Alain blogt op de motor

Powered by Suzuki V-Strom

 

 

 

 

We zijn nog steeds onderweg, en hopelijk nog lang zonder (grote) tegenslagen …

Ondertussen hebben we reeds het vierde geografisch deel van de reis aangevat: het ruige noordwesten, beginnend met Oregon. Niet enkel de natuur en het klimaat, maar ook de bevolking is hier toch enigszins anders, laten we zeggen, meer gematigd. Er is daar de mooie noordwestkust, tot in de staat Washington, naast een eerste bergenketen bestaande uit min of meer actieve vulkanen. Een brede strook bosgebied, ook even doorheen Idaho, reikt vervolgens tot aan de Rocky Mountains in Montana.

 

 

 

Dag 45 (dinsdag 14 juni 2022):

Weed CA – Bend OR – 230 miles

 

We zijn over de helft van de reis. We switchen hier ook van klimaat: van droog en warm tot heet, naar warm tot koud, met nu en dan regen. Het is buiten nauwelijks warmer dan 10 graden. Weed is gelegen op 900 meter boven de zeespiegel.

 

Ik sta goed uitgerust op, rangschik mijn foto’s pop de PC. Wat later ontbijten we om 8 uur, maar spreken af om ons vertrek nog wat uit te stellen tot het iets warmer wordt. Het is echter zonnig, en wat later installeren we ons nog even op het terrasje voor onze kamers.

 

We nemen Highway97, de Volcanic Legacy Scenic Byway noordoostwaarts. Zoals de naam zegt, rijden we doorheen een vulkanengebied. De ganse Westkust van de VS ligt geografisch in een gebied dat blootstaat aan hevige geologische activiteit, en vertoont hoog risico voor ernstige aardbevingen, en voor vulkanische erupties. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik de Mount Shasta steeds kleiner worden. We kronkelen door de prettig gestoorde rommelstraten van Dorris.

 

We rijden langs de rustige westzijde van Klamath Lake, en houden even halt aan Howard Bay om pelikanen en duikeenden te observeren. Sommige van die laatste gaan onder, en zie je niet meer boven komen. Vermoedelijk zijn ze onder water ver weg gezwommen.

In het Rocky Point Resort stoppen we, kopen een koffie en een sandwich en installeren ons aan het minuscule jachthaventje. Er is wat dagdagelijkse bedrijvigheid welke we even gadeslaan, tot het te warm wordt in de brandende zon, en de koelte van het motorrijden opzoeken.

 

Why Study Cascade Volcanoes? | U.S. Geological Survey

 

We zetten onze weg door het vulkanengebied verder noordwaarts  doorheen het Deschutes National Forest tot in Bend.

 

We komen aan in het OYO-hotel. De bediende zegt dat er geen kamers zijn omwille van verbouwingen, en dat wij dus iets anders moeten gaan zoeken. Zij hebben dus zelf de boeking geannuleerd. We nemen enkele foto’s als bewijs dat we er waren, en gaan op zoek naar een ander hotel, om te beginnen Super8 aan de overzijde van de straat. Er zijn daar wel kamers, maar dan wel meer dan 50% duurder. Gelukkig is de baliebediende een schat van een vrouw. Zij biedt een reservekamer aan, volledig in orde, maar zonder televisie, zodat we uiteindelijk toch twee nachten kunnen blijven aan een vergelijkbare prijs met het vorige.

Bij onze dagelijkse speurtocht naar een hotel moeten we wel degelijk rekening houden met de prijs, want zowel de zwakte van de Euro, de torenhoge inflatie, en de duurtijd van deze reis zetten ons hotelbudget serieus onder druk. Bovendien moeten we bij herhaling vaststellen dat duurdere hotels nauwelijks betere kwaliteit bieden dan de goedkopere, soms zelfs minder.

Ik neem mij voor een aparte webpagina te maken over de motels.

 

 

 

Het hotel is comfortabel, maar lawaaierig, en bevolkt door ‘lastige’ hotelgangers. Ik neem een warme douche en wat later gaan we eten bij de Vietnamees. Het eten is zo lekker, gezond en gevarieerd, dat we onmiddellijk besluiten om hier morgen terug te komen.

We gaan nog even op stap om een en ander voor het ontbijt, want het ‘ontbijt’ dat het hotel aanbiedt, is een koffie met een kleine cup cake. Opmerkelijk toch dat er op vele plaatsen toch heel mooie supermarktjes zijn met een uitgebreid vers aanbod, wel redelijk duur in vergelijking met Europa.

 

 

Dag 46 (woensdag 15 juni 2022):

Rustdag in Bend OR

 

Het is buiten fris, maar droog.

 

We ontbijten op mijn kamer. Koffie kunnen we aan de receptie krijgen. We hebben dit zelf aangevuld met bananen, yoghurt, kaas, granen, en brood.

 

Ik ga nu eerst de ketting van de motor iets opspannen. Het zal dan wel voldoende zijn tot het einde van de reis. Alles gaat snel en eenvoudig, maar bij het terug vastdraaien van de bout op de achteras draait de as mee, zodat ik de bout niet kan vastzetten. Er komt net een man aan met een hond, rommelt wat aan in zijn auto, en laat de hond nog even rondlopen. Ik vraag hem of hij een sleutel heeft om de achteras van mijn motor vast te houden, en jawel, enkele tellen later zit de bout muurvast. De man heet Mike, is een biljartfanaat, en speelt hier ‘pool’, Amerikaanse biljart. Hij woont in Los Angeles, maar is net op terugweg na een bezoek aan zijn kinderen in Idaho. Hij vertelt dat de schade in Yellowstone wel zal meevallen. De televisie blaast alles nogal op.

 

Om elf uur gaan we op stap naar Downtown. Onderweg komen we een kapperszaak tegen, en beiden laten we onze wildste haren wat inkorten, zodat we met een frisse kop het tweede deel van ons avontuur kunnen induiken. Bij de kapster ontmoet ik een oude vrouw van 96. Ze heeft al de tijd van de wereld, maar vraagt zich voortdurend af of ze wel bij haar eigen vertrouwde kapster is, want ze herkent noch de kapperszaak noch de kapster, was het telefoonnummer kwijtgeraakt, en heeft de afspraak geboekt door het telefoonnummer op te zoeken in de telefoongids.

 

We wandelen doorheen een kleine houtindustriezone, waar de treinsporen er nu grotendeels werkloos bijliggen, passeren langs een zeer lekker ruikende fabriek waar het dennenhoutafval tot snippers en pulp vermalen worden, en zetten onze weg dan verder tot in downtown. Er zijn daar mooiere wijken, en minder begoede wijken, waar we heel wat heel wat junk voorbijlopen. Ondertussen wordt het steeds warmer, tot wel 27 graden, en verwijder ik een paar laagjes. We bezoeken vervolgens een gans  opgefriste wijk, waar vroeger een enorme houtverwerkingsindustrie was, die nu plaats gemaakt heeft voor moderne woningen en handelszaken, en waar de ‘beau monde’ eens een stapje in de wereld kan zetten over brede trottoirs en langsheen dure winkels.

 

Dan nog eens naar de sportwinkel voor wat warmere kledij voor Udo, want hij had het gisteren te koud op de motor. Hij vindt al gauw wat zoekt, en begeven ons naar het hotel voor een beetje rust na deze lange tocht. Naast onze motoren staan 4 Harley’s. Eén berijder is zoijn motor aan het wassen. Ze zijn allen ook gepensioneerd, komen ook uit North Carolina, zijn op reis voor een maand sedert 1 juni, en denken er nu aan om ook zachtjes huiswaarts af te zakken.

 

’s Avonds gaan we eten bij de Japanner, want de Vietnamees van gisteren is plots vertrokken op vakantie, zonder ons op voorhand te verwittigen. Nu, bij de Japanner worden we evengoed bediend, zij het dat de porties nóg groter zijn, vooral nóg meer groenten, en we enigszins overlast terug naar het hotel wandelen.

 

 

Dag 47 (donderdag 16 juni 2022):

Bend OR – Florence OR – 200 miles

 

Ik heb deze nacht slecht geslapen. De matras was te hard om mijn vermoeide leden voldoende ondersteuning te bieden. Deze matrassen zijn ontworpen om lichamen te ondersteunen die dubbel zoveel wegen als het mijne, of zelfs vier maal, indien je rekent dat er niet enkel geslapen wordt in een bed.

 

Na het ontbijt maken we ons rustig klaar, en vertrekken noordwestwaarts in de richting van de Cascades, een reeks besneeuwde bergtoppen die van noord naar zuid loopt en vooral bestaat uit vulkanen. Eerst rijden we nog een tijdje in de vlakte, ontstaan door ophoping van slib uit de omringende bergen, en gaan dan plots hoger. In een strook bosgebied zien we een vijftal hertjes verschrikt wegvluchten. We passeren langs het skistadje Sisters. De naam Sisters verwijst naar de drie besneeuwde bergpieken die hier te zien zijn. Het is redelijk druk. Er zijn veel historische gebouwtjes met WildWest uitstraling en ski-voorzieningen. Het stadje straalt levendigheid en welvaart uit.

We kunnen hier de McKenzie Highway nog niet op omdat die nog gesloten is tot einde juni. We moeten noordelijk omrijden.

 

Wat hoger in de bergen begint het wat te regenen hoewel de hemel mooi blauw is. We passeren hier net de Mount Washington, een vulkaan van ongeveer 2300 meter hoog, maar niet zichtbaar omdat er een wazige wolk boven hangt. Vermoedelijk condenseert het water uit de lucht gewoon en vormt dan regen. Het wordt intussen toch wat kouder op deze hoogte, en ik trek mijn regenjakje aan boven de motovest.

 

Over de pas belanden we in het mooie Willamete National Forest en volgen vanaf hier weer de McKenzie Highway langsheen de McKenzie rivier. Het bos is erg dens, erg groen, en heeft mooie hoge statige dennen. Maar de bossen maken al gauw plaats voor uitgestrekte kerkhoven van afgebrande dennen. De brand dateert al van enige tijd geleden, want er staan alweer veel nieuwe huizen, en andere zijn nog in opbouw. Van nieuwe branden hebben ze hier voorlopig niet veel te vrezen, want er is bijna niets meer dat brandbaar is.

 

In het dorpje Vida stoppen we even voor een koffie. Het is ondertussen bijna 13 uur. Het dorpje is wonderwel gespaard van de branden. Even buiten het dorpje passeren we een mooie overdekte brug over de rivier: de Goodpasture brug. We rijden er even over, of beter, erdoorheen, en terug, en zetten dan de weg verder.

 

De stad Eugene heeft een heel klein mooi centrum, maar de rest is om vlug te vergeten, want slechts een lange meubelboulevard met veel verkeerslichten. Ten westen ervan is het Fern Ridge Lake, met mooie rietvelden.

Vanaf hier rijden we langs de brede Siuslaw rivier. Hier en daar zijn nog restanten van houtverwerkende industrie te zien, en nu veel aanlegsteigertjes voor pleziervaart vanuit de woningen palend aan de rivier.

 

In Florence checken we in. Het hotel wordt alweer uitgebaat door Indiërs. De kamers zijn sober maar in orde.

 

 

We maken onmiddellijk nog een uitstap naar het enorme duinengebied enkele mijlen te zuiden van Florence. In een deel ervan kan gecrost worden met quad’s, en een aantal jongeren laten zich hier dan ook eens gaan.

 

De duinen zijn erg hoog en mooi, maar lijken verder wel op deze die we bij ons in de buurt hebben, behalve dat ze wel tot bijna twee kilometer breed zijn. Ernaast liggen moerasgebieden waar trekkende vogels een rustplaats vinden.

 

Terug in Florence gaan we eten bij de Thaï naast het hotel, gaan dan nog even winkelen, maar houden het dan wel voor bekeken voor vandaag, want het wordt te fris om nog te gaan wandelen.

 

 

 

Dag 48 (vrijdag 17 juni 2022):

Florence OR – McMinville OR – 130 miles

 

Ik sta op na een deugddoende nacht, ondanks de lawaaierige auto’s gisteravond, maak een koffie en eet een banaan. Er is de komende dagen regen voorspeld. Ik kijk naar buiten en zie dat het nog niet regent. Ik trek mijn kleren aan, en maak een wandelingetje naar de oude stad, vijfhonderd meter verderop gelegen aan de monding van de rivier. ‘Old Town’ is niet groot. Ik wandel even langsheen de kade met vele nieuwe steigers, maar ook met vele uitstekende rottende staken, restanten van vroegere steigers. Ik heb van hieruit een mooi zicht op de grote oude brug waar we gisteren overheen reden. Die dateert nog vanuit het interbellum, en is versierd met Art Deco elementen. In het midden is een deel dat kan openkantelen, maar ik betwijfel dat dit nu nog gebruikt wordt, want de tijd van de grote houttransporten over zee vanuit Florence is reeds lang voorbij, en gezien de bosbranden zal die ook niet snel terugkeren.

 

Na het ontbijt trekken we de regenpakken aan, en verlaten we dit motel, blij dat we hier geen drie nachten geboekt hebben, want veel te lawaaierig gelegen aan dit drukke kruispunt. Het regent heel lichtjes.

De kustweg is mooi, en levert enkele prachtige vergezichten op het duinengebied en op een historische vuurtoren. Udo daalt even de klippen af om de zeeleeuwen van nabij te bekijken in een grot en op het strand. Ook de dorpjes aan de kust zijn best aardig. Het begint steeds meer te regenen, maar na een half uur vermindert dit langzaam. Maar mijn voeten zijn toch weerom nat, want deze zogenaamd waterdichte motorlaarzen zijn nog nooit waterdicht geweest.

In Depoe Bay drinken we een koffie in een recent geopend cafeetje, redelijk modern ingericht en gerund door 2 jonge vrouwen.

 

De weg loopt meestal hoog boven het zeeniveau tussen hoge bomen. Nu en dan is de zee in de diepte zichtbaar. We rijden over vele mooie bruggen telkens daar waar een rivier vanuit het binnenland uitmondt in de wijde zee. Het levert ook vaak nog eens zicht op een strandje of een haventje.

Langs heel de kust zie je waarschuwingen voor tsunami golven. Zelfs een wandeling op het strand kan reeds gevaren inhouden, omdat er nu en dan een hele hoge enkele golf diep het strand overspoelt en iemand kan meesleuren. De echte grote tsunami’s zijn dan natuurlijk nog andere koek…

Het is redelijk druk op de weg, en dat verergert nog naarmate we verder noordwaarts rijden. Door het slechte weer zitten de mensen niet op het strand, zoeken een onderkomen in de horeca, of blijven gewoon verder rijden. Samen met de drukte op de weg staan er ook steeds meer kustwoningen, meer winkels en horeca, en steeds meer verkeerslichten, zodat we uiteindelijk opgelucht zijn om even voorbij Lincoln City de drukke kustweg te verlaten, en de Salmon rivier te volgen landinwaarts. De mooie groene bossen maken snel plaats voor desolate kale heuvels waar bosbranden zwaar toegeslagen hebben. Gelukkig duiken na een aantal mijlen terug mooie imposante wouden van het Van Duzer Forest op, evenals heuvels waar de natuur zich redelijk goed hersteld heeft van vroegere branden, en duizenden jonge, groene, reeds metershoge bomen heel dicht bij elkaar de bodem volledig bedekken.

 

Ten oosten van de heuvels heeft de Salmon River een grote brede vallei gevormd, vruchtbaar door al het slib dat hierheen gevoerd werd doorheen miljoenen jaren. De streek kent dan ook heel wat landbouwbedrijvigheid, vooral koren en fruitbomen.

In McMinnville checken we in in het hotel met dezelfde naam. We moeten nog wel een uurtje wachten, want de kamers zijn nog niet klaar.

 

 

De kamers zijn ruim en comfortabel. Hier blijven we drie nachten, in afwachting dat het weer verbetert. Vanaf maandag wordt terug warmer en droger weer voorspeld.

 

Om zes uur gan we op stap. We willen eerst een pizzeria binnen, maar dat blijkt een lawaaierige goktent te zijn. We zijn er al snel weer buiten en gaan dan eten bij de Vietnamees even verderop. We moeten lang wachten, want de uitbaters hebben het druk met het klaarmaken van afhaalmaaltijden. We eten elk een gekookte loempia gevuld met rijst en garnaal, wat heel wat smakelijker is dan de gefrituurde versie. Dan eet ik een noedelsoep. Ik had een niet pikante besteld maar krijg toch een pikante voorgeschoteld, welke ik prompt laat terugnemen. Ik krijg dan een andere, welke al even pikant is, en ook laat terugnemen. Dan krijg ik uiteindelijk wat ik besteld had: een niet pikante noedelsoep, met noedels, groenten, en rundstong.

 

Op de terugweg naar het hotel maken we een wandeling door de woonwijk, wat rustiger is dan langsheen die drukke meubelboulevard. Plots spreekt een vrouw ons vriendelijk en beleefd aan en vraagt of we haar kunnen helpen met het omzagen van een boom, met haar armen tonend dat ze die boom nauwelijks kan omarmen. Ze is vergezeld van haar zoon van 17. Beiden zijn erg vriendelijk, maar geven een ietwat verfrommelde indruk. Wanneer ze hoort dat we toeristen zijn, excuseert ze zich, zegt dat ze die hulp helemaal niet van ons kan verwachten, en begint ze over haar Duitse afkomst, en haar verblijf in Duitsland toen ze zo’n 10 jaar oud was. Ze wil volgend jaar naar Duitsland verhuizen, zodat haar zoon daar voor ingenieur kan studeren. Zijzelf zal daar dan een man zoeken en trouwen. Ze ontvouwt dit plan, daarin gesteund door haar zoon, met groot enthousiasme. Ze neemt afscheid van ons, en het stel gaat weer koortsachtig verder op zoek naar iemand die hun boom kan omzagen. Beiden gaven ons toch een verzorgde indruk, waardoor we ons afvragen hoe mensen met zo’n gebrek aan realiteitszin er soms toch in slagen zonder al te veel kleerscheuren door het leven te geraken.

 

Ik werk nog even op de PC en ga dan slapen.

 

 

Dag 49 (zaterdag 18 juni 2022):

Rustdag in McMinville OR

 

Alweer goed geslapen. Minder lawaai. Goed bed.

Ik whatsapp even met Christien en Audrey, die het in Watervliet druk hebben de weelderige tuin wat kaler te plukken..

 

We ontbijten op mijn kamer, en spreken af om rond 11 uur op stap te gaan. Nog net tijd genoeg om mijn blog al bij te werken en online te zetten.

 

Ik vraag aan Udo of hij zijn paraplu mee heeft. Niet nodig, hij heeft zijn regenjas mee. We gaan op stap doorheen de woonwijken naar Downtown. Het was me reeds opgevallen gisteren, maar opnieuw vinden we langsheen het voetpad sokken… jawel, sokken. Ik heb dit ook reeds elders in Amerika gezien, maar sinds gisteravond ben ik er beginnen op letten. Wie verliest nu zijn sokken langs de kant van de weg?

Gelukkig zien we ook wat anders, wat moois. Alle huizen zijn anders. De wijken zijn mooi volgens een geografisch patroon aangelegd, en de huizen hebben meestal zo´n twee a drie meter tuin rondom de hele woning. Soms mooi verzorgd, soms prettig gestoord, soms helemaal gestoord. Een jongen rijdt het gras af, een ander de graskanten, een meisje is in het gazon op zoek naar keutels, met 1 hand klaar in een plastic zak. Inderdaad, het gazon is, naast de auto, ook een heilige koe voor de doorsnee Amerikaan-huisbezitter. En auto’s bij de vleet, en hoe minder geld, hoe meer wrakken voor de deur, je kunt nooit weten, je kunt misschien de lak er nog af schrapen, en gebruiken om een ander wrak op te lappen. Sommige huizen zelf zijn pareltjes, andere eerder gezellig, met schommelstoel onder de ‘porch’ en Amerikaanse vlag; bij sommige staan de potten en pannen vermoedelijk klaar op de zolder, want het dak is zo lek als een zeef. Maar één ding moet gezegd. Het is hier rustig en aangenaam. Wat een contrast met de verkeerslichtenboulevard 100 meter verderop!

 

Het begint te regenen, en ik haal mijn paraplu boven. Udo heeft geen kap op zijn regenjas, en neemt zich voor in het vervolg naar mij te luisteren. Wanneer het regenen verdappert, gaan we schuilen in een café/bakkerij. Ik neem een kleine lekkere chocoladecake bij de koffie, gemaakt, jawel, met Callebaut chocolade. De vrouw toont mij de grote pak Callebaut van 5kg die ze even gaat halen achteraan, en glundert wanneer ik haar vertel dat dát de beste Belgische chocolade is, en dus de beste ter wereld!

 

Downtown is hier goed bewaard gebleven, en wordt in ere gehouden. Het bruist van het leven. Een koets met paard vervoert enthousiaste toeristen. Een antieke brandweerwagen paradeert door de hoofdstraat. Een ‘postman’ doet zijn ronde. Ik vraag hem waar ik postzegels kan kopen. Hij wijst mij de weg, ik koop twee postzegels en stuur twee kaartjes, één naar Mark, en één naar Ad (Waffie)van de Transalp Club, die altijd klaar staat wisselstukken op te sturen naar gestrande wereldreizigers.

 

Terug in hotel. Moto-onderhoud. Wat op PC werken en ondertussen een heel klein uiltje vangen. Naar de Grocery Outlet Store. Inderdaad, kleine prijzen. Ik koop appels, bananen, muesli, zandkoekjes, melk en kaas, en aan de kassa word ik er nog eens op attent gemaakt dat ik nog geen acht dollar moet betalen in plaats van ongeveer twintig, wat inderdaad een grote besparing is.

 

Om halfzes gaan we weer op stap, Downtown, en gaan eten bij de Mexicaan. De ‘pollo al diabla’ is aan mij niet besteed, want gecatalogeerd als ‘very spicy’. Ik neem een smakelijke burrito met vlees, groenten en rijst, doe mijn best, maar slaag er niet in om hem gans te verorberen.

 

Op terugweg begint het alweer te regenen, en welneen, hij heeft hem alweer niet bij. Het zou immers toch niet meer regenen. Gelukkig is mijn paraplu breed genoeg om hem het ergste te besparen, want aan een zieke reisgenoot heb ik niets.

 

 

 

Dag 50 (zondag 19 juni 2022):

Rustdag in McMinville OR

 

Er wordt wel regen voorspeld, maar voorlopig blijft het droog. We nemen vandaag écht een rustdag. Na het ontbijt bespreken we de route van de komende week, en boeken vervolgens de hotels. We zijn hier al gauw mee bezig tot na de middag.

 

Ik hou mij dan bezig waar ik tot nu toe nog niet helemaal toe gekomen was: het afwerken van de blog van het eerste deel: toevoegen van foto’s en video’s. Ik zet dit dan ook online.

 

Om vier uur gaan we op stap naar Downtown. Ditmaal hebben we twee paraplu’s mee. Het is nochtans niet echt koud meer, hoewel nog steeds volledig bewolkt. We wandelen weer doorheen de woonwijken, een eindje van de drukke ‘highway’. Ditmaal zien we slechts 1 sok liggen. In de tuinen staan heel wat soorten bomen in bloei. Blijkbaar is dit hier toch later dan bij ons. In het stadscentrum is het heel wat minder druk dan gisteren. We eten een slaatje en een pizza in de cafetaria van een bioscoop, waar net een film gedraaid wordt. (Vraag mij niet welke)

 

Terug in het hotel doe ik weer mijn best om de blog van wat beeldmateriaal te voorzien, en raak halfweg het tweede deel.

 

 

 

Dag 51 (maandag 20 juni 2022):

McMinville OR - The Dalles OR – 220 miles

 

Op de laatste dag van de lente slaat het weer gelukkig om: er worden betere temperaturen voorspeld, en geen regen meer.

Het ontbijt verloopt zoals anders: op de kamer. We hebben er allebei weer zin in om de weg op te gaan.

 

Ik kleed mij goed, want het is slechts 17 graden, en de rijwind brengt de gevoelstemperatuur nog enkele graadjes naar beneden.

 

We gaan tanken, en laten algauw McMinnville definitief achter ons. Eerst een redelijk drukke baan richting Portland, gelukkig heel afwisselend door een mooi agrarisch gebied met heel wat landbouw. Portland is gebouwd op de samenloop van de Willamette River, en de Columbia River, die zich dan een honderd mijl verder in de zee gaat werpen. De rivieren hebben hier een zodanige diepgang, dat ook grote zeeschepen tot hier geraken. Zowat te vergelijken met Antwerpen en de Schelde. We gaan de snelweg op, die ons dwars door de stad noordwaarts voert. Dit gaat gelukkig heel vlot, want er is veel verkeer. We rijden over prachtige historische bruggen, en zien er ook andere vanuit de hoogte. Ook de hoge moderne gebouwen die de skyline vormen passeren de revue.

De laatste brug, tevens de langste, over de Columbia River, brengt ons in de staat Washington.

Een eindje voorbij de stad staan we dan plots in de file, vermoedelijk veroorzaakt door een ongeval verderop, want we zagen verschillende voertuigen van hulpdiensten. We hebben geluk: onze afrit is nu net een klein eindje verderop, en zo raken we toch snel verlost van die verkeersellende. We volgen de zuidflank van de Mount St Helena, langsheen de Lewis River. We komen heel wat motorrijders tegen komende vanuit de andere richting.

Verschillende stuwmeertjes volgen elkaar op. Lake Merwin, Yale Lake, Swift Reservoir. Het is droog, maar het blijft fris, vooral omdat de bewolking nog niet weggetrokken is. Daardoor slagen we er voorlopig niet in een glimp op te vangen van de vulkaanberg. Het is hier mooi om te rijden, maar ook mooi om te vertoeven en zelfs te wonen, want toch niet zo erg ver van een grootstad.

In het gehuchtje Cougar stoppen we voor een koffie. We nemen er ook nog soep, om ons toch enigszins wat op te warmen.

 

Bigfoot blijkt ook hier populair.

 

We verlaten het gebied van de Mount St Helena zonder de vulkaan noch Bigfoot gezien te hebben: Volgende keer beter.

 

Ineens vang ik in mijn achteruitkijkspiegel toch een glimp op van de besneeuwde bergtop, en een kilometer verder is er een prachtig panoramisch zicht waar de vulkaan zich in al zijn glorie vertoont. De wolken zijn ondertussen bijna allemaal verdwenen, en de zon doet de temperatuur snel toenemen.

 

We rijden verder tot aan de voet van de volgend vulkaan, nog hoger dan de vorige: de Mount Adams. De weg is hier en daar beschadigd, en vertoont grote putten. Het is opletten geblazen, maar nu en dan kan ik een put niet vermijden, evenwel zonder veel erg. Het heeft hier onlangs nog gesneeuwd, want we zien sneeuw in de bermen, en een deel van de weg is afgezet omwille van een sneeuwblokkade. Wat verder, in de buurt van Trout Lake, krijgen we ook de Mount Adams te zien. Inderdaad is er op de westflank heel wat besneeuwde bebossing te zien.

 

We dalen nu weer af richting Columbia River. We komen aan de brede stroom, en houden even halt voor twee fenomenen: de zuidelijker gelegen vulkaan Mount Hood, en wel honderd surfers op het water, vooral kitesurfers. Onbegrijpelijk hoe ze er in slagen niet verstrengeld te geraken in elkaar.

 

We volgen even de rivier, en steken ze dan over overheen een lange metalen brug, waar we moeite moeten doen om niet door de wind tot op het andere rijvak geblazen te worden.

 

We komen even na vijven aan in The Dalles, ook al een oud stadje naar Amerikaanse normen. Het hotel wordt gerund door een koppel vriendelijke Indiërs. We blijven hier twee nachten.

 

 

We gaan eerst eten. Een man zingt en speelt op een gitaar. De muziek valt best mee; het eten minder. Gelukkig was het slaatje toch lekker. We maken nog een grote wandeling. Er zijn veel mooie oude gebouwen, vaak in ere gehouden door een of andere nering. We gaan ook nog wat proviand opdoen in de supermarkt. Die is hier open tot middernacht. We komen pas om negen uur terig aan in het hotel, en ik ga aldra doodvermoeid slapen.

 

 

Dag 52 (dinsdag 21 juni 2022):

 

The Dalles OR – The Dalles OR – 160 miles

 

Ik word wakker, en kan de slaap niet meer vatten omdat ik deze morgen nog wat administratie wil afwerken, die gistyeravond toch plots nog op mij afgekomen is. Gelukkig verloopt dit vlot, en ik krijg algauw tegenbericht dat alles goed ontvangen en verwerkt is. Spijtig genoeg werk ik hier in primitieve omstandigheden: er is geen bureau, noch bureaustoel. Dus zit ik in de zetel, en gebruik het bed als bureau.

De ochtendkou is verdwenen. We maken vandaag een mooie rondrit in de streek.

 

We ontbijten in primitieve omstandigheden, want er is geen tafel, enkel een kast, een zetel, en een bedrand. Gelukkig hebben we genoeg voorraden om er toch iets lekkers van te maken.

We nemen de moto van Udo nog eens onderhanden en spannen de ketting nog wat op. De ketting is versleten, maar gelukkig zijn de tandwielen nog voldoende goed. Ik denk wel dat we ermee terug geraken tot in Charlotte.

 

We vertrekken, steken de Columbia River over, en volgen de Lewis en Clark Highway westwaarts langsheen de rivier. Deze weg is genoemd naar de pioniers die deze streek het eerst bezochten door de Columbia River te volgen vanuit Montana, en zo de Stille Oceaan te bereiken. Vandaag zien we geen kitesurfers. We zien weer enkele kleine herten. Er ligt zelfs één dood aan de kant van de weg, zo goed als zeker aangereden.

 

Wanneer we de brug weer willen oversteken, moeten we wachten, want het middelste deel is omhoog getrokken. Aangezien er geen boten te bespeuren zijn, heeft dit vermoedelijk te maken met onderhoud of een technische probleem. Na een half uurtje rustig wachten en wat rondkijken is het zover: we steken de bijzondere brug nog eens over en rijden van River Hood zuidwaarts in de richting van Mount Hood, de zoveelste vulkaanberg in de reeks.

 

Ik hou onderweg even halt om een houtzagerij te bekijken. Alle het hout wordt er met 1 grote grijptruck in één greep van de vrachtwagen gehaald, en vlot naar de grote hoop gebracht om gedurende enige tijd natgespoten te worden. Dan wordt het te drogen gelegd, en vervolgens in de eigenlijke houtzagerij binnen gevoerd, waarna het er dan uitkomt als mooi verpakt timmerhout.

 

Er is hier ook veel fruitteelt, waaronder druiven, kersen, en perziken.

 

In Parkdale houden we even halt in het kleine dorpscentrum, en eten er een lekker ijsje. Dat was alweer erg lang geleden. Een bende kleuters passeren met hun begeleiders, en wat later ook de kinderen van de basisschool, die ook hier elke een ijsje krijgen.

 

We rijden tegen de vulkaan aan, tot op 1400 meter, en rijden dan weer naar beneden, doorheen het Mount Hood National Forest. Hierna komen we op een hoogplateau met veel landbouw en veeteelt. Naarmate we de stad naderen vermindert de kwaliteit van de grond, die dan nog grotendeels weggespoeld is door combinatie van water, ontbossing en erosie. Het enige groen is dan de bebossing aan weerszijden van de riviertjes. Toch is hier en daar toch landbouw mogelijk, vooral dan graan en fruitteelt.

 

Om zes uur gaan we eten. We hebben geluk ditmaal: het eten is beter dan de muziek. Bij het verlaten van het restaurant worden we omzwermd door duizenden bijen? Ze zijn niet agressief, en blijven allemaal rondom 1 plek hangen. We lopen er ongemoeid zachtjes doorheen de zwerm en laten die al heel snel achter ons.

 

 

 

Dag 53 (woensdag 22 juni 2022):

The Dalles OR – Yakima WA – 150 miles

 

Ik slaag er in om deel twee van de blog ook af te werken door het toevoegen van het beeldmateriaal.

 

We nemen ons zelfgemaakt ontbijt op de kamer.

 

Vertrek om 10u noordwaarts, eerst over de Columbiarivier, met haar kolkend water door de aanwezigheid van de enorme waterkering honderd meter stroomopwaarts. Dan even langs de rivier naar Lyle, en vervolgens door de bergen naar Glenwood, aan de voet van Mount Adams.

In de ‘General Store’ ga ik twee koffie’s halen, en we drinken deze met een koekje op de tuintafel van een antieke verlaten benzinepomp.

 

Vanaf hier moeten we omheen het Yakama Indian Reservation rijden. Het reservaat is grotendeels verboden terrein.

De weg loopt even verder langs een bijna volledig uitgedroogd meertje, en nog wat verder langs de mooie Clickitat River, die hier afgeboord is met enorme granieten(?) staakvormige rotsen. De rivier en haar zijrivieren hebben zich heel diep ingesleten in de bergbodem, met grote hoogteverschillen tot gevolg.

 

Goldendale ligt wat verder in de erg brede vallei, waar heel wat landbouw en veeteelt.

 

Er heerst in deze streek een microklimaat, met meer dan 300 dagen zon per jaar. Dit komt doordat de wolken worden tegengehouden door de bergenrij waar de vulkanen staan.

 

We steken nu een bergketentje van dorre heuvels, afgesleten en afgetopt, hier en daar toch succesvol bebouwd met mooie groene gewassen.

 

We bereiken dan de brede vallei van de Yakima River. In deze vallei heeft zich miljoenen jaren lang alle sediment verzameld afkomstig van de omringende bergen, met een grote vruchtbare vlakte tot gevolg. Er is veel landbouw, groententeelt en fruitteelt, met natuurlijk daarnaast de verwerkende industrie hiervoor.

 

We rijden even door Toppenish, downtown, en zien daar vele muurschilderijen, meestal met afbeeldingen van Native Americans. Er zit echter weinig leven in, evenmin als in het stadje zelf.

 

We rijden dan weer verder. Vanop de snelweg zie ik het Yakama Nation Cultural Center, een prachtig en groot, opvallend gebouw. Ik neem mij voor om dit zeker eens digitaal te bezoeken.

 

Bij het naderen van Yakima zien we steeds meer boomgaarden, vooral appels en kersen, maar ook wijngaarden.

 

De laatste verplaatsing over de snelweg buiten beschouwing gelaten, was dit alweer een heerlijke motorrit.

Even na 15 uur komen we aan in het Hotel in Yakima. De man die ons inschrijft, vermoedelijk de manager of eigenaar zelf, is een sikh met lange witte baard en tulband, mister Singh. Aanvankelijk lijkt hij wat stroef, maar zorgt er toch voor dat alles geregeld raakt.

 

 

Dat alles lijkt in eerste opzicht in orde, maar dat verandert snel naarmate de minuten verstrijken. Het is hier niet beter dan in een ander motel, maar gewoon weer wat anders (dat mankeert).

 

Aangezien we hier zo vroeg zijn nemen we nog even de motoren onder handen, en werk ik de blog bij. Dat lukt aardig, en om zes uur ga ik Udo halen om ‘Downtown’ te gaan eten. ‘Downtown’ is hier alweer gans verschillend van wat we in Oregon zagen: brede straten, moderner, minder gezellig, grote brede gebouwen, meer het  product van de jaren zeventig en tachtig. In de hoofdstraat lopen of liggen heel wat daklozen, vermoedelijk vaak Native Americans.

We zien ook veel latino’s, en ook veel opschriften in het Spaans, en dit heeft vermoedelijk te maken met de nood aan mankracht in de fruitteelt.

We gaan eten in een Japans restaurant, lekker en ruim voldoende.

We lopen doorheen de woonwijken terug naar het hotel.

 

 

 

Dag 54(donderdag 23 juni 2022):

Yakima WA – Omak WA – 250 miles

 

Ik wordt om 3 uur wakker door de goederentrein die herhaaldelijk fluitend achter het hotel passeert. De spoorwegen liggen meestal pal door stad of dorp, omdat die plaatsen zich net omheen een spoorwegstation gevormd hebben. Pas later is er dan ook nog een weg naast gekomen. De meeste motels liggen nu ook net aan die wegen waar de meeste passage is, zodat je vaak én lawaai hebt van het wegverkeer, én lawaai van een eventuele trein die passeert. Reken daarbij dat Amerikaanse ramen niet isoleren tegen lawaai, en meestal erg primitief gemaakt zijn, zoals bij ons eind jaren zestig zeg maar, dus zonder afsluitende rubbers.

Gelukkig volgt er geen tweede trein meer, slaap ik onmiddellijk weer in, en sta enkel  uren later goed uitgeslapen op.

 

Om halfacht gaan we ontbijten. Benieuwd hoe dat ‘continentaal’ ontbijt er zal uitzien. Wanneer we de ontbijtruimte betreden, zie we daar Mister Singh op een matje op de grond zitten, verzonken in gebeden die hij uit een dik boekje halfluid aframmelt. Hij zwaait even naar ons, en naar het eten dat uitgestald staat, en doet dan onverstoord verder.

 

 

Wat cupcakes, wonderbrood, cornflakes, melk, koffie, kleine appeltjes en mandarijnen. Kan het nóg continentaler?

Ik ga nog snel een banaan halen op mijn kamer, die we dan delen.

 

Net voor we vertrekken komt Mister Singh me vragen om toch zeker de beoordeling van het hotel in te vullen. In weet echter niet of ik hem daarmee echt een dienst bewijs…

We rijden weg, gaan tanken, en verlaten vervolgens de stad Yakima. Het is nog fris, en er staat een strakke wind.

 

Het eerstvolgend uur volgen we de Yakima River in haar loop doorheen de Yakima Canyon. Van een echte canyon is geen sprake, maar het oogt mooi in de toeristische brochures. En de tocht is zeker wel mooi en afwisselend te noemen.

We komen dan terug op Highway90 in Ellensburg, een grote drukke stad met een enigszins mooi oud centrum.

 

Wat verder houden we halt in ´the middle of nowhere’, op een zonnige plaats te midden mooie koele bossen, in The Rock House, een redelijk grote bedoening waar blijkbaar in de winterperiode ook wel wat langlaufers even komen uitrusten en zich opwarmen Dat laatste is voor ons niet zo hard meer nodig, want de zon warmt alles snel op. We drinken een koffie en eten een koekje. Op het terras staan overal elektrische stralers te branden, totaal nutteloos, en zodanig hard brandend, dat we ons moeten verzetten omdat de stralingswarmte niet te harden is.

 

Volgende stad is Wenatchee, erg druk, waar we bovendien nog eens een paar mijl de verkeerde richting ingaan. Dan maar even terug, en we rijden weer de grote Columbia River over, die hier zuidwaarts loopt. We volgen de mooie brede rivier noordwaarts over een hele afstand. Een grote gemzenbok steekt plots de weg over en springt de bijna verticale rotswand op. Wanneer we met de motoren passeren is hij reeds verdwenen.

 

Overal massa’s boomgaarden, en hier en daar wijngaarden. De kersen zijn bijna rijp, en vaak afgeschermd door netten.

Kort na de middag stoppen we nogmaals om even te verpozen op een terrasje met wat schaduw ditmaal.

De Lone Pine Fruit & Coffee is een fleurige zaak die haar naam eer aan doet en redelijk druk bezocht is.

 

In Chelan Falls steken we de rivier weer over en volgend deze dan op de westelijke oever.

 

Vanaf Pateros volgen we een kleiner wilder riviertje. De bossen zijn hier bijna allemaal verdwenen door recente of vroegere bosbranden, en het ziet er niet naar uit dat die zullen terugkeren, omdat ondertussen de grond van de rotsen is weggespoeld.

 

We bezoeken nog even Winthrop, dat enkele mooie beschilderde gevels heeft, zo geplukt uit het oude Wilde Westen, maar dat weinige is nauwelijks de omweg waard. We rijden dan verder, of beter gezegd, een eindje terug. Alweer een mooie regio, maar sterk getroffen door bosbranden over een traject van alweer wel meer dan 50 kilometer. Er staat het Westen van de VS nog vele van die bosbranden te wachten, want de klimaatopwarming neemt steeds ergere vormen aan. Bij het beklimmen van een heuvel zie ik plots de benzinemeter sterk achteruitgaan, zodat ik dreig droog te vallen. We bereiken toch nog Omak, met nog net voor 2 mijl benzine volgens de meter. Er zit vermoedelijk nog wel wat reserve in…

 

Net voor Omak is er Okanogan: Mooi museumgebouw.

 

We checken in, controleren de kamers, en die lijken wel weer in orde.

 

 

Maar het duurt niet lang om vast te stellen dat er geen Wifi is tot in de kamers, en dat de kamers absoluut geen verkeerslawaai buiten houden. De motels… je kunt er een apart hoofdstuk aan wijden. Misschien doe ik dat nog eens.

 

Praatje met de drie motards op hun Harley. Ze komen uit Tacoma, in de buurt van Seattle, blijven een paar dagen, en bezoeken hier een vriend.

 

Gaan eten in Breadline Café. Pasta met vis en zeevruchten. Slaatje, eigengemaakt brood, dé trots van de zaak. Lekker gegeten, maar veel te veel. Dan nog een stevige wandeling tot aan het uiteinde van het dorp en terug.

 

 

 

Dag 55 (vrijdag 24 juni 2022):

Omak WA – Chewelah WA – 160 miles

 

Na het opstaan werk ik de blog af, kleed ik me aan, en ga mij installeren in de ontbijtruimte van het motel, waar er wel internet beschikbaar is. Ik slaag er in mijn mail af te halen en de blog online te zetten. Het is vandaag wat meer bewolkt, en er wordt minder warm weer verwacht, dus ideaal op de motor. Ik vraag en krijg van het motelbediende een discount van 15% op de overnachting, omdat de Wifi niet naar behoren werkt.

Straks ontbijt ik hier met Udo. Ondertussen komen wel enkele Harley-rijders binnen. Minstens één van hen behoort tot een religieuze motorclub: Ik neem een foto van zijn motovest.

Wanneer we na het ontbijt bij de motoren komen zie ik dat er op beide motoren een cadeautje van de motorclub ligt: een handdoekje met een citaat uit de bijbel, en een zelfklever met het logo van de ‘Christian Motorcyclists Association’

 

Noordwesten van de staat Washington, dicht bij de ergens met Canada. We hebben besloten om Canada niet aan te doen, om al te lange ritten, evenals problemen aan de grens te voorkomen.

 

Veel mensen wonen in iets wat je nauwelijks een huis kunt noemen; vaak zijn het veredelde stacaravans of zelfs echte nauwelijks meer verplaatsbare caravans. Bijna overal zie je wel rommel, hier en daar prettig gestoord.

 

In Wauconda, een gehucht van een tiental huizen, staat een eenvoudig kerkje in blokhutstijl. Natuurlijk wonen nog heel wat mensen in de wildernis in deze uitgestrekte omgeving.

 

We rijden dan over een pas van 1100 meter, heel dicht bij de Canadese grens. Het is hier slechts 13 graden.

 

In Curlew nemen we enkel een koffie in het cafeetje Tugboats, langs de snelstromende Kettle River. We gaan ermee naar buiten en installeren ons buiten aan een tafeltje in de schaduw, want het is opnieuw warm aan het worden.

 

We rijden weer oostwaarts verder. Aan een riviertje zien we een hinde met jong. De hinde loopt weg terwijl haar jong zich verborgen houdt in het hoge gras. Nog wat verder ligt het karkas van een dood aangevreten hert naast de weg.

 

We steken een kleine pas over langs de Boulder Creek Road. We zien de restanten van bosbranden, beperkt in oppervlak, maar wel indrukwekkend. Vermoedelijk gevolgen van de brand van 5 jaar terug, toen ik ook in deze regio passeerde.

 

Langs de Kettle River, druk snel rijdend verkeer, en dat blijft zo tot in Chewelah.

 

De Kettle River mondt uit in de grote Columbia River

 

We komen reeds om 14u30 aan in Chewelah. Het inchecken in ons motel gaat vlot en vriendelijk.

 

 

We rusten al gauw even uit op het bankje buiten voor onze hotelkamers, met een kleine koffie en een koekje. Het is in elk motel wel iets, maar hier is het voorlopig enkel de koffie die niet erg lekker is; het koekje daarentegen wel.

 

Ik werk de blog wat bij, en rond zessen gaan we op stap om te gaan eten. Er is niet veel aanbod, maar gelukkig valt Restaurant El Ranchito heel erg mee. Ik neem er een Ranchero salade, en Udo, zoals gewoonlijk, fajitas. Dan nog een wandelingetje door het dorpje, en deze mooie goedgevulde dag zit er ook al weer op.

 

 

 

Dag 56 (zaterdag 25 juni 2022):

Chewelah WA – Columbia Falls MT – 260 miles

 

’s nachts wordt ik één maal wakker door een goederentrein die fluitend door het stadje rijdt, en val onmiddellijk weer in slaap. Overigens heb ik een heerlijk rustige nacht gehad, blijf zelfs nog een uurtje dommelen, en sta dan even voor zessen op. Het is nog fris, en ik zet de verwarming wat aan.

 

Om acht uur ontbijten we.

 

 

De koffie heb ik ditmaal gemaakt met de koffie uit eigen voorraad, die heel wat beter is. Ondertussen proberen we een hotel te boeken in de buurt van Yellowstone Park, wat maar niet lukt.

 

Een uurtje later laten we dit vriendelijk gemoedelijk motelletje achter ons.

 

We maken een grote verplaatsing naar Montana. We doorkruisen de bovenkant van Idaho.

 

In Bonners Ferry, een stadje aan de Kootenay River, gaan we iets eten en drinken in de ‘Badger´s Den’, een typisch Amerikaans café-restaurantje. Udo heeft zich laten verleiden door het uithangbord met Café&Latte er op. Maar het blijkt toch een leuke tent. Nu slagen we er ineens wel in om het gewenste hotel te boeken voor volgende week.

 

Vanaf hier volgen we de Kootenay River tot Libby, in de staat Montana. De doortocht door Idaho was slechts van korte duur, maar toch genoeg om te zien op wie men hier het meest gestemd heeft bij vorige verkiezingen. Bij het binnenrijden van Montana, kort na de middag, zie ik dat de tijd een uur opgeschoven is. We zullen dus later aankomen in het hotel.

 

We passeren bergen, rivieren, bossen, weinig bosbranden, meren, en zien hier en daar hertjes. We bereiken Kalispell, en rijden er vlot doorheen. Twintig minuten later komen we aan in ons hotel in Columbia Falls.

Uiteindelijk mooie rustige rit, ondanks het zondagsverkeer.

 

Er zijn wat incheckproblemen, maar uiteindelijk goed verholpen door receptioniste.

 

 

We gaan dan eten bij de Thaï, die eigenlijk een Vietnamees is, opgegroeid in Maleisië.

Niet slecht, maar toch te zout. Volgende keer beter.

Na het eten nemen we de motor van Udo onder handen. De ketting moet toch te vaak opgespannen worden, en is dus versleten. Maandag proberen we hiervoor hulp te vinden.