Alain blogt op de motor

Powered by Suzuki V-Strom

 

 

 

 

Deel 2: het centrale zuidelijke deel van de VS.

Dit tweede deel van de reis start in Birmingham, Alabama, en gaat over Mississippi, Tennessee, Oklahoma, New Mexico, Colorado, dan kronkelend, min of meer de Colorado River volgend, door Utah en Arizona, om dan in het zuidwesten te eindigen, net voor de grens met California.

 

Dag 15 (zondag 15 mei 2022):

Birmingham AL – Memphis TN – 250 miles

 

Hier start het tweede deel van de reis. De oversteek van de het continent richting California, met daarin de regio rond de Colorado River, de Route 66, de Grand Canyon, Las Vegas, en Dead Valley. Het wordt een zware brok, vooral omwille van de hoge temperaturen die we hier kunnen verwachten.

 

De vroege ochtend verloopt rustig. Het klaarmaken van de bagage verloopt reeds routinematig. Er is niet veel bagage en alles heeft zijn plaats.

 

 

Na het ontbijt komt Jenny aan met een vriendin. Ze moet naar een trouwfeest, en de vriendin zal haar schminken; ze doet dit hier zodat de kinderen niet om haar oren hangen.

 

Rond negen uur vertrekken we. We nemen afscheid, nemen nog wat foto’s en zetten dan aan. Het is een redelijk lange rit, en we willen reeds vroeg in Memphis aankomen. Dus nemen we de Interstate 22. Alabama is weinig bevolkt en erg bebost. Langs de baan is er weinig teken van menselijke aanwezigheid behalve hier en daar aan een afrit. We houden enkele keren halt en nemen koffie en versnapering in Huddle House. Het is er stampvol, vooral oudere mensen, en we vinden slechts een plaatsje wanneer een hoogbejaard koppel, dat net de maaltijd beëindigd heeft, ons hun tafel aanstaat. Het personeel is hier in overtal aanwezig en werkt vlot.

 

 

In Mississippi worden we met grote borden verwelkomd. Het bezoekerscentrum is echter gesloten op de toiletten na. We rijden we door het Holly Springs National Forst, en bereiken dan Memphis, een stad die zo groot is, dat ze de staatsgrens met Mississippi overschrijdt.

 

 

Ons hotel heeft een probleem. Door een stroompanne werken heel wat voorzieningen niet. De bediende, een jongeman uit Indië, biedt ons aan wat te wachten, of een ander hotel te kiezen.

 

Dan duiken we te voet de stad in. Het centrum ligt bijna 2 mijl verder: een half uurtje goed doorstappen, eerst langsheen de medische campus van de universiteit, en vervolgens een grote verlaten verloederde wijk, wachtend op dure nieuwbouw, die er een paar honderd meter verder aankomt.

 

 

We passeren Sun studio, wereldwijd bekend als “The Birthplace of Rock'n'roll”. Hier werden in de jaren vijftig muzikale legenden en genres ontdekt zoals  B.B. King, Elvis Presley, Johnny Cash en Jerry Lee Lewis, van Blues en Gospel tot Country en Rock-’n-roll. Het gebouwtje krijgt zeker niet de aandacht dat het verdient.

 

 

Downtown is er een verkeersvrije met historische tram, en haaks erop de muzikale Beale Street, momenteel ook verkeersvrij gemaakt.

 

 

Een plotse onweertje met veel regen jaagt ons een terras op, met uitzicht op de Mississippi rivier, waar we geen bediening krijgen, maar toch een half uurtje kunnen uitrusten.

 

 

Er is dan de moderne promenade aan de Mississippi met uitzicht op Mud Island en grote stalen brug.

 

 

Het water van de rivier is bruin, wat wijst op recente regens, waarbij veel modder met het water mee gespoeld werd.

 

Een hevige windvlaag, zonder regen ditmaal, jaagt ons weer de stad in. In Beale Street is er heel wat drukte en ambiance. Studenten met toga, typisch hoedje, en opgerold diploma in de hand verlaten net de universiteitsaula, vergezeld van hun uitgedoste familie. Wat een contrast met de omgeving!

 

 

Er is veel politie, maar er zijn geen problemen. Veel geroep, veel kleur, veel lawaai. Een buitenwipper tracht mij zo een lawaaierige tent binnen te lokken.

 

We verlaten het gejoel en gaan wat verder eten bij ‘King and Union’. Een heel traditionele maaltijd. Dat smaakt!

 

 

Dan de lange weg terug naar het hotel voor het donker wordt, en al snel onder zeil.

 

 

 

Dag 16 (maandag 16 mei 2022):

Memphis TN – Ozark AR – 280 miles

 

Er was rond 4 uur veel lawaai vannacht. Vier mensen, waaronder een vrouw, hebben een luidruchtige discussie gehad op de parking voor onze motelkamers, eerst rustig, maar dan overgaand naar een onophoudelijke jeremiade van de vrouw. Opeens waren ze dan toch weg, en was alles weer rustig voor de rest van de nacht.

 

Ontbijt is er niet. Udo gaat een koffie halen in het tankstation naast de deur, en wat later rijden we nog eerst even met de motoren doorheen het rustige stadscentrum, en nemen dan de mooie brug over de brede Mississippi River.  De stad Memphis strekt zich ook nog uit tot hier, op de westelijke rechteroever, en beslaat alzo 3 staten: Tennessee, en in mindere mate ook Mississippi en Arkansas. We rijden dus Arkansas binnen, het is nog steeds redelijk fris, en ik hou voorlopig mijn truitje nog aan.

 

Het landschap is hier totaal anders. Voorlopig geen bossen meer, maar uitgestrekte vlakke akkers. Het regent hier waarschijnlijk voldoende, want van kunstmatige irrigatie is quasi geen spoor. Het terrein is heel licht glooiend, maar de velden zijn vlak getrokken, en opgedeeld in grote terrassen, zodat het regenwater langer ter plaatse de grond kan intrekken, en er ook geen erosie optreedt. Er zijn enorme landbouwmachines aan het werk.

 

Vervolgens trekken we doorheen een gebied met redelijk grote rivieren, vergezeld van uitgestrekte beboste overstromingsgebieden. Het heeft hier afgelopen tijd wel wat geregend, en vele bomen staan met hun voeten en zelfs soms tot hun oksels in het water.

 

Rond 11 uur stappen we af in Searcy, om te brunchen in het Waffle House. Er is nog niet veel volk, of niet veel volk meer? Het kleine ontbijtje smaakt.

 

 

Ondertussen profiteert het personeel van de luwte om alles weer op te poetsen en klaar te maken voor de lunch, en vergeten ze ons koffie bij te schenken. Het is hier de gewoonte in Amerika, dat men nog eens rondkomt met de koffiekan.

 

 

We gaan wat verder tanken in een landelijk pompstation. Het is de eerste maal dat ik niet vooraf moet betalen. We proberen wat lucht bij te vullen in de banden, maar het apparaat boezemt ons niet erg veel vertrouwen in: je moet er vooraf geld insteken, en er is geen bandendrukmeter te bespeuren…

 

De streek geeft zeker geen welvarende indruk. Vele huizen zien er eerder belabberd uit. Er is vaak veel rommel opgestapeld in de tuin, hoewel dit soms ook moedwillig is. Ook de Amerikanen houden wel van prettig gestoord oud roest, vaak een auto, tractor of landbouwwerktuig, netjes uitgestald naast de oprit dicht bij de weg.

 

Vanaf Searcy wordt de streek bergachtiger, en we houden even halt in Clinton.

 

 

Vanaf hier duiken we dan waarachtig de beboste bergen van het Ozark National Forest in. Het is mooi weer. De bossen en de hoogte maken het aangenaam rijden langs de mooie kronkelende wegen. Er wonen hier nog redelijk wat mensen, maar je ziet hier nergens de typische architectuur die je in Europa in berg of heuvelgebieden aantreft. Dit heeft vermoedelijk te malen met het geliefkoosde bouwmateriaal van de Amerikaan: hout. En er wordt hier al zeker ook niet voor de eeuwigheid gebouwd…

 

We gaan dan weer zuidwaarts en nemen de snelweg tot het kleine stadje Ozark, waar ik een hotel geboekt heb.

 

 

 

We nemen de motoren nog eens onder handen en gaan dan wandelen en wat inkopen doen in een heel nette supermarkt. Ozark  zelf is wat onderkomen. Het stadje heeft duidelijk te lijden van de snelweg drie mijl noordelijker, die alle passage door het stadje weggezogen heeft, en alzo de doodsteek gegeven heeft aan talloze kleine winkeltjes en horeca. Er moet hier vroeger toch wel enige welvaart geweest zijn.

 

 

We gaan eten naast het hotel, alweer eten bij de Mexicaan, heel druk bezocht, maar, hoewel lekker, toch iets te vet.

 

Ik zoek nog wat op voor de route van morgen, en ga dan rond elf uur slapen.

 

 

 

Dag 17 (dinsdag 17 mei 2022):

Ozark AR – Ardmore OK – 300 miles

 

Wanneer ik wakker word heb ik nog geen honger. De kaastopping van gisteravond was er teveel aan.

 

Het ontbijt nemen we in mijn kamer om halfacht. Banaan, Griekse yoghurt, granen met melk, en koffie. Ondertussen boek ik een hotel voor deze avond.

Er is hier zwaar onweer met veel regen voorspeld. Vermoedelijk zullen we er aan kunnen ontsnappen omdat we zuidwaarts trekken.

 

De motoren worden geladen, en rond halfnegen laten we Ozark achter ons. We rijden zuidwaarts richting Mena. Het is bewolkt, en de onweersdreiging lijkt veraf in het Westen. We rijden alweer doorheen een mooi groen landschap met veel veeteelt, en groene weiden, afgewisseld met bosrijk heuvelland.

 

Ineens begint het dan toch te druppelen en is de geur van ozon duidelijk waarneembaar. In de verte zijn de eerste huizen van Waldron zichtbaar, en duiken we zo goed als droog een McDonalds binnen. Het is onze eerste McDonalds deze reis. Udo neemt een grote cappuccino, ikzelf een medium koffie Decaf. Terwijl het buiten regent bekijken we de regenradar. Dat ziet er goed uit, en wat later zetten we de weg verder tot net voor Mena, waar met westwaarts afslaan en Rich Mountain oprijden.

 

We volgen vanaf hier de Talimena Scenic Byway. We stoppen eerst bij het Queen Wilhelmina State Park. Er is hier een prachtig gelegen hotel met uitzicht over de ganse vallei, wel vijftig kilometer ver. Het werd einde 19e eeuw gebouwd ter ere van de jonge koningin Wilhemina van Nederland, en noemde toe ‘Castle in the Sky’. Wat verder staat een enorme oude stoomlocomotief.

 

 

Udo heeft het gevoel dat dit gevaarte op zijn maag ligt. Hij had beter een kleinere cappuccino genomen.

 

 

We vervolgen de Skyline Drive over de hele lange bergkam, zo een vijftig mijl lang, op 800 meter hoogte, met aan weerszijden een vallei. Het ene vergezicht na het andere volgen elkaar op. Plots moet Udo uitwijken voor een slang die al kronkelend de weg tracht over te steken. Ook ik moet uitwijken, en we slagen erin het grote beest niet te verpletteren. Het is wel 1 meter lang en vijf cm dik. Ik keer nog terug om het wat beter te bekijken, maar het beestje is alweer de graskant in gedoken.

 

Ondertussen hebben we Arkansas verlaten en rijden nu Oklahoma binnen. Bij het afdalen van de In tegenstelling met wat ik vroeger dacht zijn er in deze staat toch ook bossen en bergen. Landbouw is er niet, wel veel relatief kleinschalige veeteelt.

 

Net voor Clayton nemen we een kleine omweg langsheen het grote Sardis stuwmeer, en stappen even af aan een enorme betonnen pier. Een man komt op ons af, zegt alleen maar “You’re not from around, I guess”, en loopt dan gewoon verder, ons totaal negerend en selfies makend van zichzelf met het meer en de Potatoe Hils op de achtergrond. Dat kan ik ook…

 

In Stringtown komen we even op een enorme highway met zeer veel snel vrachtverkeer. Dat zijn we niet meer gewoon. Wat verder in Atoka stappen we dan maar weer een McDonalds binnen, want het is ondertussen alweer meer dan dertig graden, en de vermoeidheid laat zich voelen. Ik bestel ditmaal een Ice Coffee, heel erg lekker en verfrissend, en helemaal niet te zoet. Dat brengt me er weer helemaal bovenop.

 

Omstreeks vijf uur komen we aan in Ardmore. Er is hier een enorme raffinaderij. Wat mij toch steeds opvalt is de belabberde roestige staat van de zware industrie. Dat gebrek aan onderhoud en vernieuwing is niet hoopgevend voor de toekomst.

Het hotel lijkt in orde.

 

 

Eerst een uurtje bekomen van deze lange rit, en dan gaan eten in het Santa Fé Cattle Co restaurant, twee mijl verderop. Het hotel zelf mag dan redelijk goed zijn, de ligging is dat minder. En er zijn geen voetpaden om je veilig te verplaatsen te voet.

 

 

Het restaurant is goede keuze, want we vinden er een gezonde maaltijd met verse salade en gestoomde groenten.

 

 

Het dienstertje is erg verwonderd dat we naar groenten vragen, des te meer dat ik er helemaal geen toppings en dressings bij wil. Bij het afruimen is ze nog meer verwonderd dat ik alles naar binnen werkte, en maakt ze er nog een opmerking over.

 

Dan de hele weg terug en algauw slapen.

 

 

 

Dag 18 (woensdag 18 mei 2022):

Ardmore OK – Amarillo TX – 350 miles

 

Rustige nacht gehad. Pas rond 5 uur komt het verkeer op gang, en hoor ik de vrachtwagens over de ringweg rond Ardmore razen.

 

We nemen rustig de tijd om te gaan ontbijten, en bespreken de route van vandaag. Het ontbijt is niet lekker, maar best te eten, en nog redelijk gevarieerd.

 

We verlaten het hotel en belanden al bijna onmiddellijk in de onmetelijke uitgestrektheid van het platteland dat Oklahoma zo typeert. De wegen zijn recht, haaks op elkaar gelegen, noord-zuid of oost-west.

 

Langs de kant zie ik een kerkhof van ‘ja-knikkertjes’, die typische pompen die olie uit de grond halen, of staan die klaar om opnieuw ingezet te worden?

 

 

Wat verder zijn er nog hier en daar van die roestige ‘ja-knikkertjes’ in werking.

 

 

Vermoedelijk loopt de oliewinning hier in Oklahoma op haar laatste benen, want ook de olieraffinaderij in Ardmore zag er maar één grote hoop oud roest uit. Mijn vermoeden wordt bevestigd wanneer we een enorm windmolenpark passeren. Is er hier een reconversie aan de gang?

 

In Duncan gaat Udo vruchteloos op zoek naar kettingspray in een autozaak. Intussen komt een oudere man met zijn vrouw net aan in een pick-up, en knoopt een gesprek aan. ‘Zijn broer had vroeger ook zo een moto’, wijzend op de KLR. ´De meesten mannen die een Harley kopen, kopen die eerder uit verplichting, maar rijden er niet zo graag mee’. Zijn vrouw volgt het gesprek, en met grote gebaren beaamt ze lachend vanuit de auto wat haar man vertelt.

 

In de Wichita Mountains rijden we doorheen een staatspark ingericht als ‘Wildlife Refuge’ voor lokaal grootwild.

 

 

Hier leven nog een klein aantal van de Amerikaanse bizons, waarvan er in de 19e eeuw een slordige 60 miljoen werden afgeschoten. We nemen wat foto´s van de bizons die hier en daar slechts op een tiental meter van weg vredig staan te grazen.

 

 

We bezoeken vervolgens het mooie bezoekerscentrum.

 

In Altus vinden we dan toch een bus kettingspray in een mooie motozaak van Japanse moto’s.

 

 

We hebben nog een hele eind voor de boeg, en rijden doorheen hitte en stof westwaarts door het hete platteland. Hier en daar is er landbouw met enorme irrigatie systemen. Enorme landbouwmachines geven de schaal aan waarmee hier gewerkt wordt.

 

Hoewel de temperatuur oploopt tot 38 graden, voel ik mij nog fris en alert, mede geholpen door een ijskoffietje, onderweg getankt in de McDonalds in Altus. We steken de staatsgrens over, verlaten Oklahoma, en belanden in Texas. Ik stap even het bezoekerscentrum binnen.

 

 

Hier in Texas mag je op de gewone weg tot 120 km/u rijden, ook de vrachtwagens. Opletten geblazen dus, en niet enkel op de weg!

 

 

Even voor zessen komen we aan in Amarillo. Ik vervang de koplamp van de moto, die het begeven heeft. Ik heb altijd reservelampen mee.

 

 

Dan even bekomen in dit redelijk mooie hotel, en dan gaan eten.

 

Er is niet veel keuze, en we stappen binnen bij de Mexicaan, achteraf bezien toch niet zo een goede keuze, pikant, zout, te weinig groenten, hoewel nog net te eten.

 

 

 

Dag 19 (donderdag 19 mei 2022):

Amarillo TX – Santa Rosa NM - 200 miles

 

Deze nacht minder goed geslapen. Het zware eten van gisteravond lag wat op mijn maag. Na het opstaan voel ik mij al snel weer kiplekker en hou even een videochat met mijn broer Philippe. Hij regelt een aantal praktische en administratieve zaken tijdens mijn afwezigheid.

 

We bevinden ons hier op 1200 meter hoogte. Het is hier deze nacht afgekoeld tot 15 graden. Temperatuur en neerslag spelen een belangrijke rol bij het reizen op de motor, en vergen aangepaste kledij, rijstijl, rijmomenten, welke je best reeds ’s morgens, of zelfs de avond voordien, kunt plannen. Het wordt hier straks alweer 37 graden, maar dan zijn we al lang weg.

 

Vandaag plannen we een relatief korte weg langsheen de Route 66, ook wel The Mother Road genoemd, een iconische route welke vaak door motorrijders als vakantietrip gekozen wordt.

 

 

De route loopt van Chicago in Illinois tot Santa Monica in California.

 

 

 

Veel Amerikanen gebruikten de route om naar het Westen te emigreren. Velen herinneren zich wel de volksverhuizing die door John Steinbeck in zijn boek ‘ De druiven der gramschap’, verfilmd door John Ford, met een jonge Henry Fonda in de hoofdrol. Het zijn vooral de beelden uit die film die ook hier en daar in het landschap herschapen werden, bijvoorbeeld door de vele roestige wrakken van pick-ups.

 

 

We verwachten alweer grote hitte tot 35 graden, en veel wind. Amarillo bevindt zich in de Llano Estacado, een gebied dat ik als kleine jongen van acht leerde kennen in de boeken van Karl May. Het is een woestijnstreek waar bijna niets groeit, en bijna geen leven is, behalve in enkele oases, waar in zekere mate wat aan landbouw kan gedaan worden.

 

 

We bezoeken eerst ‘Downtown´, waar de oude Route 66 hier en daar nog levendig wordt gehouden, hoewel sommige relieken op stervens na dood zijn, en van sommige zelfs nog enkel een skelet zichtbaar is. In elk geval een rommelig allegaartje, hoewel hier en daar best leuk, en soms zelfs een hit.

 

We verlaten de stad en gaan eerst een kunstwerk bezoeken, net buiten Amarillo: Cadillac Ranch. Daar werden bijna 50 jaar geleden, in 1974, 10 Cadillacs begraven op een rij, van Oost naar West, met hun neus in het zand.

 

 

DSC05929d

 

De auto’ werden sindsdien onder handen genomen door zoveel graffiti-spuiters, dat de wagens nu bedekt zij door een dikke laag verf, in alle kleuren van de regenboog.

 

 

Het valt niet mee om alle bezienswaardigheden langsheen Route 66 terug te vinden, want de route is vaak verdwenen, versmolten met de autosnelweg, of zelfs niet meer bereikbaar.

 

We rijden langs een enorme stinkende fabriek van hamburgers in wording. Ze staan met duizenden schouder aan schouder in een stoffig mengsel van drek en zand. De dieren smachten naar een zuchtje verse lucht. Genade is echter nabij: er wacht hen een beter leven op het bord van Homer Simpson.

 

In Adrian, nog in Texas, stappen we omstreeks 12 uur, af aan het middelpunt van de route, op zowat telkens 2000 km of 1200 miles van elk begin of eindpunt.

 

 

We babbelen er even met een Canadees uit het hele Hoge Noorden, naar hier gereden op een bijna veertig jaar oude Honda Goldwing met een kwart miljoen kilometers op de teller. Hij volgt vanaf hier ongeveer dezelfde route als wij, maar vermoedelijk sneller, zodat we hem vermoedelijk toch niet meer gaan tegenkomen, tenzij hij zoals 8 jaar geleden op een reis door Europa ten val komt, weer iets breekt, en pas weken later weer verder kan. We stappen er een cafeetje annex souvenirwinkeltje binnen, en nemen plaats. We bestellen een koffie, want hebben nog geen honger na het late ontbijt. We slaan de handel en wandel binnen het zaakje een tijdje gaande, nemen zelf ook nog wat foto’s, en gaan dan betalen. Tot onze verwondering is de koffie gratis. Cadeau van de zaak.

 

Het wordt steeds warmer, tot 37 graden alweer, maar de droge lucht laat een vlotte verdamping van het zweet toe, waardoor de temperatuur erg draaglijk is. Het vizier van de helm moet volledig dicht, want de droge wind droogt anders te snel ook de slijmvliezen van ogen en neus uit.

 

 

Bij het verlaten van Texas rijden we in New Mexico een nieuwe tijdszone binnen. Dat betekent 8 uur tijdsverschil met België, en ook een uur tijdswinst, zodat we vandaag een uur langer mogen opblijven of vannacht een uur langer slapen. Net over de staatsgrens is een bezoekerscentrum, waar ik een landkaart van New Mexico ga halen.

 

 

Een koppeltje hoogbejaarden heeft moeite zich staande te houden door de stevige wind, en spreken er mij over aan. Ik antwoord hen dat die stevige wind gelukkig ook wat verfrissing brengt, en dat beamen ze beiden al lachend.

 

Net voor Santa Rosa stappen we even af aan het automuseum. Er moet daar een mooie collectie oldtimers te zien zijn. We bezoeken het museum niet, want willen ons eerst verfrissen in het hotel.

 

 

 

Het museumbezoek zal voor in een volgend leven zijn. Eerst smeren we de kettingen van de motoren, en drinken we op mijn kamer een deugddoende lichte koffie met een stukje cake, die ik in Ozark kocht voor in noodgeval. Na wat te rusten en de blog wat aan te vullen verkiezen we om wat te gaan stappen inde buurt. We lopen doorheen Santa Rosa, een slaperig stadje dat het momenteel toch niet zo geweldig meer doet. Onderweg zie ik nog zo een mooie glimmende Airstream caravan, erg populair hier in de jaren zeventig, nu wat verwaarloosd in een achtertuintje.

 

 

We passeren de mooie campus van de lokale school, en wandelen dan tot aan een rivier die afgedamd is, daar een soort kreek gevormd heeft, met wat verder een heuse wilde waterval.

 

 

Vervolgens gaan we eten in een restaurantje, dat ik via internet uitzocht, en tot onze tevredenheid blijkt het een goede keuze. Ergens aan gezond eten geraken blijkt een van de grootste uitdagingen als reiziger doorheen dit zogenaamd moderne land.

 

 

Om negen uur keren we terug naar het hotel. Een goederentrein op honderd meter van het hotel zet met zijn herhaaldelijk gefluit de ganse buurt nog op stelten. Dat belooft voor deze nacht. Ik ga om tien uur slapen, en duik algauw vredig de lange donkere nacht in.

 

 

 

Dag 20 (vrijdag 20 mei 2022):

Santa Rosa NM – Alamosa CO - 350 miles

 

Ik sta op en werk de blog af. Dat gaat snel, zodat ik een en ander kan uitzoeken voor de komende weken. Dat is tijdrovend, want je dient rekening te houden met het weer, met de afstanden, de aanwezigheid van hotels, en de betaalbaarheid van die hotels. Dat laatste kan heel erg variëren, en er is alvast geen verband tussen prijs en kwaliteit.

Dit hotel is genoemd naar het Nationaal Park in de buurt: Great Sand Dunes National Park and Preserve is een nationaal park in het zuiden van de Amerikaanse staat Colorado. Het park heeft een oppervlakte van 342 km², waarvan ongeveer 80 km² uit duinen bestaat. Sommige duinen zijn 230 meter hoog en behoren tot de hoogste van Noord-Amerika. Omdat het zo koud is, en we dan toch niet verder kunnen rijden in de richting van de bergen, besluiten we dit onderdeel over te slaan. Spijtig, want vooral de bergen hier ten Noorden van ons zijn de hoogste van de ganse VS. Maar er ligt sneeuw, het vriest, en we hebben hoe dan ook geen gepaste winteruitrusting mee. Deze tegenslag opent wel andere opportuniteiten, want daaraan is in Amerika geen gebrek.

 

Het ontbijt is karig: weinig kwaliteit en variatie, maar wel voldoende. Ik maak een wafel klaar met de ondertussen vertrouwde waffle machine, maar laat de wafel nu nog wat extra lang garen, zodat die wat lichter en eetbaarder is. We delen één wafel en zijn daarmee voldaan. Als toetje een lekkere appel.

 

Onze buurman is hier met zijn vriendin, of is ze zijn dochter, op een pompeuze Victory motorfiets. De luxeschuit is al enige jaren oud, want de productie van motorfietsen is vijf jaren geleden door Polaris stopgezet. De motorfiets is goed afgewerkt, nog in zeer goede staat, en krijgt nu door de zeldzaamheid enige status, en zo vermoedelijk wel heel wat geld waard. Het koppel(?) komt uit Oregon, en is op weg naar een groot motorevenement in Texas dit weekend.

 

 

Dat laatste zullen we geweten hebben, want de komende uren zien we heel wat motoren op de weg in tegengestelde richting als deze welke wij volgen. We rijden eerst richting Las Vegas, in New Mexico welteverstaan. Daar nemen we de rustige mooie route noordwaarts doorheen de bergen. Hier en daar ruiken we de brandgeur van de bosbranden die deze streek teisteren.

 

Deze route blijkt na een uurtje dus de verkeerde keuze, want grote bosbranden verhinderen ons verder te rijden naar het Noorden. De felle droge zuidwestenwind maakt het moeilijk om de branden onder controle te krijgen. Brandweermannen staan aan de kant, wachtend op instructies. Politiemannen staan ook paraat, maar blokkeren niet echt de weg. Het is pas wanneer ik hen aanspreek, dat ze vertellen dat de weg verderop afgezet is, en we niet verder kunnen. Ze zijn echter slecht geïnformeerd of onverschillig, want kunnen mij geen alternatief aanbieden. Ik spreek dan wat verder een lokale bewoner aan, die mij heel wat meer kan vertellen over de toestand in de regio.

 

 

Zo worden we verplicht om terug te rijden, en de route langs Santa Fé te nemen, een weg die we net hadden willen vermijden omwille van de drukte en de vele verkeerslichten. Ook is er nu ook zelfs geen tijd meer om even Santa Fé zelf te bezoeken, want we willen tijdig het hotel bereiken dat ik deze morgen geboekt heb. In Santa Fé is het alweer erg warm, tot bijna vijfendertig graden, maar dat verandert algauw wanneer we noordwaarts de grote vlakte van de Rio Grande volgen. Jawel, diezelfde Rio Grande die reikt tot aan de Mexicaanse grens, en daar zelfs over grote afstand de grens vormt tussen Mexico en de VS, en die vaak in het nieuws komt omwille van de vele immigranten die het land illegaal binnenkomen door te waden doorheen de vaak ondiepe stroom.

 

Toch krijg ik een glimp van het moderne Santa Fé te zien, en dat mag er best wezen. Heel veel gebouwen zijn nieuw, en opgetrokken is adobe-stijl, ook wel Santa Fé-stijl genoemd, met typische vorm, gedroogde modder kleur en bepleistering, in navolging van de vroegere pueblo-woningen van de oorspronkelijke bewoners van dit land, de Pueblo en Hopi indianen.

 

 

In de verte zijn we langs beide zijden omringd door bergen. Aan de rechterzijde zien we de enorme rookpluimen van de bosbranden, de ergste die New Mexico ooit heeft meegemaakt.

 

 

De vlakte is droog, en laat slechts beperkt veeteelt en landbouw toe. De streek lijkt dan ook niet erg welvarend.

Geleidelijk wordt de horizon voor ons steeds waziger. We komen op een hoogvlakte van 2500 meter, waar bijna niets meer groeit. De hevige wind blaast fijn zand over de ganse Rio Grande vlakte, enigszins te vergelijken met wat West-Europa doormaakte met het Sahara zand in de maand maart. Onze ogen gaan er van tranen, en lippen en neus drogen ervan uit. Eerst de branden, en nu dit zand.

 

We verlaten New Mexico en bereiken Colorado. Op de grens lijn houden we halt om een foto te nemen. Udo slaagt er nauwelijks in zijn motor recht te houden, en om dan ook weer op zijn motorfiets te raken omwille van de felle wind. De weg gaat vanaf hier weer zachtjes naar beneden. Een gans ander landschap begint zich hier af te tekenen, mede geholpen door irrigatie en hertekening van het landschap door de lokale boeren. De streek tekent zich dan ook redelijk groen en fris af. De streek doet mij enigszins denken aan de Hollandse polders, hoewel hier meer dan 200 meter hoger gelegen. Zowel landbouw als veeteelt doen het hier goed. Sappige weiden met grazende koeien en groen geïrrigeerde velden wisselen elkaar af.

 

Net voor Antonito is er een trein en spoorweg museum, nogal rommelig en erg groot, met enkele mooie wagons en locomotieven. Antonito zelf ziet er dan wel weer netjes en bedrijvig uit.

 

Uiteindelijk bereiken we vermoeid Alamosa, en nemen tevreden intrek in een mooi goed onderhouden motel, dat ook door vele anderen blijkbaar vlot gevonden werd, want de parking is afgeladen vol.

 

 

´s Avonds diner bij Nino. De grote salade met stukjes biefstuk, geen Haute Cuisine, maar best lekker, kan ik nauwelijks naar binnen werken. Dan toch maar even nog een wandelingetje langs Main Street en terug, zodat mij een goede nachtrust verzekerd wordt. We zitten hier op 2300 meter. De snijdende kou, de ijle lucht en de vermoeidheid nopen ons om toch wat sneller naar het hotel weer te keren, en ons lichaam wat broodnodige rust te gunnen. Het was een zware dag.

 

 

 

Dag 21 (zaterdag 21 mei 2022):

Alamosa CO – rustdag

 

Heerlijk geslapen in dit zachte bed. Het is opmerkelijk dat de hotel bedden hier in Amerika meestal perfect zijn op mijn maat. Ik word hier zelden wakker door de pijn van het doorliggen, zoals in heel vele hotels min West-Europa, om niet te spreken van Azië, waar we in Tadzjikistan en Mongolië nog ‘geslapen’ hebben op een soort paardendeken.

Het is hier koud, net boven het vriespunt, en heeft deze morgen zelfs iets gesneeuwd. We hebben besloten vandaag niet te rijden, maar wel na de middag een grote wandeling te maken. Na het opstaan ga ik in de koffer een voorraadje warme kleren halen, en duffel mij goed in. Een koffietje en een restje cake, en dan hou ik het wel uit tot het ontbijt.

 

Ik doe wat administratie, heb een videochat met mijn mama, en ga dan om halfnegen ontbijten samen met Udo in het Art Valley Café.

 

 

Er is een keuzemenu, met nummers, net zoals in de Sovjetsysteem. Alles wat extra is dient betaald te worden. Gelukkig dient hier bij afwijking van het menu de manager er niet bijgehaald worden. De uitbaters van het hotel annex cafetaria zijn van Mexicaanse origine, erg vriendelijk en gedienstig, en dat verklaart wel het succes van het zaakje, want het hotel lijkt volgeboekt, en de grote ontbijtzaal is vol. We nemen ruim de tijd, krijgen nog een paar maal koffie bijgevuld, geen echt lekkere, en gaan dan naar onze kamers.

 

Nu eerst en vooral de blog bijwerken, tekst en zo mogelijk foto’s, en daarna uitzoeken welke route we morgen gaan volgen. Dat is niet zo eenvoudig, want een groot deel van het gebied ten noorden van ons kampt met een koudegolf, en heeft de hoogste bergen van de VS.

 

Na dat Amerikaanse ontbijt hebben we omstreeks 13u nog steeds geen honger. We gaan dan op stap doorheen het stadje in een aangename en warme middagzon, hoewel de buitentemperatuur de 15 graden niet overstijgt. Het wordt een lange wandeling. Ondertussen doen we nog wat boodschappen.

 

In een ‘Adventure’ zaakje vind ik wat reeds lang zoek: sterke niet gevoerde lederen handschoenen om mijn ros in bedwang te houden. Ik zag de gaucho’s in Zuid-Amerika dergelijke gebruiken.

 

Op de parking staan enkele mooie oldtimers, al dan niet gerestaureerd of omgebouwd.

 

 

We lopen nog wat rond in Walmart, kijken naar het aanbod van voedsel, dat vanaf jonge leeftijd onder supergeraffineerde en conditionerende vorm wordt aangeboden. Vloeibare babymelk bijvoorbeeld was enkel beschikbaar met vanille, chocolade, of aardbeismaak.

 

In een kerkje met adobe-achtige kenmerken is er een eredienst aan de gang: De grote kerk zit afgeladen vol met Native Americans.

 

Ook hier koesteren zij hun cultuur, zij het dan op heel uiteenlopende wijze: Murallas zijn dan ook hier en daar te zien.

 

 

Hier en daar een gebouwtje of woning in adobe-stijl.

 

 

Terug in het hotel omstreeks 16u installeren we ons op het terrasje naast onze kamers en eten een gezond tussendoortje: havervlokken, yoghurt, en een banaan.

 

Dan werken aan de planning voor de komende week. We komen er al gauw uit; we steken de bergen over langs Durango, en volgen min of meer de Colorado River tot aan de Grand Canyon. Nu dit alles inplannen, rekening houdend met beschikbaarheid van hotels, afstanden, weersomstandigheden, en bezienswaardigheden onderweg: Dat zal mij nog wel enkele uurtjes zoet houden deze avond en morgenvroeg.

 

 

 

Dag 22 (zondag 22 mei 2022):

Alamosa CO – Durango CO – 170 miles

 

Wanneer ik wakker word is het erg koud in mijn kamer. De verwarming blaast wel, maar er komt geen warme lucht uit.

 

We gaan ontbijten in All Valley Café. Ik bestel min of meer hetzelfde als gisteren, vet en hartig, op zijn Amerikaans, want het belooft een koude dag te worden. Udo verkiest de pancakes. Ikzelf vind die te dik, te klef en te zoet.

 

 

Vervolgens heb ik even een videoschat met mijn twee kleindochtertjes, kleed mij warm aan, en vertrek dan op de motor. Het is dan bijna halfelf, de zon schijnt, en het is nauwelijks tien graden.

 

We rijden westwaarts. Alamosa is het eindpunt in de grote brede vallei waar de Rio Grande uit de bergen ontspringt. Ons plan was de oversteek te maken over de Noordelijke bergenrij, maar daar komt nu niets van in huis omwille van de mogelijke gladde wegen.

 

Langsheen beide kanten van de weg zien we grote irrigatie-installaties die de landbouw mogelijk maken. Er worden op die manier grote groene cirkels in het landschap gemaakt, die vanuit de lucht best spectaculair zijn.

 

We kruisen de ‘Spanish Trail’, een historische route die de Conquistadores destijds volgden vanuit het zuiden. Nu is dat enkel nog een grindweg, populair bij wandelaars en fietsers. We zien hier dan ook de eerste sportieve fietsers in grotere aantallen op onze reis. Ook de stadjes en dorpjes veranderen geleidelijk enigszins van aanzien, en doen hier enigszins denken aan wat we in de Europese bergstreken aantreffen.

 

We blijven de Rio Grande westwaarts stroomopwaarts volgen, een woester berggebied in, het Rio Grande National Forest, tot waar hij zich vertakt in een zuidelijke en een noordelijke tak. We volgen de zuidelijke tak nu zuidoostwaarts, en gaan steeds dieper de bergen in, om dan de oversteek van de Rockies te maken. Die is op de Wolf Creek Pass, 3300 meter hoog, en daarmee nog een stuk hoger dan de hoogste Alpenpas. Vanaf dit punt loopt het water naar het Westen, om dan uiteindelijk in de Stille Oceaan te belanden.

 

Pagosa Springs aan San Juan River is een mondain stadje met heel wat toeristische bedrijvigheid. We nemen er een koffie om de kou wat uit ons lijf te verdrijven.

 

Chimney Rock National Monument is reeds van veraf te zien. We rijden er naar toe, maar de weg naar boven verloopt op een grindweg. Daar hebben we wel ervaring meer, maar met deze mooie motoren willen we geen risico lopen, en beperken ons tot de parking en het Visitor Center.

 

 

De ganse site bevat vele archeologische vondsten, zowel artistiek als wetenschappelijk.

 

 

Het Visitor Center, een klein erg verzorgd museumpje op zich, tracht in beelden en wat summiere uitleg de waarde hiervan over te brengen naar de bezoeker. Veel blijft hiervan niet hangen bij de modale Amerikaan.

 

 

Het Budget Inn Motel valt mee. Alweer moeten we vaststellen dat er meestal geen verband bestaat tussen prijs en kwaliteit van de hotels.

 

 

We ontmoeten er een jonge Engelsman die van de westkust naar de Oostkust rijdt op een gehuurde Harley Davidson. Hij doet dit wel aan een gans ander tempo dan wij, want heeft slechts een grote twee weken ter beschikking.

 

CityMarket. Om geen twee maal naar de stad te moeten kopen we hier wat kant en klaar voedsel: sushi, slaatje en pasta. We keren terug naar het hotel, werken alles naar binnen, rusten wat, en gaan dan op stap naar het historisch centrum van Durango: ‘Downton’, zoals dat hier meestal heet.

 

Eerst zakken we wat af naar de rivier met spoorweg ernaast.

 

 

Er is hier een wandelweg aangelegd. Die mooie wandelpaden vind je telkens makkelijk terug met de app ‘Mapsme’ op je smartphone. Bovendien helpen ze je om niet te verdwalen, of snel de weg terug huiswaarts te vinden. We zijn niet de enigen op deze ‘hiking trail’. De andere wandelaars lachen en groeten meestal bij het kruisen.

 

Na enkele kilometers bereiken we dan het centrum, waar op deze zondagavond nog heel wat winkels open zijn, en nog heel wat bedrijvigheid heerst. Durango is naar Amerikaanse normen een heel oude stad, bijna 500 jaar oud. De Spanjaarden zochten hier zilver in de buurt. Vorige eeuw werd de stad populair als decor voor westerns, en bevat heel veel historische gebouwen.

 

 

Ik moet het hen nageven: toch nog heel wat Amerikanen koesteren hun erfgoed. Misschien is die liefde meegenomen vanuit  Spanje of Angelsaksische landen?

 

 

We lopen gans Main Street af, tot aan het oude Stationsgebouw.

 

Hier staan oude treinen en wagons te wachten om toeristen heen en weer te voeren naar Silverton, over het oude smalspoor waar we zonet langsheen wandelden.

 

 

Ondertussen is het reeds beginnen schemeren, neemt de drukte op straat toch wel wat af, en gaan de winkels een voor een dicht, terwijl de horeca, nog wel open, vaak wacht op een eenzame klant. Wat verder kopen we een lekker Belgian Chocolate ijsje, in een al even lekker blauw hoorntje, vervaardigd met blauwe maïs meel, en vatten we de lange weg aan hotelwaarts, langs de grote weg ditmaal, waar gelukkig toch een echt voetpad aanwezig is over het ganse traject, een unicum sedert de start van deze reis.

 

 

 

 

Dag 23 (maandag 23 mei 2022):

Durango CO – Monticello UT –  300 miles

 

We ontbijten op mijn kamer. Het is hier lekker warm, en dat mag ook wel, want de stad ligt op 2000 meter hoogte, de nachten zijn erg fris, en van isolatie hebben de Amerikanen nog niet veel gehoord, alvast niet in de vele motels die het land rijk is, en al zeker niet in deze welke wij uitkiezen, want op een reis van drie maanden moet je het budget in de gaten houden.

 

We vertrekken omstreeks 10 uur, wanneer de zon de grootste kou verdreven heeft.

 

Een enorme rots aan een tafelberg trekt mijn aandacht, en het grote bord Mesa Verde National Park, nodigt ons uit om hier toch een kijkje te komen werpen. Aan de balie van het Visitor Center vertelt een vriendelijke bediende ons dat we beiden een ingangsticket nodig hebben, omdat we twee voertuigen hebben. Dat moeten we kopen aan de ingangspoort van het park zelf. Hij geeft ons uitgebreid en geduldig uitleg over alle bezienswaardigheden.

Aan de ingang van het park vraag ik nog eens na of we wel twee tickets nodig hebben, want ik had zelf anders vernomen bij mijn voorbereiding van deze reis. En inderdaad, één jaarpas is geldig voor twee motoren, en hun passagiers. De brave man aan de balie daarstraks was slecht geïnformeerd. We maken een tocht door het ganse park, toch wel twee uur rijden, en beperken ons tot de uitzichten vanop de motor en de ‘Panoramic Views’. Het park is op grote hoogte gelegen boven de rest van het vlakke landschap, en laat toe zeer ver te kijken.

Het hele park is eigenlijk een grote archeologische site, welke wij niet gaan bezoeken.

 

 

Er zijn zo een 600 overhangende kliffen, ideaal voor beschutte bewoning door de primitieve volkeren die zich hier kwamen vestigen, en er geleidelijk toch een redelijk gesofisticeerde vorm van leven bereikten, inclusief de typische architectuur, de adobestijl, overgenomen in de moderne SantaFé-stijl.

De oorspronkelijke bevolking kwam zich hier vestigen zo’n 1500 jaar geleden, startte voorzichtig met primitieve landbouw, en bereikte 500 jaar later reeds een relatief hoog niveau van ontwikkeling.

 

Onderweg tijdens het bezoek aan het park komt een bevallige jonge vrouw met mij aanpappen. Ze is vriendelijk, alleen, en best knap. Ze komt naar eigen zeggen uit New York. Ik laat haar maar wat ratelen, maar maak mij er dan maar gauw beleefd van af, en maak mij uit de voeten, met toch enige twijfel over de eerbaarheid van haar bedoelingen.

 

We zetten de weg verder westwaarts, en nemen een kortere weg door een onwaarschijnlijk prachtig en ruw landschap, eerst langsheen een klein riviertje, McElmo Creek, met vele kleine veeteeltbedrijfjes, maar steeds schaarser wordend naarmate we het einde van de vallei bereiken. Hier wordt ook naar olie geboord, en we zien dan ook de ja-knikkertjes naarstig aan het werk in dit desolate landschap. Overal is er echter bewoning, in goedkope keetjes, stacaravans of zelfs enkel eenvoudige caravans.

 

We gaan over de pas, verlaten hier Colorado, komen in Utah terecht, en wat verder bereiken we de grote vallei van de San Juan Rivier: We volgen deze tot Montezuma Creek, een nederzetting met zo een vijfhonderd inwoners, en toch basisvoorzieningen voor de ganse uitgestrekte regio.

 

We volgen hier de Navajo Code Talker Highway. In Bluff, genoemd naar de enorme overhangende rotsen, slaan we zuidwaarts af en rijden we doorheen één van de meest hallucinante landschappen van de VS, en door vele mensen gekend vanuit de vele films die hier gedraaid werden.

 

 

De streek wordt niet voor niets ‘Monument Valley’ genoemd, en is gelegen in Navajo-land. Wat we de komende uren te zien krijgen is onbeschrijflijk, ik doe dan ook geen moeite. Ik doe mijn best om een indruk van deze motorrit vast te leggen op video.

 

Een voorproefje.

 

De tijd gaat snel voorbij, en er wacht ons nog een lange rit weer noordwaarts naar Monticello, langsheen grotendeels dezelfde weg, maar gezien vanuit een gans andere hoek ditmaal.

 

Het is ruim na 18 uur wanneer we het hotel bereiken. We blijven hier twee nachten.

 

 

We gaan eten bij Gustavo, waar we eerst lang moeten wachten, en uiteindelijk toch niet zo goed beloond worden voor ons geduld. Morgen hopelijk beter.

 

 

 

Dag 24 (dinsdag 24 mei 2022):

Monticello UT - Monticello UT – 230 miles

 

Ik heb redelijk lang geslapen. Er is hier geen spoorweg in de onmiddellijke buurt, en er passeert hier redelijk veel vrachtverkeer, maar gelukkig enkel overdag.

Om acht uur ontbijten we op het gemak, en een uurtje later, wanneer het minder koud is buiten, maken we ons klaar voor het bezoek aan de wijde omgeving van Moab, met een paar Nationale parken op het programma.

 

We bevinden ons hier op 2000 meter hoogte, en de lage nachttemperaturen verplichten ons om toch niet te vroeg te vertrekken. Moab is nog even rijden, maar er is genoeg te zien onderweg.

 

 

We bereiken even voor de middag het Arches Nationaal Park, waar een groot flitsend uithangbord ons verwittigt dat je hier niet binnenraakt zonder reservatie. Het park, hoewel meer dan dertig kilometer diep, heeft slechts een beperkte capaciteit. Een enorme file staat reeds aan te schuiven. De ene auto na de andere keert om en rijdt weg, ook wij keren om, installeren ons op een terrasje, en onderzoeken de opties om alsnog een bezoek te brengen aan dit park: reserveren, of wachten tot na vijf uur. Dan kan je binnen zonder reservatie. Het reserveren kost mij al gauw bijna een uur, omwille van een slechte internetverbinding, maar levert ons wat tijdswinst op: We kunnen om vier uur binnen.

 

Dus nu eerst de rest van het programma afwerken. Eerst een korte rit langs de Colorado River Canyon Road. De wanden staan niet zozeer dicht op elkaar, maar zijn dan wel indrukwekkend hoog en erg mooi. De rivier is hier breed en snelstromend, en voert water aan vanuit de Rocky Mountains tussen hier en Denver.

 

 

Vervolgens rijden we door de woestijn naar het Dead Horse Point State Park.

 

 

Daar komen we met onze NP-Pass niet binnen, en moeten dus apart betalen. Toch blijkt dit de moeite waard, want het Dead Horse View Point biedt bijzonder mooie uitzichten over het kronkelend verloop van de Colorado River.

 

 

Dit is hier niet de Grand Canyon, maar in mijn ogen minstens even indrukwekkend, zo niet, alvast mooier. Ver in de diepte zie ik het smalle stoffige wegje, waar ik vijf jaar terug met mijn Transalpje over heen hobbelde.

 

 

Ik zie mijzelf daar weer afstappen van de motor, die onvergetelijke videoshot maken, net op die plaats waar ook de film ‘Thelma and Louise’ eindigt, en dat daardoor sedertdien de naam draagt: ‘Thelma and Louise viewpoint’.

Met toch wat afgunst zie ik daar nu vier motoren rijden, maar stel mij tevreden met mijn eigen herinneringen.

 

Shäfer Trail Video van 2017

 

We verlaten dit Utah State Park, en rijden dan even verder tot aan het Canyonsland National Park. Hier raken we probleemloos binnen met de NP-Pass. Ver moeten we niet rijden. We rijden even de Shäfertrail op, maar enkel op het vlakke deel. Met deze mooie motoren durven we de trail niet aan, want je moet toch rekening houden met een mogelijke valpartij. We rijden even tot aan de rand, nemen wat foto’s en ontmoeten de drie Amerikanen die we eerder op de dag zagen. Zij reden zonet de trail. Eén van hen kwam ook ten val in de zandbak, waar ook ikzelf strandde en ten val kwam vijf jaar geleden.

 

 

Nu terug naar Moab, voor het bezoek aan het Arches National Park. Er staat nog steeds een file, maar toch al heel wat korter, én, nu hebben we een reservatiecode. Het ene na het andere natuurfenomeen ontplooit zich voor onze ogen.

 

 

Dat alles beschrijven en tonen is onmogelijk. Drie uur later verlaten we vermoeid het park, na een rit van zo’n vijftig mijl doorheen dit uitgestrekte park, zonder enige echt moment van pauze.

 

In Moab gaan we ‘Downtown’ eten in een Thaï restaurant, lekker, vullend, gezond.

 

 

Daarna kleden we ons wam aan voor de rit van 50 mijl die ons nog scheidt van het hotel. De weg is recht, goed onderhouden, en nog redelijk druk bereden. De heldere woestijnhemel blijft de omgeving nog lange tijd verlichten, hoewel de zon reeds onder is. We bereiken Monticello in het halfduister even na negen.

 

 

 

Dag 25 (woensdag 25 mei 2022):

Monticello UT -  Hanksville UT – 170 miles

 

Na de vermoeiende dag van gisteren ben ik wat langer in bed blijven liggen. Ik sta dan uiteindelijk toch op en werk de blog bij.

 

 

Om 8 uur ontbijten we, en trachten een hotel in de buurt van de Grand Canyon te boeken. Dat neemt wel even tijd in beslag, en uiteindelijk vraagt het systeem bevestiging van de betaling door middel van een kaartlezer. Weer bij af, want ik heb geen kaartlezer meegebracht. Na nog wat proberen vinden we dan toch via Booking.com een geschikt hotel.

 

Als de ochtendkou wat verdwenen is vertrekken we zuidwaarts. Het wordt al gauw te warm en de overjas en hals beschermers verdwijnen in de koffer. Net voorbij Blanding slaan we af naar het Westen, en duiken we de woestijnachtige Canyonlands in. Dit deel ten zuiden van de Colorado River maakt geen onderdeel uit van het Nationaal Park, maar is al even mooie en spectaculair. We gaan even de Mule Canyon Road op, maar keren al gauw terug. Deze weg is enkel geschikt voor échte muilezels, en niet voor onze luxepaardjes.

 

Wat verder bezoeken we het Natural Bridges National Monument, als het ware een klein nationaal park, ook beschermd, goed ingericht met mooie wegen en voorzieningen zoals toilet, picknickplaatsen en camping.

Het feit dat onder de overhangende kliffen vroeger mensen woonden, en van daar uit er dagelijks op uit trokken om te voorzien in hun bestaan, blijft wel even in je hoofd hangen.

 

 

Er zijn prachtige uitzichten, onder andere op 3 enorme zandstenen bruggen, uitgesloten in de loop van miljoenen jaren, en natuurlijk wandelpaden om dit alles van nabij te gaan bekijken. De hitte valt nog mee omwille van een aangename frisse wind die hier krachtig blaast, maar de leeftijd en de motoruitrusting verhinderen ons om zo een uitputtende wandeltocht aan te vatten.

We ontmoeten er wel een New Yorker op de fiets, onze leeftijd, die goed getraind, niet enkel op de fiets hierheen gekomen is, maar ook nog eens alles te voet tot op de bodem van de canyon gaat bezichtigen. (Misschien staat zijn auto wel wat verder op de parking aan de ingang van het park, want hij heeft geen bagage bij zich?)

Bij de laatste brug daalt Udo toch af in de canyon, terwijl ik op motoren en bepakking let, gezeten onder een boom in de lommerd. Ik deed zelf de afdaling vijf jaar terug, en dus vijf jaar jonger, bij bijna 40 graden en vol beladen…

Ook deze regio, goed voorzien van overhangende kliffen, bood de vroegere bewoners van dit land de mogelijkheid om zich hier te settelen, en een eenvoudige vorm van landbouw te ontwikkelen.

Het is ondertussen reeds ruim na de middag, en we rijden weer verder, doorheen een quasi onbewoonde gebied, op een zeldzame camping na. We bereiken de Colorado River, op de plaats waar deze uitkomt in het grote stuwmeer Lake Powell, dat tot Page reikt. We rijden over de brug, nemen wat foto’s, en rijden even verder over de Dirty Devil River, smal, heel diep ingesneden in de rotsen, maar momenteel maar een streepje water van enkele meters breed, die breed modderig uitgesmeerd, wat verder in de Colorado River uitmondt.

 

 

Het niveau van Lake Powell, het 2e grootste waterreservoir van de VS, is al twintig jaar aan het zakken, en dat is hier duidelijk zichtbaar, want van een meer is hier niets te bespeuren.

 

 

Er is meer behoefte aan water, dus meer verbruik, maar anderzijds valt er steeds minder neerslag, zodat het ook niet zo snel meer aangevuld wordt. Ook hier worden wij weer geconfronteerd met een land dat afstevent op een reeks catastrofes, en talmt om in te grijpen.

 

Onderweg zagen we veel droge rivierbeddingen, sommige al lang droog, maar sommige nog omzoomd door groene bomen en planten, wat wijst op regelmatige regenval. Nu rijden we een redelijk vlakke regio binnen, ten Noorden van de Colorado river, erg woestijnachtig, maar toch nog voldoende groen om hier in enige mate veeteelt toe te laten. We rijden voor lange tijd langsheen een uitgedroogde, maar toch met groen omzoomde rivier, waar hier en daar toch nog verse modder zichtbaar is. Langs de weg zien we enkele koeien met twee heel erg jonge kalfjes. In de verte, in het westen, is een grote hoogvlakte zichtbaar, met enkele bergpieken.

 

We komen uiteindelijk rond 17 uur aan in Hanksville, een bijna godvergeten gat, dat grotendeels overleeft dankzij de enkele basisvoorzieningen die het biedt aan passerende reizigers: een motel, een restaurant, een winkeltje…

 

 

… en natuurlijk twee benzinestations.

 

 

Wij verblijven in het mooie motelletje ‘Whispering Sands’. Drie Engelsen, op een gehuurde Harley Davidson, brengen hier ook de nacht door. We slaan even een praatje.

 

Dan op stap naar het restaurant, een eindje verderop. We passeren een zaakje waar kleine terreinwagentjes verhuurd worden. Er is hier in de buurt wel een en ander te bezichtigen.

Het gemeentehuis herbergt een info-center en ook een medische post. Alles lijkt er doods.

 

In Duke’s Slickrock Grill bestellen we elk een biefstuk, met redelijk vette randen, wat er op wijst dat het mogelijk afkomstig is van een buitenloper die toch niet te veel hormonen en vismeel te eten kreeg. Wat frietjes en een lekker slaatje maken het diner compleet.

 

 

Dan terug langsheen een benzinestation met ‘Hollow Mountain’ supermarktje, uitgehouwen in de rots.

 

 

 

Dag 26 (donderdag 26 mei 2022):

Hanksville UT – Tropic UT - 175 miles

 

Ik sta vermoeid op, maar val er door na een half uurtje rommelen en een licht koffietje. Hoewel een zeer mooi hotelletje, alles is piekfijn in orde, zijn er geen ontbijtfaciliteiten. Om acht uur scharrelen we alles wat ons nog rest bij elkaar, granen, melk, kaas, jam en boterhammetjes, en installeren ons op het terrasje voor de hotelkamer.

 

 

We hebben uitzicht op iets wat lijkt op een verre planeet in de eerste Starwars film, waar Luke opgegroeid is. En dat is niet ver gezocht: de Mars Society is hier sedert 1974 in de buurt aan het werk om een omgeving te creëren waar geoefend kan worden om op Mars te werken, omdat dit landschap zo goed op dat van Mars lijkt.

 

 

De Engelsen zijn reeds vertrokken. Het is mooi weer. De hoogte is hier 1400 meter, en dus is het hier ’s nachts minder koud. Ook is de hitte overdag draaglijker dan voor vijf jaar eind augustus.

 

We vertrekken westwaarts langsheen de Fremont River. Die brengt hier en daar toch enigszins de vallei tot leven, en rond deze oases hebben zich in de loop der jaren kleine min of meer leefbare gemeenschappen gevormd, zoals hier in Hanksville, en verderop in Caineville. Hier rijden we ook doorheen het Capitol Reef National Park, een unieke geologische rimpel van het aardoppervlak, nergens anders ter wereld te vinden, met haar mooie afwisselende rotsformaties. We zien er slechts een minimaal stukje van, want het park strekt zich zuidwaarts uit over meer dan 160 kilometer. De prachtige kleurschakeringen zijn gevormd door de aanwezigheid van kalk en ijzer in het gesteente.

 

 

In het park is ook Fruita gelegen, een kleine oase waar zich omstreeks 1900 een aantal mormonen settelden, en hier fruitbomen aanplantten. Nu kun je hier tussen de fruitbomen kamperen, en eventueel een vruchtje plukken in het seizoen. Als je hier aankomt, kun je je voorstellen dat hier de pioniers deze plek uitkozen, na een wekenlange tocht doorheen de woestijnen van Utah. Het bijzondere aan deze plek was ook dat deze rivier geen overstromingen gaf bij plotse zware aanhoudende regenval, zoals op veel andere plaatsen in de regio.

 

 

In Torrey moeten we afslaan naar het zuiden, maar we rijden eerst even naar het ‘dorpje’ zelf, enkele huizen bij elkaar, en dan nog vooral horeca, waar we halt houden, en wat gaan eten en drinken.

 

Vanaf hier volgen we Highway 12 zuidwaarts, ook genoemd ‘ A Journey Through Time Scenic Byway’ en ‘ The Million Dollar Highway’.

 

We doorkruisen een bosrijke regio, het Dixie National Forest, heel erg uitgestrekt over een regio zowat even groot als Vlaanderen. Er staan vooral ceders en pijnbomen, maar naarmate we hoger gaan verminderen deze om plaats te maken voor espen, die nu nog maar pas in het blad gaan, met een lichtgroene  kleur wat een prachtig contrast geeft met de donkere naaldbomen. De bossen verschaffen een aangename friste en ruiken geweldig. Het terrein is erg bergachtig en gaat tot 3000 meter hoogte. De uitzichten zijn quasi oneindig.

 

 

Langs de kant van de weg ligt het kadaver van een aangereden hertje. Enkele kleine gieren en een wolk vliegen doen zich te goed aan het goed gevulde karkas.

 

In een valleitje passeren we langs Boulder. We stappen even af op een parking, en slaan een praatje met een ganse gezin aan een picknicktafel. Ze wonen hier in Utah, en maken een uitstapje. Zoals vaak, zijn ze onder de indruk van de afstand die we reeds afgelegd hebben, want de nummerplaten van onze motoren zijn van Pennsylvania en North Carolina. Wanneer ze dan horen dat we uit Europa komen zijn ze gans door het dolle heen, en komen de vragen. Zo eentje dat altijd terugkomt: ‘Wat vindt je vrouw ervan dat je alleen en zo lang weg bent?’.

 

 

Even verderop begint het Grand Staircase-Escalante National Monument, niet zozeer 1 bezienswaardigheid, maar wel een hele regio, deels omsloten door het Dixie National Forest, en ook alweer voorzien van de nodige attributen om mijn voorraad superlatieven nu toch volledig uit te putten voor vandaag. Om het in het Amerikaans te zeggen: ‘ Waaw’ of ook nog ‘Waaw’.

 

En om er dan toch één uit te pikken: de ‘Hogback’. De weg lijkt van de top van de wereld van 3000 meter af te dalen over een hoge smalle kronkelende bergrug, met aan beide zijden geen vangrails, maar wel een kloof tot diep in de canyons. Deze weg slingert zich zo een paar mijl naar beneden, met aan beide zijden een uitzicht over tientallen kilometers. De kunst bestaat er in om te rijden, te kijken, te filmen. Stoppen kan je niet, daar is geen plaats voor aan de kant, en bovendien, dat zou je niet eens durven…

 

We passeren het dorpje Escalante, en komen wat later aan in Tropic, gelegen op bijna 200 meter hoogte, maar waar het toch meer dan dertig graden warm is.

 

 

Even uitrusten op de hotelkamer, en dan een pizza gaan eten even verderop. We wandelen dan nog even tot het Bryce Pioneer Village hotel, waar ik vijf jaar terug een nacht verbleef in een aangename ‘cabin’.

 

Om acht uur ’s avonds stappen we dan weer de motoren op om de zonsondergang te gaan beleven in het Bryce Canyon National Park, een tiental kilometer verderop.

 

 

Een welgevulde dag. Even een half uurtje bekomen op de hotelkamer, nog wat extra drinken, en dan in bed.

 

 

 

Dag 27 (vrijdag 27 mei 2022):

Tropic UT -  Fredonia AR – 150 miles

 

In de prijs van dit hotel is het ontbijt niet inbegrepen, maar toch krijgen we een ontbijt aangeboden. We zijn er klokslag 8 uur, wanneer het zaaltje van de receptie opengaat. Het aanbod is beperkt, op zijn Amerikaans. Ook het bezoek van de gasten aan de ontbijtzaal is op zijn Amerikaans. Het is een ‘va-et-vient’ van mensen die even binnenkomen, rondkijken, eventueel een koffie, een appel of een klein gebakje nemen. Wij nemen echter plaats, en bedienen ons van alles wat eetbaar lijkt. Een fris fruitig appelsiensapje, een koffie, een paar minuscule maar lekkere gebakjes, een kommetje havervlokken met melk, een zoete granenkoek, en een paar appels.

 

Toch enigszins gevuld gaan we de motoren laden en laten Tropic achter ons om het bezoek aan te vatten van het Bryce National Parc.

 

 

Doordat we vroeg zijn er mooie uitzichten over de benevelde bergen aan de einder.

 

 

Je kunt nauwelijks het verschil zien tussen de bergen en de wolken.

 

 

De weg door het park is ongeveer twintig mijl lang, en gelegen op een bergrug tussen 2500 en 2800 meter. De wind blaast er redelijk sterk en geeft een aangenaam verkoelend effect. De meeste uitzichtpunten zijn gelegen aan de Oostzijde, en geven een enorm uitgestrekt uitzicht op een heel wijde omgeving, naast de mooie bijzondere rotsformaties direct aan de basis van de bergrug. Dit alles beschrijven is onbegonnen werk.

 

 

Minstens even mooi als de geologische formaties zijn de contrasten met de blauwwitte hemel.

 

 

Ook dit park is niet gespaard gebleven van bosbranden.

 

We ontmoeten twee Fransen, Alexandre en Veronique, wonende in Grenoble, op reis op een Harley Davidson. Hij vertelt dat hij zich gedwongen voelde een ganse Harley kleding set aan te schaffen. ‘Noblesse oblige’.

 

We verlaten het park en rijden eerst westwaarts, rijden doorheen de Red Canyon, tweemaal onderheen een roodstenen boog, en komen dan uiteindelijk aan een kruispunt met een grotere weg, die we verder zuidwaarts volgen langsheen de Sevier River. Ook deze streek maakt nog deel uit van het Dixie National Forest. Langs de rivier is er wel enige bedrijvigheid onder de vorm van kleinschalige veeteelt, maar die verdwijnt wanneer we steeds hoger gaan, tot aan de pas, waar de rivier haar oorsprong heeft.

In Hatch stoppen we, tanken we, en gaan een kleinigheid eten.

 

 

Wat verder dalen we weer af en zien we hetzelfde fenomeen in omgekeerde richting, ditmaal langsheen de East Fork Virgin River, die zuidwaarts stroomt. Alweer zie ik een dood aangereden hert aan de kant van de weg.

 

In Kanab stap ik een auto-onderdelenwinkel binnen en vind een paar geschikte boutjes om de koffer weer stevig te bevestigen. Een kilometer of wat verder rijden we Arizona binnen, en verschuift de klok alweer met een uur. We hebben nu negen uur tijdsverschil met het thuisfront.

 

We hebben voor elk een ‘cabin’ geboekt in het zaakje ‘Grand Canyon’. Het is meer dan dertig graden warm. We zijn moe. En dus bereiken we opgelucht onze eindbestemming voor vandaag.

 

 

De zaakvoerder is een vrijgezel van 61, Chuck (eigenlijk Charles), die het nog te vroeg vindt om te stoppen met werken, en alles zelf doet, inclusief te onderhouden van de ‘cabin’s’. Die verschillen eigenlijk bijna niet van de motelkamers, behalve dat het stenen huisjes zijn, waar telkens twee studio´s in ondergebracht zijn, inclusief een kleine kitchenette. De man is ook motorijder, en heeft dezelfde motor als deze waar Udo op rijdt, zij het 10 jaar ouder. Hij geeft ons tips voor het bezoek aan de Noordkant van de Grand Canyon.

 

 

´s Avonds gaan we eten in het stadje Kanab, net hiernaast, maar nog in Utah, en tanken ondertussen, want morgen wacht ons een grote rit naar en omheen de Grand Canyon.

 

 

Terug aan het hotel herstel ik de bevestiging van de zijkoffer, en ga dan wat verder werken aan de blog, want morgenvroeg heb ik daarvoor vermoedelijk niet de tijd, want we vertrekken wat vroeger dan anders, om zo wat meer van de ochtendfriste te kunnen profiteren.

 

 

 

Dag 28 (zaterdag 28 mei 2022):

Fredonia AR -  Tusayan AR – 300 miles

 

Het was een rustige nacht, op de buren na, toen deze rond 11 uur nogal luidruchtig thuiskwamen. Wanneer ik rond 4uur wakker word heb ik toch even tijd nodig om na te gaan of dit de tijd is van de vorige tijdzone in Utah, of reeds deze van Arizona, en of ik dan nog beter een uurtje kan blijven liggen, dan wel dringend moet opstaan. Toch nog maar een uurtje blijven liggen, terwijl de vogeltjes buiten aarzelend hun ochtendconcert beginnen. Dat laatste was ook al weer geleden sedert ons verblijf in Birmingham.

 

De koffie staat al te pruttelen, de blog is geschreven, dus heb ik nu toch even tijd om wat foto’s toe te voegen. Toch nog wel even de data bijwerken, want anders raak ik volledig gedesoriënteerd in de tijd, en vergeet ik waarachtig bijna alweer een belangrijke dag ginds in België, waar Joke een groot feest houdt voor de ganse familie ter ere van de geboorte van William en de Eerste Communie van Jolien. Ondertussen treden Miel en Kobus op met Breakdance.

 

 

Om zeven uur nemen we een koffie. Het ontbijt zal voor ergens onderweg zijn. We vertrekken vroeg, want er staat heel wat op het programma. Ik gooi de sleutels in de brievenbus, want het bureautje is nog gesloten. Onze gastheer is nergens te bespeuren, hoewel hij reeds deze morgen vroeg de grassproeiers aangezet heeft.

 

Het is erg aangenaam rijden doorheen de ochtendfriste. Op dit vroege ochtenduur, het is nog geen acht uur, ruik je nog geen planten of bomen, en ruikt de winderige lucht nog ‘helder’ en wat vochtig. We bereiken een mooi bebost gebied, het Kaibab National Forest, waarvan een deel ten Noorden van de Grand Canyon ligt, en een deel ten Zuiden. Het zijn allemaal hoogstammen, pijnbomen en espen.

 

 

We bereiken een hoogte van 3000 meter en zakken dan weer langzaam af richting de ‘North Rim’ van de Grand Canyon.

 

Aan Jacob´s Lake kopen we wat koeken om de eerste honger wat te stillen, en zetten dan algauw de weg verder.

 

Ook de Grand Canyon is een Nationaal Park; dus raken we er zonder betalen binnen met onze jaarpas. De investering in deze jaarpas hadden we er reeds ruim uit de dag na aanschaf.

 

Om echt op de rand van de Grand Canyon te staan moet je hier nog wel een eindje te voet: het Bright Angel Point is dan wel echt de moeite waard. Het bevindt zich op een rotsrichel aan het uiteinde van een pad van bijna een halve kilometer.

 

 

Er zijn verschillende uitgebouwde platforms, waar je veilig kunt ‘hangen’ boven de Grand Canyon, twee kilometer diep en tot twintig kilometer breed. Er staat een stevige wind, met nu en dan een hevige stoot die je bijna van je sokken blaast. We ontmoeten alweer de Fransen Alexandre en Veronique.

 

Video North Rim

 

Terug naar Jacob’s Lake. We tanken en gaan lunchen, want het is ondertussen middag. Ik beperk mij tot een klein slaatje, want heb schrik slaperig te worden na een stevige maaltijd.

 

Nu oostwaarts, een grote boog omheen de Grand Canyon, weer door heen de bossen, dan door de zandwoestijn langsheen de Vermillion Cliffs. We zien windhozen die het zand opzuigen naar boven, en dan over kilometers laten meevoeren door de wind.

 

 

De temperatuur loopt op tot 35 graden wanneer we Marble Canyon bereiken. Dan overheen de Colorado Rivier, die hier slechts door een smalle canyon loop, maar dan toch al indrukwekkend genoeg. De oude brug is nu een voetgangersbrug naast de nieuwe sterke brug waar de highway over loopt. De Colorado rivier lijkt mij toch wat onderkomen. Je ziet het water niet stromen, en het waterniveau lijkt mij erg laag. Dat wordt natuurlijk geregeld aan de stuwdam van Lake Powell, en waarschijnlijk wordt het water daar tegengehouden om het niveau van het stuwmeer naar boven te krijgen.

 

Dan weer door de zandwoestijn zuidwaarts. Er is hier een echte zandstorm. Het zand waait in kleine duintjes op de rijweg. Net voor Cameron rijden we over de Little Colorado River, helemaal niet zo klein als de naam doet vermoeden, maar wel één van de redenen waarom deze streek zo ontoegankelijk is. Ze volgt namelijk een heel kronkelend verloop doorheen een grote regio, waardoor teveel bruggen zouden moeten gemaakt worden.

 

Na dit lastig tweede deel van de rit doorheen deze hel bereiken we weer het Kaibab National Forest, en even later de ‘South Rim’ van de Grand Canyon, en dus weer het Grand Canyon National Parc, waar je zonder toegangsbewijs niet binnen raakt.

 

Nu eerst naar het hotel.

 

 

Veel tijd hebben we niet om te bekomen: we stappen al gauw weer de motor op en rijden terug naar de Grand Canyon, om de zonsondergang mee te maken.

 

 

Een unieke ervaring. De wind is gaan liggen, het begint iets frisser te worden.

 

 

We zien de overkant waar we deze voormiddag gestaan hebben.

 

 

We blijven hangen tot negen uur, tot de zon echt onder is, en rijden dan terug.

 

 

Eerst nog iets lekkers eten bij de Mexicaan, en dan onder zeil in het hotel.

 

Wat een dag! Om nooit te vergeten!

 

 

 

Dag 29 (zondag 29 mei 2022):

Tusayan AR – Kingman AR – 200 miles

 

Zo een goede hotelkamer nu en dan doet deugd. Je wordt er meer ontspannen wakker, hebt wat ruimte om rond te lopen en om alles eens weer wat re ordenen. In sommige hotelkamers is er niet eens een kapstok of een haak om je vest aan te hangen.

 

Om acht uur gaan we ontbijten. Ze doen vermoedelijk hun best om iets deftig klaar te maken, maar kunnen nog veel leren. Er is hier in Amerika lekker brood te verkrijgen, maar dat heb ik nog in geen enkel hotel tegengekomen. Er is wel lekkere kaasomelet, gebakken bacon, worstjes, smeerkaas, een banaan, en tenslotte granen en melk. We verlaten dus goedgevuld en voldaan het hotel.

 

Nu eerst terug naar de Grand Canyon, om toch ook eens te zien hoe die er uitziet bij een gans andere lichtinval.

 

 

Inderdaad gans anders, maar ook sneller gezien.

 

 

We vatten dan de weg aan naar het Zuiden. We passeren de helihaven, stoppen even, en observeren enkele landende en opstijgende helikopters.

 

 

We rijden nog wat doorheen het Kaibab National Forest, en komen dan terecht op een desolate vlakte van het hoogplateau met een redelijk droge grassteppe.

 

Het stadje Williams is de eerste stop. Het ligt nog steeds op grote hoogte, meer dan 2000 meter, aan de Route66, heeft heel wat historische gebouwen, maar is toeristisch over geëxploiteerd, mede omdat dit ook ligt op de aanlooproute naar de Grand Canyon.

 

 

Op zeldzame wijze proef je hier nog de sfeer van de Mother Road uit de jaren vijftig en zestig, maar dat komt mogelijk wel door de drukte van een zondagnamiddag in een verlengd weekend met een feestdag. Hier en daar toch een pareltje.

 

 

Vanaf hier proberen we terug de oude historische weg te volgen, maar deze is de laatste jaren niet meer onderhouden, en ook voor een groot deel verdwenen bij de aanleg van de autosnelweg. We volgen deze een tijdje tot in Seligman, waarna we terug de Route66 op kunnen.

 

 

Vanaf hier is de Route66 een eenzame plattelandsweg langsheen de spoorweg naar Los Angeles. Het is zondag en er rijden zo goed als geen treinen. Dat is uitzonderlijk, want deze spoorlijn is zeer druk bereden. Er is hier een grote zanderige vlakte, waar opnieuw door de hitte en de stijgende lucht de fijnste zandkorreltjes opgezogen worden in de lucht, en kilometers verder zullen afgezet worden.

 

Peach Springs is het bestuurlijk hoofdplaatsje van de Hualapai Reservaat. We rijden er even binnen, maar er is niets te beleven. Deze Native Americans claimen zekere rechten over een groot deel van de zuidelijke oever van de Grand Canyon, en proberen via financiële akkoorden over de toeristische exploitatie hun levensniveau op te krikken. Er is hier nog een actieve gemeenschap van iets meer dan duizend mensen met eigen administratie, school en politie.

 

 

In Hackberry houden we halt aan een sterk vervallen winkeltje waar van alles aangeboden wordt aan de vermoeide reiziger. We ontmoeten er weer de drie Engelsen op de Harley’s, ook op weg naar Kingman, en dan nog een bende uitgelaten Polen in enkele grote SUV’s.

 

 

Een uurtje later nemen we onze intrek in een hotel in Kingman, voor twee nachten ditmaal.

 

 

’s Avonds gaan we eten in La Catrina, een tweetal kilometer verderop. De wandeling doet deugd. Er is een mooi nieuw voetpad langsheen deze drukke weg. Mexican food, alweer, maar toch weer lekker. We zijn de allerlaatste om het restaurant te verlaten. De terugweg verloopt na zonsondergang.

 

 

Er rijden nog weinig auto’s. De meeste reizigers hebben hun plaats van bestemming bereikt. Zo ook de Engelsen. We zien hun drie zwarte motoren aan de overkant aan een motel staan.

 

 

 

Dag 30 (maandag 30 mei 2022):

Kingman AR – rustdag

 

Vandaag even uitblazen na het gevulde programma van de afgelopen dagen.

 

Ik sta wat later op, heb een videochat met het thuisfront, doe nog wat administratie

 

De lege ontbijtzaal doet het ons reeds vermoeden. Het ontbijt, inbegrepen in de hotelprijs, is er een om je van schaamte achter de dichtstbijzijnde deur te gaan verbergen: één kleverige muffin, waarbij een waarschuwing zou moeten staan ‘niet voor mensen met een gebitsprothese’, één minuscuul potje fruitcocktail, best lekker gezien de omstandigheden, en een koffie á volonté die er ook nog wel mag zijn.

 

Bezoek aan de supermarkt rechtover het hotel. Veel mooie vers fruit, groenten en vlees. Heel divers assortiment in de traiteursafdeling. We laten er een mooie sandwich klaarmaken als lunch deze middag, en doen nog wat voorraad in om het ontbijt van morgen toch wat aan te vullen.

 

 

Op de middag vertrek naar het Visitor Centrum downtown, in het hart van het Route66 gebeuren.

 

 

Het is echter Memorial Day, een Amerikaanse feest- en gedenkdag, gehouden op de laatste maandag in mei, waarop de overleden Amerikaanse militairen herdacht worden. Daardoor is het Museum gesloten, maar er is toch nog genoeg te zien om ons een half uur zoet te houden.

 

 

Een jonge Duitser loopt radeloos over en weer op zoek naar zijn Credit Card die hij net verloren is.

 

Terug buiten zien we net een oneindig lange goederentrein passeren; een hele gebeurtenis.

 

Goederentrein in Kingman

 

Even later zien we ook een bende motards op Harley Davidson’s, aanzetten om hun tocht langs Route66 verder te zetten.

 

Een oude locomotief met wagon staat uitgestald als minimuseum in een parkje

 

 

Wat verder een oldtimer.

 

 

We bezoeken een mooie shop met lederen motorkledij, vooral gericht op stoere Harley-rijders en hun bevallig gezelschap.

 

 

Wandeling door Beale Street in downtown, het historisch hart van Kingman, redelijk doods, op een haastige haas na.

 

 

Maar gelukkig wel een en ander te zien.

 

 

Dan terug naar hotel, Sandwich eten, koffie drinken, wat rusten, en dan nog eens op stap naar enkele winkels in de buurt, waar ik nog een paar mooie lederen handschoenen koop.

 

Om 6 uur gaan we eten in de supermarkt, aan een tafel in de traiteurafdeling. Daarna drinkt Udo nog een koffie met een koekje wijl we de planning van de komende  dagen doornemen.