Alain blogt op de motor

Powered by Suzuki V-Strom

 

 

 

 

Deel 3: het zuidwestelijke deel van de VS.

We steken de grens over met California, vermijden angstvallig de gigantische agglomeratie van Los Angeles, maken nog een uitstap naar Nevada, en trekken dan noordwestwaarts, waar we in de buurt van San Francisco de Stille Oceaan bereiken. Vanaf hier trekken we een veel groener deel van California binnen, met mooie kusten en uitgestrekte bossen, een echte revelatie.

 

 

 

 

 

Dag 31 (dinsdag 31 mei 2022):

Kingman AR – Joshua Tree – 250 miles

 

We ontbijten weer in het primitieve ontbijtzaaltje van het hotel, maar ditmaal voorzien van wat melk, granen, en een yoghurtje. Maar nu liggen er ook nog bananen, zodat we toch een enigszins gevarieerd ontbijt achter de kiezen kunnen steken.

 

We gaan tanken en rijden de snelweg op, de Colorado woestijn in, richting Lake Havasu, een stuwmeer op de Colorado River gevormd door het water af te dammen. We bekijken even het marine-gedoe aan het meer, het te water laten van een boot, volgen dan verder het meer tot aan de Parker Dam. Hier steken we de Colorado River over en belanden zo in California. In het stadje Parker houden we even halt voor een koffie en een pancake. Ik slaag er niet in de twee enorme schuimige pancakes naar binnen te werken; ik doe er ook geen moeite voor. Het vult snel, maar lekkers is anders. We gaan weer tanken, want er wacht ons nog een woestijn-oversteek.

 

Weer door Colorado woestijn westwaarts. Zeer droog. 35 graden. Hier en daar een zandzuigende windhoos. Een mooie ervaring zo een tocht doorheen de woestijn. Helemaal niet zo lastig want de droge wind en transpiratie zorgen voor afkoeling. Wel voldoende en regelmatig drinken.

 

Een paar Amerikanen van Chinese herkomst vragen mij de weg naar Joshua Tree National Park. Ik wijs hen de weg en maak een babbeltje. Ze wonen in Louisiana, maar zijn oorspronkelijk afkomstig uit China, aan de grens met Mongolië en Noord-Korea. Ze willen, net zoals wij, overnachten aan de Noordzijde van Het Nationaal Park. Ik leg hen uit dat wij dat ook van plan zijn, en dat wij de zuidelijke ingang gaan nemen van het Joshua Tree National Park. Ze bedanken mij en zeggen dat ze ons gaan volgen. Een tijdje zie ik hen nog achter ons, maar dan verlies ik hen uit het oog.

 

We bereiken na een tijdje die zuidelijke ingang en rijden de bergen in. We stappen af aan het Visitor Center. Daar wordt ik aangesproken door een Park Ranger, Dave Larson. Hij is erg vriendelijk, geeft een hele reeks nuttige tips, en vertelt dat hij zelf ook een motor heeft, maar een lichtere, meer geschikt voor het terrein in deze buurt: een Honda CRF300.

 

De bergen hier lijken wel enorme keutels uit het tijdperk der dinosaurussen. Toch zijn het gewoon de hardere rotsen die na miljoenen jaren erosie die overblijven in het landschap, maar toch doorinwerking van vorst, zon, zand, water en wind uiteindelijk deze typische vorm gekregen hebben.

 

Eerst rijden we nog door de Colorado Desert, maar naarmate we steeds hoger de bergen inrijden verandert het aspect van de begroeiing. Dit is dan de Mojave Desert. Dit valt het meest op wanneer we in een ‘cactusbos’ komen, de Cactus Garden. Stel je hier geen bos voor met hoge bomen of struiken; door de beperkte hoeveelheid water staan de meeste planten ver uit elkaar, en bereiken ze slechts een beperkte hoogte.

 

Ineens is het Chinese gezin daar weer. Ze bedanken mij nogmaals voor de aanwijzing van de beste route.

 

Nog hoger staan steeds meer Joshua Trees, een soort Yucca die enkel hier groeit, en een soort boom vormt, hier en daar zelfs enkele meters hoog.

 

We verlaten uiteindelijk weer de bergen en het Nationaal Park, en bereiken even later het hotel.

 

 

De Indische uitbater, een norse man, checkt ons in, en geeft ons een korting bon voor het naastliggend restaurant. Daar gaan we dan ook eten. Het is een Indisch restaurant, gelegen naast een klein supermarktje. Alles wordt gerund door Indiërs, misschien familie? Het eten is wel lekker. We lopén nog even door het supermarktje, maken dan nog een wandeling, niet te ver, want het wordt snel donker, en gaan dan slapen.

 

 

 

Dag 32 (woensdag 1 juni 2022):

Joshua Tree CA – Las Vegas NV – 220 miles

 

Ik word wakker met de planning van vandaag voor ogen: een bezoek aan een Wildwest stadje, een rit door de woestijn, en een tocht door de jungle, een stadsjungle welteverstaan.

 

Het ontbijt is eenvoudig, wat granen met melk, een halve banaan, enkele koekjes, en koffie. Het is al warm, we hebben een gevuls programma, dus zetten we aan net voor negen uur.

 

Eerst westwaarts naar Pioneertown, een zanderig dorpje waar ten behoeve van de filmindustrie een Wildwest stadje werd nagebouwd. We wandelen er even rond, en zijn zowat de enige bezoekers, op een oud koppel na. Maar precies de afwezigheid van ‘Disney’ entertainment maakt dat dit stadje zijn charme toch wel grotendeels bewaard heeft, hoewel vele gebouwen verwoest zijn door een brand 15 jaar terug.

 

Vervolgens rijden we nog even oostwaarts doorheen de Yuccavallei langs een drukke verkeersas, en slaan dan noordwaarts af, de woestijn in. Udo houdt niet zo erg van die ritten door de woestijn, maar ik zeg hem dat hij nog wel van gedacht zal veranderen.

Eerst passeren we door een stuk woestijn waar er nog heel wat bewoning is, af te leiden uit de vele brievenbussen aan de kant van de weg. Veel Amerikanen wonen in een caravan of in een keet, of in een zeldzame bungalow. Hoe ze hier aan water of electriciteit raken is mij een raadsel. Wel hebben ze allen 4X4 pick-ups, waarmee ze door het mulle zand kilometers van de geasfalteerde weg tot aan hun raken, maar die machines slurpen benzine, waarvan momenteel de prijzen ook erg de hoogte ingegaan zijn.

 

We verlaten het ‘bewoonde’ gebied, en rijden dan noordwaarts over een pas doorheen de Sheephole Mountains en belanden dan in de Mojave woestijn.

 

Eerst is er nog wat begroeiing maar dan is er enkel zand. Wat verder zien we waarom: er is hier ontginning van CalciumChloride, een van de grootste winningsplaatsen ter wereld. Het is niet giftig, en wordt onder andere in de voedingsindustrie gebruikt. Natuurlijk passeren hier dan goederenwagons om het goedje te vervoeren naar waar het verwerkt wordt.

 

Aan de spoorweg is ook de oude Route66 gelegen, midden in de woestijn. Er is slechts 1 huis: Roy’s Motel en Café, dat het moet hebben van passerende groepen motards, en eventueel gestrande reizigers. Er zijn net twee groepen motards, die op het punt staan van verder te rijden. Ze moeten wel terugrijden, want de weg is wat verderop afgezet. We nemen zelf ook een koffie en een versnapering, en slaan nog even een praatje met de tweede groep, een bende Schotten met 1 Nederlander  tussen. Ze hebben een begeleidingswagen om de bagage te vervoeren.

 

Ook wij stappen op. Het is 38 graden. We vervolgen onze weg door de Mojave National Preserve, een enorm stuk woestijn dat onder bescherming staat van de National Park Service, en waar geen ontginning toegelaten is. We rijden een alweer doorheen een enorm ‘bos’ van Joshua’s Trees, niet zo hoog als gisteren, maar veel groter en denser. De temperatuur is gelukkig wat gezakt schommelend rond de 30 graden.

 

We rijden een hele tijd langs de spoorweg en bereiken dan de snelweg die ons rechtstreeks tot in hartje Los Angeles brengt. Vanaf de grens van Nevada schreeuwen de immense casino’s en entertain-buildings ons toe. We hebben geboekt in de Polo-Towers, in hartje Las Vegas, aan de ‘Strip’, de mijlenlange boulevard waar het allemaal gebeurt. De administratie om in te checken duurt drie kwartier, en we waren dan nog de eerste aan de beurt, maar iedereen is vriendelijk en behulpzaam.

 

 

Even bekomen, opfrissen, en dan de jungle in!

Ik ben geen fan van zulke steden. Las Vegas stond dan ook helemaal niet op míjn lijstje. Toch ben ik tevreden om dit eens te kunnen beleven. Dit zie je nergens anders, zo schreeuwerig en zo opdringerig, zo grootsig en protserig. Maar het heeft wat. De bezoekers, en zo ook wij, lopen langzaam en geduldig langsheen deze ene boulevard, met hier en daar zijsprongetjes naar drank en snoep, eettenten, gokpaleizen, en dure winkels.

We eten een lekkere pizza. Udo vertelt ondertussen dat hij toch tevreden was van de rit door de woestijn, en dat het toch een uniek beleving was. Overmorgen volgt dan nog eens een rit door de woestijn van Dead Valley, en die staat wél op zijn ‘bucket list’.

 

Weer de hort op! Én er is entertainment: halfnaakte meisjes en mannen, een paar Disney-figuren, een vulkaanuitbarsting, dansende fonteinen, nabootsingen van Parijs, Venetië, Rome. We banen ons een weg door de gokpaleizen, en zien er al die mensen die gekluisterd zitten aan een gokmachine, vaak voorzien van voldoende drank, en soms zelfs van een pizza of een sandwich.

 

Terug naar het hotel om 11 uur. Het is genoeg geweest. Gelukkig hebben we hier slechts één nacht geboekt.

 

 

 

Dag 33 (donderdag 2 juni 2022):

Las Vegas NV – Beatty NV - 120 miles

 

Ik sta op om vijf uur en lijk goed uitgerust, geestelijk dan. Mijn lichaam echter protesteert. Die lange wandeling van gisteren, vijf uur lang, met veel trappen op en af, vaak slenterend, zitten in mijn benen.

Ik doe wat administratie, werk de blog bij, en merk dat ik alweer de datums door elkaar gehaald heb. Foto´s ordenen en bijplaatsen zal alweer voor later zijn.

We zijn niet haastig, rijden vandaag niet zo ver, en plannen nog een klein bezoekje aan de stad deze voormiddag, eventueel om nog ergens te gaan ontbijten, want dat is in dit hotel niet voorzien.

 

Om negen uur gaan we dan op stap. De straten zijn nog grotendeels leeg; de meeste winkels nog dicht. Daar waar iets te eten valt staan lange wachtrijen. We keren terug naar het hotel, drinken een koffie met enkele koekjes, en verlaten het hotel. We rijden naar het Noordwesten, doorheen de woestijn. Het is meer dan 35 graden, en ik ben toch meer vermoeid dan ik aanvankelijk had gedacht. In Indiana Springs stappen we af, en zoeken iets om te eten, want het is net geen middag. Hoewel ze ruim bemand zijn, slagen de bedienden van dit kleine restaurant er niet in om iedereen vlot te bedienen. Er staan zelfs voortdurend wachtrijen aan de ingang, terwijl er binnen plaatsen zat zijn. We nemen er een typisch Amerikaans ontbijtje, eieren, bacon, toast, en koffie, en laten het ons smaken.

 

Dan terug de motor op. We rijden de ganse tijd langsheen een bergketen aan onze linkerzijde, waar in de winter zelfs kan geskid worden. Het is erg warm, en bij de eerstvolgende gelegenheid stoppen we weer even. Er zijn wegenwerken aan de gang, maar we blijven gelukkig niet lang stilstaan, want de rijwind is absoluut noodzakelijk om voldoende snel af te kunnen koelen. Ik had deze lastige dag voorzien en de verplaatsing enigszins beperkt, zodat we omstreeks drie uur reeds in ons motel aankomen. We worden er erg vriendelijk ontvangen, en het motel, hoewel oud, lijkt perfect onderhouden.

 

 

Ik smeer nog even de ketting van de motor. Deze parking is er net voor geschikt. Drie vriendelijke bewoners van dit dorpje, hebben het geritsel in mijn bagage echter gehoord, en komen er aan om te zien of er voor hen niets bruikbaars tussen zit. Ze duwen mij zachtjes opzij. Wanneer ze aan de plastic verpakking van mijn materiaal willen gaan knabbelen duw ik ze toch zachtjes weg, en sluit snel de koffers. De drie ezels verliezen al gauw hun interesse, gaan kibbelend elders wat lekkers zoeken, en ik slaag er alsnog in om de ketting te smeren.

 

Dan wat rusten, want zelfs die ‘korte’ verplaatsing van deze namiddag was slopend. We gaan eten in het zaakje hiernaast, dat aangeraden werd door de hoteluitbaatster. Ze waarschuwde ons voor het bijzonder karakter van het etablissement… En jawel, bijzonder is het wel. Eerst moeten we al zoeken waar het is, want op de aangeduide plaats staat enkel een kerkje. Bij nader toezien blijkt het toch een soort restaurant, of misschien eerder zoiets als een dorpshuis. Het zaakje heeft dan ook de naam van VFW, wat staat voor Veterans of Foreign Wars, en is toegewijd aan een zekere John Strozzi, die het leven liet in WOII. Binnen zitten een aantal half verlopen mannen rond een grote bar. De sfeer is niet bedreigend, maar wel enigszins bevreemdend. De muur is bekleed met allerlei memorabilia van de Air Force en allerhande medailles. De barman is ook al heel bijzonder, beleefd, maar allerminst sympathiek te noemen. Hij vraagt ons te gaan bestellen bij een zekere ‘Patrick´, en wijst op een bordje aan de muur. We gaan naar de richting die hij aanwijst, een gat in de muur als verbinding met de keuken, maar we zijn al te ver. De bestelling moet gebeuren aan de bar, bij hemzelf, maar dan twee meter verder aan zijn kassa… Het zou wel eens kunnen dat George Lucas ook hier een deel van zijn inspiratie opgedaan heeft, want een aantal shots uit zijn eerste films zijn hier in de buurt opgenomen, onder andere in de Mesquite Flat Dunes.

 

We nemen plaats in het zaaltje ernaast, de vroegere kerk zelf. Aan het tafeltje naast ons zitten vier jongelui te pokeren; we zijn dan ook in Nevada. Het eten, en de bediening is alweer ongebruikelijk, want er is geen bediening. Het wordt gewoon klaargezet in een opening tussen keuken en eetzaal. Een slaatje, bestaande uit een vierde krop sla en wat doorgesneden tomaten, vers en lekker. Een hamburger met bijna smakeloos vlees, nog wat sla, gesmolten kaas, en nog wat te vette frieten. Mijn eerste hamburger van deze reis. Ik werk alles naar binnen, en hoop dat het gemakkelijk verteert  deze nacht.

 

Dan maken we een wandeling doorheen het dorpje, naar het supermarktje. De ezels zijn hier alweer: deze keer neuzen ze in een auto waarvan de achterdeur open staat. In de supermarkt verkopen ze geen verse producten zoals melk, fruit of groenten, vooral snoep, drank, cosmetica en onderhoudsproducten.

 

Overal liggen ezelkeutels. Wanneer we ineens weer een aantal ezels zien beseffen we dat er hier waarschijnlijk tientallen vrij rondlopen.

 

 

 

Dag 34 (vrijdag 3 juni 2022):

Beatty NV - Porterville CA - 280 miles

 

Ik heb bijna 8 uur geslapen, maar ben toch nog vermoeid. Jetlag door de uitstap in Las Vegas vermoedelijk. Van het eten gisteravond heb ik geen last gehad, maar ik neem me toch voor wat kieskeuriger te zijn. Door wat te bewegen kom ik er door. Het wordt buiten al klaar. De eerste hotelgast is reeds stilletjes weggereden. Deze nacht was het hier muisstil. Zelfs de koelkast maakt nauwelijks lawaai. Wat een verschil met vele andere motels. Alweer moet ik vaststellen: er is geen verhouding prijs/kwaliteit. Wel zijn de scores die de hotels krijgen redelijk betrouwbaar. Dit hotel kreeg een hoge score.

 

We ontbijten op het terrasje voor onze motelkamer. Koffie, granenmix, en koekjes.

 

We vertrekken wat vroeger om de grote hitte in Dead Valley te vermijden. Het is hier al meer dan twintig graden. De weg klimt tot over een kleine pas, waarmee we ook Nevada verlaten en California weer binnenrijden. Vanaf hier komen we de echte Dead Valley binnen, en dalen af, steeds dieper, tot zo’n tachtig meter onder de zeespiegel. Ook de temperatuur stijgt. Om 8u30 ´ morgens is het hier reeds 35 graden. Deze vallei is zowat de diepste, heetste, en droogste ter wereld. Nochtans is hier water. Deze ganse vallei is Nationaal Park. Het Visitor Center is gelegen in een oase, met redelijk wat groen aanwezig. Maar dat water blijft diep in de ondergrond en raakt nooit boven.

 

Enkele bedrijven winnen hier in deze vallei mineralen, waaronder borax, een erg bijtend alkalisch goedje, gebruikt in diverse toepassingen. Veel activiteit zien we er niet, dus is het niet duidelijk of deze winning nog steeds actief is, dan wel het bewaard wordt als National Heritage.

 

We verlaten de vallei aan de westzijde en rijden nog door enkele dergelijke woestijnvalleien, niet zo diep niet zo droog, en niet zo warm, maar even desolaat, en ook zelfs een waar nu nog een enorme ontginning van mineralen aan de gang is.

 

Daar stappen we af en gaan even bekomen en wat eten in wat van buiten uit een vervallen keet lijkt, maar binnenin verrassend net en modern is. Het zaakje heeft het druk, want het loopt tegen de middag, en arbeiders die hier in de buurt aan het werk zijn komen hier lunchen.

 

Dan staan we plots voor bergen van een heel ander kaliber: de Sierra Nevada. Sneeuw is er niet te zien, maar het is dan ook geen winter. In plaatse van er zuidelijk omheen te rijden, nemen we de weg dwars doorheen het massief. Eerst nog droog woestijnachtig, maar vervolgens steeds groener en meer bebost. We doorkruisen een gebied waar branden bijna alles verwoest hebben. In het westelijk deel zijn er veel groene weiden met koeien, een aan de voet van de bergen rijden we uiteindelijk door kilometers lange boomgaarden, allemaal met heel kleine stammen, slechts hier en daar met een kruin tot twee meter hoog. Vermoedelijk heeft dit te maken met het machinaal oogsten en onderhoud. Al met al een heel mooie motortocht.

 

In Porterville gaan we nog eens op zoek naar de mogelijkheid om de olie van de motoren te laten verversen, maar vangen weer bot.

 

 

We gaan eten in wat van buiten uit een sushi-restaurant lijkt, maar waar er toch een heel gevarieerd menu geserveerd wordt. Best lekker. Dan nog een wandeling downtown. Dat leek daarstraks erg levendig toen we er passeerden op de moto, maar is nu quasi uitgestorven. Toch lijkt dit een leuk en net stadje.

 

 

 

Dag 35 (zaterdag 4 juni 2022):

Porterville CA – Fresno CA – 170 miles

 

Mijn buurman in dit hotel heeft de ganse nacht zitten telefoneren, telkens met tussenpozen, maar toch voldoende luid genoeg om mij telkens even wakker te maken. Om vijf uur is hij dan toch stilgevallen, en ligt hij nu vermoedelijk te slapen. Ik ben wakker, maar hoop toch voldoende uitgerust te zijn.

 

Vandaag brengen we een bezoek aan het Sequoia National Park.

 

We ontbijten, stappen rond halfnegen op de motor, en nemen dan een rustige weg doorheen de sinaasappelboomgaarden naar het Noorden. We passeren het Kaweah stuwmeer, waar alweer duidelijk minder water in staat dan vroeger, af te leiden uit de begroeiing aan de kanten. We rijden de bergen in, want het Sequoia National Park is hoog in de Sierra Nevada gelegen. In de verte zie ik een zeldzame besneeuwde bergtop. We zijn vroeg genoeg vertrokken, en aan de ingang moeten we niet lang wachten. De weg door het park is echter lastig, gezien je niet mag inhalen, en het traagste voertuig de snelheid bepaalt. Dat betekent in file rijden, goed opletten op je voorganger, en dus minder te zien van het landschap, tenzij op de plaatsen waar je effectief stopt en afstapt. Beneden ons in de vallei zien we  dan de kolkende bergriviertjes.

 

Het berglandschap kun je enigszins vergelijken met wat we kennen in Alpen of Pyreneeën, maar de ceders en sequoia’s zijn wel een maatje groter: zowel dikker als hoger. De sequoia’s komen sedert de ijstijd nog enkel in Noord-Amerika voor, en de dikste zijn duizenden jaren oud. Ze zijn niet verwant aan de dennen, maar zijn een soort cipressen met mooi rood hout dat wel duurzaam is, maar te zacht om als constructiemateriaal gebruikt te worden. Dat verklaart misschien mede waarom ze zo oud worden.

 

Grote delen van het park zijn vernield door bosbranden. Soms wat minder erg, soms reeds gedeeltelijk hersteld, maar ook zeer grote delen totaal verwoest. Vele zijweggetjes zijn ook afgesloten. Je ruikt hier en daar nog de geur van verband hout, terwijl de laatste brand hier dateert van twee jaar terug.

 

In de buurt van de dikste en hoogste sequoia raak ik Udo kwijt. Er zijn hier zoveel zijweggetjes en parkings… Ik rij nog wat over en weer maar zie hem niet meer terug. Dan maar alleen verder, langs de weg die we afgesproken hebben. Het gaat steeds hoger, steeds kouder, steeds meer bewolkt. Het  hoogste punt is ongeveer 2400 meter, en daar is ook een volgend bezoekerscentrum. Daar wacht ik nog even op Udo, en overweeg om ondertussen iets te gaan eten. Maar er is net een bus aangekomen, vol met Amish bezoekers. Ze palmen onmiddellijk de reeds lange wachtrij in. Ze zijn echter rustig maar toch uitgelaten, mannen en vrouwen, allen gekleed in traditionele kledij, op hun zondags, met zwarte hoed of wit kapje, wit hemd, zwarte broek en bretellen, en tussen 18 en 75 jaar oud. Ze hebben allen een naamplaatje op hun borst gespeld; ik onthoud enkel één naam van een koppel, ‘Fisher’.

Een man op een kleine motor komt op mij af en slaat een motopraatje. Hij is hier met zijn camper en maakt kleine uitstapjes op de boswegels met zijn kleine handige Honda 125cc-er.

 

Doordat er geen telefoonverbindingen zijn in het park kan ik Udo niet opbellen. Ik stap dan weer op de motor en rij een volgend deel van het park in: de Kings Canyon Road. Ik rij tot in de canyon, een mooie rit, maar toch weer niet zo bijzonder, zodat ik besluit om nu toch maar weer te keren.

Rond 14u treffen Udo en ik elkaar ineens weer. Udo vertelt dat hij een zwarte beer zag met een kleintje, en er slaagde om er een foto van te nemen. We staan hier op een kleine parking aan de rand van de weg. We overschouwen de schade die de bosbranden aangericht hebben, en kijken dan naar de grond: vol met weggegooide sigarettenpeuken.

We houden het hier voor bekeken, en zakken af naar de uitgang van het park.

 

Onderweg doe ik nog een poging om een garage te vinden die de olie van de motoren wil wisselen, maar we vangen bot. Dat zal lastig worden dit weekend, want het is reeds zaterdagnamiddag.

 

Dan maar eerst naar het hotel, waar we twee nachten zullen verblijven om wat op adem te komen, en eens een luie namiddag op bed te kunnen doorbrengen. Het hotel is gelegen op een drukke verkeersbaan, en we krijgen gelukkig een kamer aan de achterzijde, wat verder af van het lawaai.

 

 

Ik installeer me in mijn kamer, maak nog snel een koffietje, hetgeen ik al de hele dag ontbeerd heb.

De lange verkeersboulevard heeft een mooi voetpad, en aan de lichten zijn voorzieningen voor voetgangers. Dat is in de VS op vele plaatsen niet het geval. We gaan eerst eten bij de Thai. Dat valt gelukkig nogal mee, geen haute cuisine, maar voedzaam en gevarieerd. De winkels zijn hier nog laat open, soms tot elf uur, en dat zelfs ook op zondag. Ik stap een auto-onderdelenwinkel binnen, en vraag of ze afvalolie terugnemen wanneer ik daar verse olie koop. De vriendelijke winkelbediende zegt dat dit geen probleem is, en dat ze zelfs morgen ook open zijn. We kopen er de nodige olie, en gereedschap om de oliewissel dan maar zelf uit te voeren.

 

Dan nog even de supermarkt in voor proviand voor het ontbijt van de komende dagen. Een hele klus om tussen al dit ‘junkfood’ iets deftigs te vinden. Het is hier nu twintig uur, en ondertussen reeds donker geworden. We hervatten de lange terugweg naar het hotel, gelukkig langs het mooie voetpad. Er is  nog steeds veel verkeer, maar de wandeling, hoe vermoeiend ook, doet toch deugd. Op de motor belast je je spieren enorm, maar je beweegt ze te weinig, wat dus de doorbloeding en het weefselherstel niet ten goede komt.

 

In slaap geraken is geen probleem, ondanks de relatief late koffie.

 

 

 

Dag 36 (zondag 5 juni 2022):

Rustdag in  Fresno CA

 

Enkel het idee dat we vandaag nergens heen moeten is reeds rustgevend en ontspannend. De blog kan vandaag wel wat wachten. Ik zoek een en ander op over hetgeen we de vorige dagen zagen, en begin ook al te plannen voor de komende week.

 

Om halfnegen nemen we een mooi zelf samengesteld ontbijtje, en gaan daarna aan de slag: motorolie verversen. We doen dit zelf om onze reis niet verder te belasten met een vruchteloze zoektocht naar een motorzaak die deze eenvoudige klus snel kan uitvoeren. Ik neem alle voorzorgen om dit vuile werkje uit te voeren zonder enige smet achter te laten op de parking. We hebben al ervaring, en slagen er in om dit vlekkeloos, letterlijk dan, te doen. Het neemt wel enige tijd in beslag omdat we elke stap goed plannen, vooral om de olie die we opvangen onmiddellijk op de goede manier te stockeren, in afwachting dat we deze inleveren in de winkel deze avond. Ondertussen nadert de middag, is de temperatuur opgelopen tot 35 graden, en zijn we dringend aan wat rust toe, want dat asfalt van de parking is als een braadpan, waarin wij ons als worstjes voelen.

 

Beetje rusten, beetje videowhatsappen, hoe moeilijk ook, want dit netwerk valt voortdurend uit, dan wat bloggen, een banaantje eten, nog wat bloggen, en dan is het weer tijd voor een koffietje, ditmaal bij Starbucks naast de deur.

 

Nu moet ook nog de ketting gespannen worden van de KLR, een klein werkje, maar toch al snel een half uurtje in beslag nemend. We vinden hiervoor een mooi stukje parking netjes in de schaduw. En daarmee staan de motoren even later klaar voor de volgende 10.000 kilometer, waarmee ik vooral wil zeggen dat deze machines naast de dagelijkse check ups, toch relatief weinig onderhoud nodig hebben, en dat dit kan gebeuren met een minimum aan gereedschap, en bijna om het even waar.

 

Ik zet mij terug achter mijn Pc’tje, en werk de laatste week van de blog nog wat bij, want hier en daar heb ik door gebrek aan tijd maar enkele puntjes of trefwoorden geplaatst. Uiteindelijk begin ik een pijnlijke nek te krijgen, en wordt het tijd om weer op stap te gaan, en ondertussen te gaan eten. Eerst brengen we de afvalolie naar de winkel waar we de olie kochten, en vinden daar recht tegenover een Japans restaurant waar we lekker kunnen eten.

 

 

 

Dag 37 (maandag 6 juni 2022):

Fresno CA – Hayward CA -  230 miles

 

Vandaag hebben we een bezoek gepland aan het Yosemite Nationaal Park. Ik zoek wat praktische informatie op, en stel vast dat je moet reserveren. En ja, alles volzet voor de komende week. Je kunt er wel nog ’s avonds na 4 uur binnen, maar dat zou betekenen dat we in het donker in het hotel zouden aankomen.

 

Wanneer Udo komt ontbijten bespreken we wat we gaan doen. Mede door onze ervaring in het Sequoia Nationaal Park, waar we meer achterbumpers dan reuzensequoia’s hebben gezien, is de keuze snel gemaakt, en plannen we een tocht langsheen het Nationaal Park, maar ook nog doorheen de Sierra Nevada. Ondertussen hebben we weer een lekker ontbijtje op de kamer, en maken ons dan klaar. Alleen al op de weg naar het park is het heel druk, tot we een uurtje later de route naar de ingang van het park verlaten.

 

We zien geen indrukwekkende bergen, bomen, valleien, of watervallen, maar hebben een prachtige motortocht door een gevarieerd landschap, met mooie meertjes en bossen en kleine farms. Er is hier overal wel bewoning.

Grote delen van het landschap zijn alweer verdwenen door vroegere grote branden. Maar het herstel gaat erg moeizaam omwille van de jarenlange droogte, de hogere temperaturen, en de grote erosie van de bodem, als er dan toch eens plots heel veel regen valt. Veel zorgen maken ze er hier schijnbaar toch niet over, want er wordt nog steeds kwistig omgegaan met het water dat steeds schaarser wordt.

 

Ik de cafetaria Pony Express nemen we een koffie met een lekker stuk taart. Dat kunnen ze hier toch blijkbaar wel als ze willen; je moet het wel weten te vinden, en dat is dan hier in zo een uithoek van het land.

 

We rijden weer verder en verlaten zachtjes de bergen. De heuvels zijn hier dor en geel, maar sommige valleien nog mooi groen bebost of met weiden vol koeien. Het is alweer meer dan dertig graden.

 

‘La Grange’ is nauwelijks een gehucht, maar heeft wel wat. Er staan tal van historische gebouwen, goed gepreserveerd en, figuurlijk dan, mooi in de verf gezet. De naam is wel mooi gekozen, want in deze streek zijn de graslanden, en het stapelen van hooi in grote schuren, de enige vorm van landbebouwing.

 

Dat verandert wanneer we westwaarts de bredere vlakke valleien bereiken. We rijden wel 100 kilometer doorheen bossen van fruitbomen. Tal van irrigatiekanalen doorkruisen het landschap en tonen wel aan waarvoor het water prioritair gebruikt wordt. Hier en daar gebeurt dit zuinig door plastic slangen tot aan elke boom zelf; op andere plaatsen zet men kwistig de boomgaard gewoon onder water.

 

De laatste vijftig kilometer naderen we duidelijk San Francisco, we rijden doorheen een grotendeels verstedelijkt gebied met heel veel verkeer, te vergelijken met het verkeer bij ons. Het is gelukkig wat frisser geworden.

 

Het hotel lijkt in eerste opzicht mee te vallen, maar bij het betreden van mijn kamer vind ik in de badkamer nog afval op de grond, waaronder een gebruikt condoom. Ik ga naar de receptie, en krijg prompt een andere kamer toegewezen.

 

 

Hier blijven we drie nachten, en gebruiken dit hotel als uitvalsbasis voor een uitstap naar de Californische Pacifische kust, en voor een bezoek aan San Francisco.

 

Na een uurtje gaan we weer stappen: Het is hier zogezegd een industriële wijk, maar toch meer met dienstverlenende activiteiten dan met zware industrie. We gaan iets eten bij de Mexicaan, maar dat valt eerder tegen, want het blijkt een eerder een flauwe Mexicaanse kopie van een Turkse kebap te zijn. Morgen hopelijk wat beter.

 

We gaan nog even de supermarkt binnen en kopen nog wat eten voor het ontbijt van morgen. Opnieuw valt me op dat er hier helemaal geen aanbod is van gezonde kindervoeding. En dat ondanks alle heisa op de nationale TV over het ontbreken van hooggespecialiseerde zuigelingenvoeding. Een rayon babyvoeding is er al helemaal niet. En dan maar labo onderzoeken aanbieden om je genetisch te laten testen op diabetes…

 

 

 

Dag 38 (dinsdag 7 juni 2022):

Hayward CA - Hayward CA -  170 miles

 

We verblijven hier in een ‘stadje’ niet zo ver van San Francisco, en ook niet heel ver van de Stille Oceaan. Van hieruit plannen we een paar uitstappen in de buurt. Vandaag starten we met een rit naar de Stille Oceaan.

San Mateo-Hayward Bridge. Tol betalen? Moet ik nader uitzoeken anders boete in onze nek geslingerd.

 

Kleine bergketen, meer dan 600 meter. Oudste State Park in California, Heel erg mooi, zowel qua wegen erdoorheen, bebossing met ‘redwood’ bomen, als aangename temperatuur en geuren. Boven de bergen hangen wolken, maar het regent niet, noch is er hinderlijke condensvorming. !0 kilometr verder zijn we er reeds overheen en rijden plots Downtown Half Moon Bay binnen. Het stadje ligt niet onmiddellijk aan de zee, maar doet ons toch even afstappen omwille van de mooie goed gepreserveerde bebouwing. We rijden verder naar de kust, waar een mooi breed strand ligt op zo een 500 meter van de bebouwde zone. We meten een trap afdalen om van de klif op het strand te raken, en bereiken dan de Stille Oceaan. We zijn dus van de Oostkust tot de Westkust geraakt. De Stille Oceaan nodigt niet erg uit tot zwemmen, want er staat een stevige bries, en de temperatuur doet eerder aan maar denken dan aan juni. We treffen hier dan ook enkel wandelaars aan, en al zeker geen gezinnetjes met kinderen.

Wat verder grazen een tiental koeien in een weide net naast het strand.

 

Kleine zandstrandjes, moeilijk bereikbare zee. Verschillende ranches onmiddellijk aan de kust. Een zeldzame dure villa.

Pigeon Point Lighthouse. De vuurtoren is erg oud, bouwvallig zelfs, en niet te bezichtigen vooraleer hij zal gerestaureerd zijn. Het ziet er niet naar uit dat de fondsen hiervoor snel zullen vrijgemaakt worden. Naast de vuurtoren staan een reeks mooie vakantiehuisjes.

Davenport en Whale House Café

Moo en Peggy in Toyota MR2.

Ongeval verderop

Bonny Doon Road, een prachtige weg doorheen Big Bassin Redwoods State Park. Het is hier heerlijk koel; de zonnestralen dringen slechts hier en daar tussen de hoge bomen door tot op de grond. De weg gaat weer de hoogte in, en daalt dan langzaam af tot in Santa Cruz. Hier rijden we de kust af, houden enkele malen halt, slaan het kust en strandgeburen gade, surfers, zwemmers, zonneaanbidders. Zo gaat dit verder tot in Capitola, en dan terug naar huis via San José. Raak Udo kwijt doordat ik moet stoppen om kledij uit te trekken.

Treffen elkaar weer aan hotel.

 

Downtown, eten bij Indiër. Terug naar hotel.

 

 

 

Dag 39 (woensdag 8 juni 2022):

Hayward CA - Hayward CA -  80 miles

 

Het lukt niet om de blog op het net te zetten. Het netwerk valt voortdurend uit. Dan maar uitgesteld tot morgen. Gisteren zijn we over een tolweg gereden, namelijk die brug over de baai, zonder te kunnen betalen, want de tolpoortjes waren niet bemand. Via internet achterhaal ik dat je elektronisch moet betalen. Ik maak twee accounts aan, voor elke motor één, en voer de betaalkaartgegevens in, zodat we voor gisteren, én voor de komende dagen in orde zijn. Ook hier hebben mensen, die niet ´mee´ zijn in de digitale wereld, een probleem. Ik hou mijn hart vast voor de dag dat ik zelf hiervoor te oud word.

 

Na het ontbijt maken we ons rustig klaar voor een uitstap naar San Francisco, ongeveer 30 mijl verderop. Eerst passeren we langs Oakland, ook al een redelijk grote stad. Een bordje vermeldt ook nog Berkeley, bekend van haar universiteit.

 

Weer rijden we over de grote brug San Francisco-Oakland-Bay Bridge, ditmaal een brug met twee niveaus, één voor elke verkeersrichting. Wij rijden nu bovenaan, torenen hoog uit boven de zeereuzen daar in de diepte op het water, en zien de skyline van San Francisco op ons af komen. We rijden door de stad, eerst nog op een snelweg, maar dan door de gewone straten, richting de beroemde Golden Gate Bridge, die San Francisco verbindt met Sausalito, ten Noorden van de San Francisco Bay.

 

We hebben geluk: op het moment dat we over de brug rijden is er net geen bewolking, en is de brug in haar geheel zichtbaar. Zoals de meeste bruggen van deze omvang en leeftijd, gebeuren er altijd onderhoudswerken, maar zonder dat dit voor vertraging zorgt. We rijden er rustig en vlot overheen, en gaan vervolgens eens genieten van het panorama op een parking net ten Noorden van de brug. Nu zien we wel voortdurend wolken voorbijschuiven, zodat de bovenste delen van de brugpijlers bijna continu in de wolken of toch minstens een waas gehuld zijn. Midden in de enorme baai ligt het eiland Alcatraz, vooral bekend uit films, waar nu nog de ruïnes zijn van de vroegere gevangenis, waar de zwaartse crminelen werden opgesloten.

 

Sausalito is een klein mondain kuststadje aan de baai van San Francisco, met mooie cottages gelegen aan de strandweg. Het gaat er hier wonderwel heel erg rustig en gemoedelijk aan toe. We installeren ons op een terrasje met een koffie en een gebakje, erg lekker. Dan nog even wandelen, en terug de brug over, zuidwaarts ditmaal, terug naar San Francisco. Het blijft mooi zonnig weer, maar er staat een stevige bries. We rijden door de stad en houden hier en daar even halt voor een fotootje.

 

Fisherman’ Warf is the place to be, overtoeristisch natuurlijk. We parkeren de motoren aan het maritiem museum, gebouwd in de vorm van een pakketboot. De grote oude pakhuizen hebben een nieuwe bestemming gekregen: winkels, restaurants, dure hotels. We maken een ritje op de kabeltram doorheen de hele steile straatjes van de oude stad, stappen boven af, en keren dan te voet weer naar beneden. We gaan eten in een Italiaans restaurant.

 

Na tegen zes uur keren we langzaam terug naar de motoren, om terug te rijden naar het hotel. Eerst trug de steile helling op, richting binnenstad, dan nog door het financieel kwartier met haar hoogbouw en door Chinatown. Ik raak Udo kwijt in het drukke verkeer, en ga dan maar alleen de brug over, ditmaal over het onderste niveau, een soort tunnel dus, maar toch aan weerszijden met uitzicht op de baai. Een half uurtje later bereik ik reeds het hotel, zonder enig oponthoud onderweg. Udo komt pas twintig minuten later aan. Hij nam de verkeerslichtenboulevard…

 

 

 

Dag 40 (donderdag 9 juni 2022):

Hayward CA – Ukiah CA – 200 miles

 

Ik sta moe op en heb overal spierpijn. Gisteren misschien wat teveel gedaan?

 

Na het ontbijt stappen we op de motor, rijden we de snelweg op, en laten Hayward al snel achter ons. De ganse voormiddag rijden we over snelwegen, langsheen verkeerslichtenboulevards, eenmaal langsheen een grote raffinaderij, over een grote hoge brug, doorheen chique voorsteden van San Francisco, en belanden dan in het zonnige Napa. Het is ondertussen bijna middag, en dus tijd voor een lekker koffie en een versnapering. We installeren ons aan een klein tafeltje op het trottoir, rechtover het Paleis van Justitie, en slaan het dagelijkse leven hier wat gade. Alweer wordt ik aangesproken door een bevallige dame. Ze meende mij te herkennen van ergens anders, en wou een praatje slaan.

 

We bevinden ons in de Napa vallei, wereldwijd vermaard omwille de kwaliteit van haar wijnen. We rijden dan ook lange tijd langsheen wijngaarden en bodega’s. Het wordt steeds warmer, drukker op de baan, en in Sint-Helena raken we in een file bij een temperatuur van 36 graden.

 

Een half uurtje later wordt het gelukkig beter. We bereiken het einde van de vallei, en rijden weer de frissere prachtige heuvels in, en kunnen nog een paar uurtjes genieten van heerlijk motorrijden, nog even langsheen het mooie meer in Lakeport. Daar spotten we nog een paar witte pelikanen. Die vogel ziet er eerder wat sullig en onbeholpen, uit zittend op een paal aan de rand van  het water, maar vliegt heel snel en sierlijk en is een uitstekende visser. Mooi om gade te slaan.

 

We bereiken het hotel en krijgen we een kamer toegewezen aan weerszijden van een kamer waar er nogal over en weer gelopen wordt.

 

 

Udo voelt zich vandaag wat moe, en wil vroeg gaan slapen. We gaan eerst wat eten in de buurt, en wat inkopen doen voor het ontbijt, gaan dan terug en kruipen onder de wol.

 

 

 

Dag 41 (vrijdag 10 juni 2022):

Ukiah CA – Eureka CA – 200 miles

 

Het was me wel het nachtje. Zo bont hebben ze het nog nooit gemaakt. Ik had gisteren wel in de gaten dat er een hond was bij de buur: een jonge, langharige Golden Retriever. Ik zag hem en hoorde hem blaffen. De buurvrouw was ook nog jong, blond en best bevallig. Verschillende mannen liepen af en aan. Maar deze nacht was de hond zelf stil. Er was de ganse nacht wel een va et vient door kwijlende straatlopers, alsof er een loops teefje naast ons logeerde. Ik werd zowat elk half uur wakker, maar kon telkens al snel de slaap weer vatten. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat de receptioniste ons moedwillig een kamer gaf naast het teefje…

We zijn beiden braaf op onze kamer gebleven, maar hopen dat we fit genoeg zullen zijn voor een mooie motorrit door het noordelijk deel van Californië.

 

Maar ondanks deze vreselijke nacht voel ik mij erg fit, en zijn al mijn pijntjes verdwenen. Vermoedelijk hebben we beiden een virusje opgevangen. Bij de buren is het nu stil. Vermoeid na het harde werk?

 

Bij het ontbijt blijkt Udo nog niet helemaal hersteld. We doen het kalm aan deze voormiddag en zien dan wel verder. We stappen de motor op en laten het bordeel snel achter ons. Voorlopig geen Motel Six meer voor ons.

 

We rijden westwaarts de heuvels in, door de bossen, tot in de Anderson Vallei in Boonville, een klein mooi dorpje. De vallei is hier en daar beplant door wijngaarden. We volgen de rivier, die zich wat verder samenvoegt tot de Navarro. Die rivier lijkt veel water te bevatten, maar dat is slechts schijn: het is een getijdenrivier, die zich wat verder uitstort in de Stille Oceaan, net vóór Albion. Het is net hoog tij, vanwaar de hoge waterstand. Aan de kust zien we hier en daar laaghangende wolken, blijkbaar een typisch fenomeen voor de westkust van de VS. We volgen de kustweg noordwaarts. Er is al wat meer verkeer, waaronder ook veel motoren. De motoren zijn hier overwegend van het sportieve type, min of meer zoals de onze, maar dan wat krachtiger.

 

Het is een prachtige kust, heel afwisselend, hoge kliffen, bossen, kleine zandstrandjes, rotseilandjes. Boven ons cirkelen donkere havikachtige roofvogels. Hier en daar zien we weer een mooie ranch tussen kustweg en strand.

 

In Mendocino stappen we af voor een middagkoffie in de Goodlife Café. Het was even zoeken in dit dorpje, want veel voorzieningen zijn er niet. Wel hier en daar kleine winkeltjes met oude spullen. Het is duidelijk dat het massatoerisme haar weg nog niet tot hier gevonden heeft. Het hele dorp lijkt ofwel aan het wegkwijnen, ofwel onderworpen aan strenge bouwregels, want nieuwbouw treffen we er niet aan. Wij zien natuurlijk de mooie kant, een mooie zonnige zomerdag, maar misschien zijn de lange winters eerder fris, nat en eenzaam.

 

Fort Bragg heeft een oud haventje waar nog wel enige activiteit waar te nemen is. Het doet mij denken aan de oude havens in onze buurt die ook één voor één verdwijnen ten koste van het massatoerisme. We treffen hier een paar motards uit de buurt, middelbare leeftijd, die er vandaag even tussen uit knijpen. Beiden rijden op een redelijk recente BMW750, de ene een GS, de andere een sporttourer. We babbelen even en gaan samen op de foto.

 

Het enen na het andere mooie zicht op zee en kliffen volgen elkaar op. Telkens stoppen is onbegonnen werk. Nu en dan neem ik iets op met de helmcamera. Tenslotte verlaten we de kust en rijden het Redwoods State Park in, over een bergmassief, naar de vallei van de Eel River, die we verder volgen tot in Eureka over de Redwood Highway. Hier in de vallei wordt het weer warm, tot 36 graden. Dat verbetert gelukkig wanneer we het estuarium naderen van de Eel River, ten zuiden van Eureka. Dit estuarium doet mij denken aan onze streek, het ganse Zeeland, dat ook gevormd werd door het aanbrengen van sediment uit hoger gelegen delen tot bij ons, waarna het water zich dan een weg moet banen tussen de aangeslibde zandbanken. Deze rivier vervoert de grootste hoeveelheid sediment van de ganse VS. De rivier is ook gekend omwille van de enorme hoeveelheid zalm en zalmforel die hier zijn weg stroomopwaarts zoekt om hoog in de bergen te paaien.

 

Het hotel in Eureka ligt in het centrum, dicht bij de historische kern, en lijkt in eerste opzicht erg mee te vallen.

 

 

We doen nog wat onderhoud aan de motoren, ketting spannen en invetten, en gaan dan een uurtje later op stap naar ‘Old Town’, zoals het hier heet. We gaan eerst wat eten aan de haven, en wandelen dan nog wat in de buurt. Ondanks dat er redelijk wat welvaart heerst, lopen toch ook nog heel wat daklozen rond. Het wordt snel wat frisser, en we keren terug naar het hotel om dringend wat slaap in te halen.

 

 

 

Dag 42 (zaterdag 11 juni 2022):

Eureka CA – rustdag

 

Ik sta langzaam op, kleed mij aan, en begin eerst mijn spulletjes wat te ordenen. Ik zet de TV aan, kies CNN, toch een gerenommeerde zender, en moet alweer vaststellen hoe armoedig de berichtgeving hier is: steeds weer hetzelfde gehamer op een heel beperkt aantal topics. Natuurlijk kun je denken dat de Amerikanen niet wakker liggen van wat in het buitenland gebeurt, maar er is hier in dit land toch ook wel dagelijks heel wat gaande dat het vermelden waard is.

 

Het stadje Eureka wordt langzaam wakker op deze zaterdagmorgen. Het is bewolkt buiten en het begint zachtjes te regenen. We hebben onze rustdag goed uitgekozen. Hopelijk is het morgen weer droog, maar voorzie voor alle zekerheid een beperkte verplaatsing om niet te ver of te lang in de regen te moeten rijden.

 

Ditmaal ontbijten we op Udo’s kamer. Hij voelt zich nog steeds niet erg lekker, en hoest nog steeds. Hij gaat seffens nog wat rusten. De motoren staan nat, en ik profiteer ervan om mijn motor eens oppervlakkig wat properder te zetten. De zeepresten zullen er straks wel door de regen weer af spoelen. Nog vóór de middag stopt het al met regenen, en wordt het weer aangenaam zacht zomerweer.

 

Rond de middag eten we een kleinigheid op onze eigen kamer, een tweede ontbijtje als het ware, en gaan wat later op stap, eerst naar het oude centrum. Dit is echt een mooi oud stadje, redelijk groot, met veel oude gebouwen, meestal goed onderhouden, en bovendien nog in gebruik voor commerciële doeleinden. We wandelen verder langsheen de waterkant, en trekken dan door het ‘miljoenenkwartier’, waar de meer gegoede burgers van weleer hun optrekje hadden, het ene al hoger dan het andere. Het meest opvallende is de Carson’s Mansion, een kast van villa, met Disney allures ‘avant la lettre’. Het is dan ook één van de meest beroemde woningen van de ganse VS. Het werd eind 19e eeuw gebouwd door een zekere Carson, rijk geworden in de houtbusiness. Het is nu eigendom van een lokale serviceclub, die het ondergebracht heeft in een fonds, speciaal opgericht voor het preserveren van deze woning. We kunnen er niet binnen, maar het moet binnenin nog indrukwekkender zijn dan aan de buitenkant.

 

http://ingomar.org

 

Rechtover staat een kleinere villa, ook erg mooi, de Pink Lady, die Carson liet bouwen voor zijn zoon. We lopen verder langsheen oude villa’s in cottage stijl, sommige vervallen, sommige leegstaand, sommige gerestaureerd, getuigend van vroegere welstand, komen dan terug in het oude centrum. We passeren het mooie theatergebouw, mooi aan de voorkant, maar nog indrukwekkender aan de achterkant, met een enorme muurschildering van wat zich in dit gebouw allemaal afspeelt, letterlijk dan.

 

In de stad treffen we een tiental ‘dispensary´s’ aan. Het lijken op het eerste zicht verzorgingsinstellingen waar cannabis onder begeleiding aan verslaafden wordt verschaft, maar algauw wordt het ons duidelijk dat het hier eerder gaat om wat we in Nederland kennen als coffeshops. Het verklaart misschien de vele daklozen in dit stadje. Mogelijk is dit ook de reden van het huidig toeristisch succes van deze plaats, want het trekt ook mensen aan.

 

Terug naar het hotel, om onze vermoeide leden toch even een uurtje rust te gunnen.

 

Het is enigszins frustrerend dat ons bezoek aan heel wat interessante plaatsen zo oppervlakkig blijft, maar dat is nu eenmaal de blauwdruk van onze reis: ergens voorbijrijden, ergens even zijn, even iets beleven, de herinnering hieraan proberen mee te nemen naar de weinige jaren die ons nog resten.

 

Dan terug naar ‘Old Town´, naar restaurant ´Waterfront’, waar we lekker eten in een prachtig salon van een historisch Victoriaans gebouw. Daarmee sluiten we onze mooie dag af en gaan tevreden slapen.

 

 

 

Dag 43 (zondag 12 juni 2022):

Eureka CA – Crescent City CA – 80 miles

 

Ik word ’s nachts herhaaldelijk wakker door de regen, of beter gezegd, door het water dat doorheen de afvoerpijpen loopt. Die lopen als het ware door mijn kamer. Wanneer ik om acht uur naar Udo ga, om op zijn kamer te gaan ontbijten, regent het nog steeds, en is nog geen enkele andere motard vertrokken. We spreken af om pas te vertrekken als het opgehouden heeft met regenen, en dat verwachten we rond 10 uur.

 

We vertrekken uiteindelijk pas om 11 uur, weer de Redwood Highway op, noordwaarts. Het regenen is gestopt. Maar wanneer we nog maar even onderweg zijn, begint het weer te regenen, en dat verergert steeds maar. Gelukkig hebben we vandaag maar een kleine rit gepland. Het wordt ook kouder, en eventjes is het maar 11 graden.

We volgen de kust en rijden langs het Humboldts Lagoon State Park. Een soort zandbank heeft enkele baaien afgesloten van de zee, zodat daar lagunes ontstaan zijn met ondiepe delen en rietvelden. Het zijn belangrijke rustplaatsen voor vogels die migreren tussen Noord en Zuid.

 

We rijden wat verder door het Redwood National Park. Het is een indrukwekkende rit doorheen een bos vol woudreuzen, tot 6mter breed en honderd meter hoog. Sommige zijn gevormd door samengroeien van naast elkaar staande bomen. De boom waar je doorheen kunt rijden is er niet meer. Hij is enkele jaren terug omgevallen bij een storm.

Er zijn in de buurt nog wel enkele grote bomen waar men een tunnel door geboord heeft, maar die staan op privéterrein en worden commercieel uitgebaat.

 

Zelfs wanneer het regenen is opgehouden, rijden we nog door de wolken, die warme vochtige lucht aanvoert die condenseert op onze natte koude pakken. We rijden de grote Klamath River over, na een kort bezoek aan de restanten van de oude brug, die door een stormvloed werd weggeslagen.

 

Vanaf hier rijden we alweer door een beschermd gebied: het Del Norte Redwoods State Park, om dat even later aan te komen in Crescent City.

 

We worden snel en vriendelijk ingecheckt. De kamers zijn OK. Een opluchting, want een goede hotelkamer laat toe om ook geestelijk te bekomen van de massa’s aan indrukken die op zo een reis continu op je afkomen.

 

 

Het eerste wat ik doe is een warme douche nemen, want ik ben toch enigszins verkleumd. De natte kledij hang ik te drogen, maar twijfel of dit zal lukken, want er is geen verwarming op de kamer.

 

Even na vieren gaab we al op stap, op zoek naar wat te eten. We belanden in het Good Harvest Café. De koffie is niet bijzonder, een gewoon Amerikaans aftreksel, maar de Chowder is best lekker. Om te eindigen neem ik een lekker groot stuk chocoladetaart, dat ik deel met Udo omdat het veel te groot is.

 

We gaan weer op stap rond de havenbaai, gevormd door twee grote golfbrekers. Het strand is afgeboord door brokken beton, waartussen honderden eekhoorntjes gangen en holen hebben gegraven, en onbevreesd komen bedelen tot aan onze voeten. Grote hongerige kraaien wachten geduldig in de buurt tot één van de eekhoorntjes wat onvoorzichtig wordt.

 

Tussen de baai en een groot park in lopen we naar de Battery Point Lighthouse. Het mooie vuurtorengebouw werd tien jaar terug volledig gerestaureerd, maar toont nu alweer duidelijke tekenen van verval.

 

Het is rond 19u wanneer we terug in het hotel aankomen. Ik ga nog even naar de supermarkt om bananen, en genen voor het ontbijt, en leg mij dan ook te ruste.

 

 

 

Dag 44 (maandag 13 juni 2022):

Crescent City CA – Weed CA – 190 miles

 

Het is redelijk fris op mijn kamer wanneer ik wakker word. Ik blijf nog even liggen onder mijn warme dekens, en sta dan op. Ik neem een warme douche, maak een koffie, eet een banaan, en ga dan aan de slag. Regen moeten we voorlopig niet verwachten, maar we gaan wel een frisse week tegemoet, met temperaturen die nauwelijks 20 graden bereiken.

 

Om acht uur ontbijten we, en smeren vervolgens de kettingen van de motoren. Dat kon gisteren niet omdat ze nog nat waren van de regen.

 

We gaan nog eerst tanken, en vertrekken dan noordoostwaarts, door het Jedediah Smith Redwoods Statepark. Het is een mooie maar drukke baan, met nogal wat vrachtverkeer. We passeren verschillende kleine dorpen, en rijden tot net over de grens met Oregon. In het gehuchtje O’Brien slaan we rechts af, alweer zuidoostwaarts, steken de pas op 1400 meter over van Page Mountain, en belanden terug in California. Boven op de pas is het slechts 7 graden. Het is een heel mooie weg, maar een heel groot deel van dit gebied is verwoest door enorme bosbranden, bijna twee jaar geleden, waarbij allen in deze streek reeds bijna 70000 hectare bos werd verwoest. We komen aan in het dorpje Happy Camp, waar zo’n 1000 mensen wonen, de helft van 10 jaar geleden. Of de branden hier voor iets tussen zitten is niet duidelijk, maar het is wel een wonder dat ook niet heel het dorp mee op gegaan is in de vlammen. In de buurt van het dorp staan heel wat caravans verspreid langs de rivier. De aanwezigheid van hopen ‘junk’ doet toch vermoeden dat deze mensen hier zo wonen, en dat het geen buitenverblijfjes zijn.

Een deel van het dorp is voorbehouden voor de Native People. Dat zijn hier de Karuk, waarvan slechts nog maar enkele mensen hun oorspronkelijke taal machtig zijn, waardoor die taal dreigt voorgoed verloren te raken.

 

In een klein supermarktje vinden we koffie en cake voor een korte middagpauze op de bankjes net voor het supermarktje.

Dit dorpje is ook bekend omwille van het ‘Bigfoot’-festival, dat hier jaarlijks gehouden wordt. Bigfoot is een mythisch figuur vergelijkbaar met de Yeti, de verschrikkelijke sneeuwman in de Himalaya. Hij ziet er ook zo uit, en wordt hier in deze streek hier en daar ten tonele gevoerd.

 

We volgen de Klamath River stroomopwaarts, alweer deels doorheen afgebrande bossen, en komen steeds hoger, tot waar de bomen schaarser worden, en we plots de hoge besneeuwde top zien van de Shasta vulkaan. We vermijden de snelweg, en via kleine baantjes bereiken we het dorpje Weed, waar we inchecken in een redelijk groot motel annex RV-park.

 

 

Eerst iets gaan eten in het cafeetje, ook al een annex van het hotel. Ik bestel kalkoen met frietjes en een salade. Het eten smaakt, maar het is te zout. Het is zoveel dat ik uiteindelijk toch forfait geef, en het wel even zal duren voor ik nog eens zoiets bestel. We begeven ons vervolgens ‘downtown’, waarvoor we wel bergop moeten lopen, en passeren voorbij tal van historische gebouwen, waarin tot voor kort nog winkeltjes waren, maar die nu zo goed als allemaal leeg en gesloten zijn: het dorp is op weg om een spookstadje te worden, ware het niet dat er wat verderop nog een heel aantal mooie woningen staan, bewoond en goed onderhouden. Vaak staan er grote oude indrukwekkende bomen net voor de woningen. Nog even winkelen in de Dollar General, en dan terug naar het hotel.

 

Hiermee sluiten we weer een deel van de reis af; we zijn halfweg.

 

Ik ben erg moe en ga vroeg slapen.