest verlaten en niet op mij mocht wachten zijn we elkaar dus kwijt. Ik stuur hem nog berichtjes, tracht hem tevergeefs telefonisch te bereiken, en ga dan op mijn eentje even tot aan het Eriemeer, het vijfde van de vijf grote meren, en tegelijk ook het meest vervuilde.

 

Vervolgens probeer ik Buffalo te verlaten. Ik heb geen interesse om een bezoekje te brengen aan de site waar de massamoord plaatsvond voor enkele weken, en welke met de grond gelijk gemaakt is. Buiten de stad gekomen, rij ik door een mooie groene streek met veel heuvels en bossen, onderdeel van de Appalachen, een berg en heuvelketen gaande van Noordoosten zuidwestwaarts tot in Tennessee.

 

Ik bereik ons hotel rond halfvijf. Udo is er nog niet. Een uurtje later komt hij er ook aan. Hij heeft in Bufaalo nog wat  rondgereden en verkeerd gereden.

 

 

´s Avonds lekker eten in een ‘family restaurant’.

Het dorpje blijkt bij nader inzien toch eerder een stadje te zijn, en hoofdstad van Wyoming County. Er is een redelijk groot hospitaal aan de rand van de stad, en dat verklaart misschien ook de vele mooie dure woningen, goed onderhouden, tussen stadscentrum en hospitaal. Toch wonen hier minder dan 4000 inwoners.

 

 

Dag 76 (vrijdag 15 juli 2022):

Bay City MI – London CAN – 175 miles

 

Om vijf uur ’s morgens hoor ik mijn buurman wegrijden met zijn auto. Even later sta ik zelf op. Het is nog donker. Om zeven uur komt de buurman echter terug, en hoor ik hem verder niet meer.

 

Mooi weer, en dat zal hopelijk nog zo blijven voor twee weken. We ontbijten om halfacht, zodat we hopelijk om halfnegen kunnen vertrekken, om op tijd de grenspost te bereiken, want we hebben een tijdsslot geboekt om 11u. Ik probeer nog snel mijn blog op het web te zetten, maar dat lukt maar half omdat het internet alweer te traag is.

 

We gaan tanken en vertrekken. We rijden door Canada om Detroit te vermijden, alsook om de grote omweg rond het Eriemeer niet te hoeven maken, en vooral omdat de Canadese zijde van de Niagara Falls mooier schijnt te zijn.

De weg voert langs secundaire wegen door landbouwgebied. Michigan is de grootste melkleverancier van de VS, maar hier zien we eerder het soort bedrijven dat we bij ons zien. Er wordt veel maïs gekweekt, vermoedelijk voor vee dat op stal blijft, want er zijn wel veel stallen, maar geen weiden. De dorpjes hebben een gans ander uitzicht, vooral door de aanwezigheid van tal van stenen huizen.

 

Rond elf uur gaan we de grote tolbrug over tussen Port Huron en Sarnia. We rijden zo over de brede St Claire River, die de Lake St Claire, waar Detroit ligt, en dat verder in verbinding staat met het Erie meer, verbindt met het Huron meer. Eerder een soort zeestraat dan een rivier dus.

Net over de brug kunnen we zonder wachten doorheen de douane, wat heel vlot gaat. Een totaal apathische douanier vraagt vanwaar ik ben, en waar ik heen ga. Hij bekijkt even mijn paspoort, en zelfs zonder te checken of ik dat wel ben onder die helm laat hij me door.

 

Het landschap hier aan Canadese zijde is bijna gans vlak, met extensieve landbouw, weinig bomen, en weinig interessant. We eten onderweg frieten aan een echt frietkot, natuurlijk niet zo lekker als bij ons. Daarna toch nog een koffiestop in een heuse tearoom, waar ook handwerkjes verkocht worden. Udo voelt zich daar echt niet thuis, tussen al die kwekkende dames en  vrouwelijke brollaria. Ik daarentegen ben gans mijn leven omringd geweest door vrouwen die handig waren met naald en draad.

 

Uiteindelijk bereiken we London, een grote stad met bijna vierhonderdduizend inwoners, waar we uiteindelijk toch relatief vlot tot bij ons einddoel geraken.

We hebben een suite geboekt in een residentiegebouw op de campus van de Fanshawe University. Die worden in de zomer voor een prikje verhuurd aan toeristen. Het duurt wel even om in te checken, maar kunnen dan even later intrekken in de bijna nieuwe mooie suite, waar we elk een eigen kamer en badkamer hebben, uitgevend op de living met kitchenette. Dit is onze goedkoopste overnachting van de ganse reis.

 

 

We gaan om zes uur eten in een restaurantje rechtover de campus. Er dreigt onweer, en we riskeren ons niet te ver, want aan het vorige in Iron Mountain heb ik toch een lichte verkoudheid overgehouden. In het restaurant zijn een bende luidruchtige Harley rijders neergestreken. Ik denk  dat ze verder ongevaarlijk zijn.

Ik neem een lasagne, die geserveerd wordt samen met een kleine Caesar Salad. Udo neemt een Cobb’s salad.

 

Na het eten gaan we nog wat voorraad inslaan voor het ontbij van morgenvroeg. In het supermarktje blijven we nogal lang hangen bij de melk, waarvan de kleine flesje blijkbaar allemaal voorzien zijn van een of ander smaakje. De jonge kassierster komt bezorgd kijken. Ik heb net de juiste gewone melk gevonden; de flesje waren niet goed ingevuld op de juiste plaats. Ze excuseert zich hiervoor en begint een babbeltje te slaan, nieuwsgierig omwille van die twee mannen die hier enkel enkele ‘healthy food items’ komen kopen. We vertellen haar van onze reis. Na het betalen stop ze ons nog gratis twee KiteKat repen in de hand, als is ze bezorgd om de ondervoede indruk die we geven. Enigszins verrast bedanken we, en verlaten het winkeltje.

 

 

 

Dag 75 (donderdag 14 juli 2022):

Saint Ignace MI – Bay City MI – 240 miles

 

Alweer mooi weer, en dat zal zo de komende dagen blijven. Ik ga koffie halen in de ‘Office’, want op de kamer zijn geen voorzieningen, en het motel levert geen ontbijt. Het motelletje is al oud, maar redelijk goed onderhouden, en de gastheren zijn erg vriendelijk.  Het motel ontleent zijn naam niet aan de vuurtoren die aan de andere kant van de straat staat, maar aan de brandweer, Misschien stond hier vroeger een brandweerkazerne? In het logo van het hotel zit dat van de brandweer duidelijk verweven, en overal zie je wel enig foto’s hangen die verwijzen naar de brandweer.

We ontbijten op mijn kamer, want er is hier een grote tafel met twee stoelen.

 

Rond negenen verlaten we Saint Ignace en steken de ‘zeestraat’ over tussen het Michiganmeer en het Huronmeer. Er moeten hier grote schepen kunnen passeren, van en naar Chicago en Milwaukee, dus is dit alweer een enorme constructie. Hiervoor wordt tol gevraagd, en passeren we dus eerst de tolpoortwachter vooraleer de brug over te mogen.

 

Er zijn werken aan de gang, zowel op de brug, als op de snelweg verderop. We kunnen zo de gewenste afslag niet nemen, en worden verplicht wat verderop een andere weg te nemen, onverhard ditmaal. Het grootste deel is goed berijdbaar, maar erg stoffig. Er zijn echter ook delen tussen met los zand, modder, putten en dan ook nog losse gravel. Allemaal heikele passages die we gelukkig zonder ‘moto’-scheuren doorstaan. We bereiken alzo weer de verharde kustweg die ons langsheen het Huronmeer zuidwaarts naar Bay City voert.

 

Dit is een heel andere kust dan langs het Michiganmeer, dat weinig bewoning langsheen de oevers toont. Misschien zitten de vele grote stormen in het noordelijk deel van het Michiganmeer daar wel voor iets tussen. Hier zie je de ene woning naast de andere die dan ook het strand inpalmt. Hier en daar zijn wel publieke toegangen tot het strand. Op zo een strookje met parking ontmoeten we George Borst, een man uit Chicago, op een BMW RT. We blijven wel een uur aan de praat. Hij is een veelrijder sedert zijn pensioen, en geeft ons hier en daar wel interessante tips voor onze verdere reis. Hij is aangenaam verrast als ik zeg dat zijn naam vermoedelijk een Nederlandse naam is, want hij dacht altijd die naam uit het Pools of Fins kwam.

 

 

Een sympathieke man. Ik geef hem mijn coördinaten en ben benieuwd of ik nog van hem hoor.

 

We rijden verder. Hier en daar zien we het water van het meer tussen de bomen en de huizen doorschemeren.

Het wordt ondertussen ruim na de middag, en we houden rond halftwee nog even halt voor een lekkere koffie in heel mooie koffiezaak in Alpena. Ik neem de kleinste beker, nog altijd bijna een halve liter groot…

Het duurt wel even voor ik die binnen heb, en de meisjes achter de bar wachten vriendelijk, maar toch enigszins ongeduldig, want ze willen om twee uur sluiten.

 

Het blijft de hele dag mooi weer, met een aangename 21 graden. We stoppen nog enkele malen aan het meer, en bereiken dan uiteindelijk toch Bay City. Het is ondertussen reeds zes uur. We checken in, en krijgen te horen dat er toch geen ontbijt is, in tegenstelling tot hetgeen we op papier geboekt hebben. Het hotel wordt gerund door Indiërs.

 

 

 

Na het inchecken worden we aangesproken door een Canadees uit Calgary op een Honda Goldwing. Hij is ook onze leeftijd, maar slecht te been, en wil volgend jaar een mototrip naar Europa maken. Hij geeft ons ook enkele nuttige tips om doorheen Canada te reizen. We willen immers morgen een strook Canada doorheen rijden naar de Niagara watervallen, die mooier schijnen te zijn aan Canadese zijde.

Avondmaal nemen we bij de Mexicaan. We gaan daarna ook nog melk en yoghurt kopen in de mooie Kroger Supermarkt, waar alweer een groot divers aanbod van verse en gezonde producten is, natuurlijk naast al het andere…

’s Avonds hebben we dan nog een uurtje werk om alle formaliteiten voor te bereiden voor de passage door Canada.

 

 

 

Dag 74 (woensdag 13 juli 2022):

Iron Mountain MI – Saint Ignace - MI 200 miles

 

Het regenen heeft opgehouden, en een mooie blauwe hemel voorspelt weer een periode van droog weer. We hebben tot nu toe veel geluk gehad met het weer, hoe lastig soms ook omwille van de hitte.

 

Om zes uur ga ik naar beneden en reserveer alvast twee yoghurtjes door ze mee te nemen naar mijn kamer. Ik werk de blog bij, en ga om 8u30 met Udo ontbijten. We vullen het karige ontbijt aan met een en ander dat we zelf kochten. Ik neem een belegd broodje, haal er het vlees van tussen, en werp dit in de afvalbak. De kaas en de omelet laat ik er tussen zitten. Zo is het nog wel te eten.

 

Rond halftien vertrekken we. Het is nog aangenaam fris. We rijden door een weinig bevolkte streek, hoofdzakelijk bebost, en bereiken dan Escanaba, een stadje gelegen aan het Michiganmeer. We rijden tot aan het water, waar ook een oude vuurtoren staat, en aanschouwen dit oneindig lijkend meer dat bijna dubbel zo groot ia als België. Het vormt ook een scheepsvaartroute tot in Chicago en Milwaukee.

Ondanks de toeristische troeven die dit mooie stadje heeft is er van toerisme weinig te merken.

 

We rijden weer verder noordwaarts omheen het meer, nu en dan langs het water, maar meestal doorheen de bossen van het Hiawatha National Forest. Langs de kant van de weg proberen plots twee Canadese kraanvogels op te vliegen, op slechts enkele meters van ons. Gelukkig zijn ze zwaarder en dus trager dan ooievaars, en zijn we er voorbij terwijl ze nog slechts hun aanloop nemen. Ze zijn grijs van grondkleur met grote overlangse vegen bruin.

 

In Thompson nemen we een koffiepauze buiten aan de shop van een benzinestation. Een oude zware man komt aangereden, opent de motorkap, en controleert het oliepeil. Dan waggelt hij moeizaam naar de shop, en begroet ons. Hoe Gaat het? Goed, en met U? Vandaag minder goed. Zonder verdere uitleg gaat hij naar binnen, en komt even later buiten met twee liter olie, die hij volledig in de motor kapt. Die motor moet wel droog gestaan hebben… Misschien was het lampje gaan branden…

 

Ondertussen is de tijd alweer een uur opgeschoven, voor de laatste maal hier in Amerika. We zitten nu op Oost-Amerikaanse tijd.

 

We rijden weer verder. Er is redelijk wat verkeer, maar de niet te hoge temperatuur maakt het aangenaam rijden. We bereiken uiteindelijk Saint Ignace even voor vijf uur. Het is gelegen aan de verbinding tussen Michiganmeer en Huronmeer.

Het motel is gelegen rechtover een oude vuurtoren, waaraan het zijn naam ontleend heeft.

 

 

Het klein stadje is een van de oudste Europese nederzettingen in Amerika, en dateert van 1671, toen Franse Jezuïeten hier een missie oprichtten. Uiteindelijk bleven de Franse Jezuïeten hier maar zo’n vijftig jaar, tot begin 1700. Het oude Jezuïetenkerkje is nu een museum van de Indiaanse cultuur. De Fransen noemden de indianen hier Huronen.

 

We trekken het stadje in. Het is klein, telt nauwelijks tweeduizend inwoners, en moet leven van het korte zomerseizoen, wanneer het hier aangenaam toeven is voor toeristen. Twee ferrybootmaatschappijtjes zorgen voor een druk verkeer naar de eilanden in de buurt. We houden dit even in de gaten en slaan een praatje met Kenneth, de vriendelijke parkingwachter.

Hij raadt ons aan te gaan eten in het restaurantje Driftwood, dat vijftien jaar lang uitgebaat werd door zijn broer.

 

We wandelen tot de zon bijna onder is en gaan dan elk onze eigen motelkamer opzoeken.

 

 

 

Dag 73 (dinsdag 12 juli 2022):

Rustdag in Iron Mountain MI

 

Ik sta op na een goede nachtrust. Het harde bed verhindert me om nog langer te blijven liggen.

We zitten hier gelogeerd in een rustig, wat versleten, maar redelijk goed onderhouden hotel. Het laat ons toe echt tot rust en even op adem te komen na de zware ritten van de afgelopen dagen. Mogelijk moeten we het ook wel wat kalmer aan doen met de avondwandelingen, want die putten ook uit.

 

Even na zessen ga ik naar beneden een koffie halen. Er is weinig gevarieerd aanbod op het ontbijtbuffet: De meeste mensen komen hier dan ook enkel een koffie halen. In de koelkast staan enkele yoghurtjes, appelsap, en enkele belegde broodjes. Ik beperk mij tot de koffie en ga weer naar boven.

 

Om 8u30 ga ik weer naar beneden. Bijna alle auto’s op de parking zijn reeds verdwenen.

In het ontbijtzaaltje tref ik niemand aan. Niet verwonderlijk: van het reeds weinige aanbod is niet veel over. De yoghurtjes welke ik deze morgen zag zijn allemaal verdwenen. Voor de belegde broodjes moet ik de receptionist aanspreken, die er snel nog enkele uit de diepvries haalt. Yoghurt heeft hij niet meer in voorraad. Ik haal er een uit de verpakking, leg het op een kartonnen schaaltje, en warm het op in de microgolfoven. De eerste hap gaat vlot naar binnen. Er zit ei, kaas en een lapje vlees tussen de twee smalle hompjes brood. Halfweg gaat het reeds minder vlot, en voor ik alles naar binnen gewerkt heb, weet ik reeds dat er geen tweede van deze misbaksels meer zal volgen. Ik neem een cup cake om de smaak van het vieze vlees weg te krijgen, en ga vervolgens op zoek naar iets anders om de smaak van die cup cake kwijt te raken.

Ondertussen is Udo er bij gekomen, heeft met enig leedvermaak mijn inspanningen om te eten aanschouwd, maar moet zich vervolgens zelf beperken tot een koffie en een soort ontbijtreep, waarvan er een overvloed aanwezig is en zal blijven.

 

We maken de planning op van de komende week, reserveren de hotels, en gaan dan weer even terug naar onze kamer, om dan om 12u te gaan winkelen in de supermarkt rechtover het hotel. Het moet gezegd: er is hier in het Noorden een veel groter en gezonder aanbod van voedingswaren, weliswaar naast dezelfde geraffineerde rommel die ook in het Zuiden verkocht wordt. Ik stel hierbij één van de grootste uitdagingen van de Amerikaanse samenleving vast: af geraken van alomtegenwoordige suikers, vetten, en ‘flavors’, gesofisticeerd vermengd tot een ‘must have’, en welke in volumes verbruikt worden, die wij ons in Europa niet kunnen voorstellen. We kopen er wat te eten als aanvulling op het ontbijt, evenals iets voor deze middag.

 

Vervolgens lunchen we in het ontbijtzaaltje van het hotel, en pakken we vervolgens de motoren even aan: bandendruk, ketting smeren, bagage ordenen.

 

Dan volgt een langdurig karwei: de blog wat herschikken en aanvullen, wat mij toch even zoet houdt tot tegen zes uur. Van enige rust is vandaag nog niet veel in huis gekomen.

 

Om zes uur gaan we eten. Het weer lijkt dreigend onweerachtig. Gelukkig is het restaurant dichtbij. Bij het verlaten van het restaurant zien we dat er geen ontsnappen is aan het onweer. We halen onze regenkledij en regenscherm op in de kamer en gaan weer op stap, ditmaal naar de supermarkt verderop. Het blijft droog tot we binnen zijn, maar bij het verlaten van de Walmart begint het te stortregenen. Goed beschermd staan we een half uurtje later dan toch in het hotel.

 

 

Dag 72 (maandag 11 juli 2022):

Superior WI - Iron Mountain MI - 200 miles

 

Alweer heb ik een probleembuur in de kamer grenzend aan de mijne, en waar een dunne verbindingsdeur nogal wat geluiden doorlaat. Een koppel maakte daar gisteravond voortdurend ruzie, en de man heeft een vervelende hoest. Gelukkig heb ik ze deze nacht niet meer gehoord, en zijn ze deze morgen snel uit het hotel verdwenen.

 

Het ontbijtzaaltje stelt niet veel voor, het aanbod op het buffet nog minder. Denkend aan gisteren beperk ik mij ditmaal tot nog minder cornflakes, minder koffie, en stil mijn honger met alweer een paar sneetjes wonderbrood en confituur. Udo zet zijn tanden in een soort vieze vette gevulde wafel, en proeft van de ‘chocolade’ koekjes.

 

Om negen uur vertrekken we. Er wordt onweer voorspeld, met een zware regenzone die zich net zoals wij naar het zuidoosten verplaatst: Het wordt dus een uitdaging om droog op onze bestemming aan te komen. We verlaten dit havenstadje rijdend langsheen de havenmonding in het Bovenmeer. Enkele grote schepen liggen aangemeerd. Vervolgens rijden we doorheen een mooi bebost heuvellandschap tot Aschland, ook gelegen aan het Bovenmeer. We stappen even af aan het mooie rustige strandje met prachtig uitzicht op het schijnbaar oneindig grote meer.

 

Onder een afdakje staan een paar kraantjes waaruit water naar boven borrelt. Het blijkt een artesische waterbron te zijn. Auto’s komen af en aan om jerrycans te vullen. De smaak zou beter zijn dan deze van het kraantjeswater.

 

Alweer heb ik een opgeblazen gevoel. Ik neem mij voor om niet meer van dat ‘wonderbrood’ te eten…

 

Er zijn veel meertjes tussen de bossen: In een van hen zien we een bende ‘Sandhill Cranes’, of Canadese kraanvogels: Ze gelijke wat op ooievaars, maar zijn groter, en bruin gekleurd.

Wat verder komen we aan in Iron Wood, net gelegen in de volgende staat: Michigan. Michigan gebruikt de oostelijke tijd, dus een uur verschil, behalve in de grensstreek met Wisconsin. Voorlopig moeten we dus ons uurwerk nog niet bijstellen. Ook hier blijft het mooi rustig rijden doorheen het Ottawa National Forest. We passeren Watersmeet, ik ruik de ozon in de lucht, en vervolgens voel ik de eerste druppels. Tegenliggers gebruiken hun ruitenwissers. Udo ziet dit alles niet en rijdt gewoon door. Ik blijf achter en probeer het droog te houden. Dat lukt in zekere mate door traag verder te rijden en dan een half uur later Udo bij te benen, die ondertussen kletsnat geworden is, zijn regenpak aangetrokken heeft, en mij nu staat op te wachten. We wachten nog een kwartiertje, en rijden dan verder langs Iron River, en Crystal Falls, mooi tussen de onweerszones in. We zijn dan ook blij droog aan te komen in Iron Mountain.

 

 

Het hotel valt erg mee. We laden alles uit, verfrissen ons, en gaan dan eten bij de Chinees naast het hotel. Er is een buffetformule met ruim en lekker aanbod. Hier komen we morgen misschien wel terug.

 

Dan volgt een grote wandeling ‘downtown’, twee kilometer verderop. Veel oude gebouwen, een statig gerechtsgebouw met gevangenis, een mooi theater of bioscoopgebouw, een grote katholieke kerk, een kringloopwinkel, of ‘Thrift Store’, van de St. Vincent de Paul Society, en tal van restaurants.

 

 

Dag 71 (zondag 10 juli 2022):

Breckenridge MN –  Superior WI - 250 miles

 

Ik doe mijn best om de blog wat bij te werken, en vervolgens maak ik de verdere planning van de komende week. Het einde van de trip is niet zo ver meer af, en het is belangrijk m elke dag goed in te vullen en ook nog tijdig op onze bestemming te geraken.

 

Ik lijk wel de eerste bezoeker van de ontbijtzaal op deze zondagmorgen. Het is nochtans al acht uur. Het ontbijt stelt niet veel voor. Ik neem wat cornflakes met melk, enkele sneden wonderbrood, wat witte smeerkaas en confituur, wat slappe koffie, en een yoghurtje. Er is gelukkig voldoende om straks niet met honger te vertrekken. Dit ontbijt noemt men hier ook wel ‘to go’. Dus net genoeg om de nodige energie te geven om de koffers samen te rapen en het hotel te verlaten.

 

Het is zwaarbewolkt, dreigend zelfs, maar het regent niet. We vatten de tocht oostwaarts  aan, richting grote meren. Aanvankelijk zie we nog wat landbouw, maar dat maakt geleidelijk plaats voor een meer gegolfd landschap, met veel bossen, meertjes, en moerassen.

Ik heb deze morgen toch iets te veel gegeten. Mijn maag rispt voortdurend op. Pas op het einde van de voormiddag verdwijnt het vervelende opgeblazen gevoel. Ik kan nochtans ’s morgen meestal een stevig ontbijt aan.

 

Na de middagkoffie rijden we verder. De grotere meertjes worden enigszins toeristisch uitgebuit, en het is zondag. Het is dus druk op de baan, en niet zo aangenaam rijden. De regendreiging blijft, en nu en dan vallen enkele druppels, maar van echte regen is geen sprake. Van stoppen onderweg is niet veel sprake: de muggen zijn alomtegenwoordig en erg agressief.

 

Het laatste uur van de rit is gelukkig erg mooi, door een natuurpark langsheen de redelijk woeste Saint Louis River, die eerst uitmondt in de afgedamde Spirit Lake, en over de dam in het Lake Superior, één van de vijf grote Amerikaanse meren.

 

 

Van het oude downtown blijft niet zoveel meer over, behalve toch redelijk verspreide statige gebouwen. Men heeft getracht dit aantrekkelijk te maken door de voetpaden en de straten te vernieuwen, maar toch is de leegstand opmerkelijk. De meeste restaurants zijn gesloten. We vinden gelukkig een pizzeria, waar we beide een salade bestellen. Die van Udo bevat nogal wat pepers en ajuinen, die zo  scherp zijn, dat hij ze er uit moet vissen en opzij leggen. We keren met een grote boog terug naar het hotel. Het stadje is toch aangenaam te bezoeken. Ook de woonhuizen en tuinen zijn redelijk onderhouden, net als de straten in de wijken zelf. Er is zelfs een grote kathedraal, goed onderhouden en indrukwekkend. Een grote schouw ernaast dient vermoedelijk om dit immense gebouw in de winter warm te stoken.